Ds.

Die man die in Rotterdam in de trein stapte, weet je wel? Ik vroeg of hij dominee Visser was en hij zei: “Nee, in dat opzicht schiet ik tekort.”

Dat was niet precies wat hij zei. Hij zei eigenlijk: “Nee, dan schiet ik tekort.” Ik heb zijn woorden een beetje meegebogen in de door mij begrepen richting, dat hij bedoelde tekort te schieten tegenover het veronderstelde domineeschap.

Deze gedachte ging inderdaad door hem heen, bevestigt de man; hij heeft zichzelf in de krant aangetroffen en me een brief geschreven. Maar het ging vooral hierom:

“Ik heb nl. moeten leren leven met een bepaald post-viraal syndroom. Ik ben daarvoor destijds - helaas, helaas! - ook afgekeurd. Nou gaat dat 'leven met' na verloop van vrij beroerde jaren gelukkig wat meevallen. Soms word ik echter nog plotseling overvallen door een grote sufheid. Ik kan dan moeilijk uit m'n woorden komen. De dag voor onze gezamenlijke reis in de stoptrein was dat weer het geval geweest. Op een kaasboerderij in de omgeving van M. was het me b.v. niet gelukt duidelijk te maken, dat ik een stuk overjarige kaas wilde hebben. Gelooft u me, dan voel je je diep ongelukkig! Wel, die woensdag zat de schrik er nog diep in.”

Oftewel, deze man was vooral bang tekort te schieten in het voeren van een gewoon gesprek. Het deed hem, laat hij weten, overigens plezier dat zijn schrik zo geestig overkwam.