Den Haag moet 400 ambtenaren afstoten

DEN HAAG, 22 APRIL. Bij de gemeente Den Haag zullen 350 tot 400 arbeidsplaatsen moeten verdwijnen. Dat is een gevolg van de bezuinigingsvoorstellen, zoals die vandaag zijn gepresenteerd in de ontwerp-voorjaarsnota door het college van burgemeester en wethouders. Daarin wordt voor 67,4 miljoen aan bezuinigingsvoorstellen gedaan. Het afstoten van arbeidsplaatsen moet ongeveer 24 miljoen opleveren. Naar verwachting zullen er geen gedwongen ontslagen zijn. Het gaat om leidinggevend en beleidsvoorbereidend personeel dat in aanmerking komt voor een andere baan of door tussenkomst van de gemeente elders aan werk wordt geholpen.

Voor volgend jaar is een bezuiniging voorzien van 44,5 miljoen. Voor 1994 nog eens voor 22,9 miljoen. B en W hopen daarmee voor 1994 weer een sluitende begroting te kunnen opstellen. Den Haag is in grote financiële problemen geraakt, toen vorig jaar bleek dat er nog een aantal tekorten was voor een totaal van bijna 500 miljoen gulden.

Ondanks de voorgenomen bezuinigingen dient het rijk extra middelen ter beschikking te stellen voor onder meer stadsvernieuwing, bodemsanering en de infrastructuur, zo zeggen B en W. De uitkeringen die het rijk nu aan de grote steden doet zijn volgens het college volstrekt onvoldoende. Komt het rijk Den Haag niet tegemoet of legt het de stad zelfs nieuwe kortingen op, dan wordt het voorzieningenniveau zo sterk aangetast dat de zogeheten artikel 12-status moet worden aangevraagd, waarmee de stad financieel onder curatele van het rijk komt te staan.

De 170 bezuinigingsvoorstellen die in de Voorjaarsnota worden gedaan betreffen vooral een verkleining van het gemeentelijk apparaat, vermindering en beëindiging van een aantal taken, minder coördinatie, meer overlaten aan derden en privatisering. Daarnaast is gekozen voor een versterkte toepassing van het profijtbeginsel. Het uitvoerend werk van de gemeente is zoveel mogelijk ontzien. Op de bestuursdienst, het ondersteunend apparaat voor college en raad, wordt 20 procent bezuinigd.

Het college stelt voor een aantal instellingen te verzelfstandigen of te privatiseren. Het gaat daarbij onder andere om parkeergarages, begraafplaatsen, de visafslag en de Scheveningse havens, de camping, de gemeentelijke dienst verpleging en verzorging en de Gemeentelijke Kredietbank. Ook wordt onderzocht of het ziekenhuis Leyenburg kan worden geprivatiseerd, evenals de daarin gevestigde Apotheek Haagse Ziekenhuizen.