De geöliede ambities van Sultan Qaboos

Sultan Qaboos bin Said Al Said van Oman bestiert een olieland dat steeds rijker wordt. Met belastingvrijdom en subsidies lokt hij buitenlandse investeerders. Want de Sultan wil de economische groei opvoeren tot 6,3 procent per jaar en daarmee de snel opkomende landen in het Verre Oosten evenaren.

"Dit is voor mijn Allah'. Deze zinsnede uit de Koran heeft Sultan Qaboos in Omaans bladgoud op het fijnste koper, eveneens in zijn land gewonnen, hoog op een marmeren wand in de entreehal van zijn paleis laten aanbrengen. Pal aan de baai van Muscat staat het paleis Al Alam, tussen twee forten, die er hoog op de rotsen bovenuit torenen. Portugese overheersers die Oman als pleisterplaats op hun handelstochten naar het Oosten gebruikten, lieten deze machtige verdedigingswerken eind zestiende eeuw bouwen.

Het paleis Al Alam is van een opvallende en merkwaardige architectuur, door menige Westerling vergeleken met een Walt Disney-creatie. In werkelijkheid is er sprake van een fijnzinnige combinatie van islamitische en Arabische bouwstijlen. Twaalf kolossale zuilen die bovenaan zeer breed uitlopen, dragen het platte dak dat de hemel voorstelt, zoals Atlas de wereldbol torst. Bijna raken de brede bovenkanten elkaar, waardoor telkens tussen twee zuilen dezelfde boog met een spitsje ontstaat die je terugvindt in alle raam- en deuropeningen van Arabische woningen en gebouwen.

Al Alam doet sterk denken aan de sprookjes van Duizend-en-één Nacht. Alleen Aladin met zijn wonderlampje en de lieflijke haremdames ontbreken. Rappe lakeien snellen in hun witte gewaden met rode tulbanden door de marmeren, rijk versierde gangen. In de belendende vertrekken overheerst lichtgele en goudkleurige wandbekleding, het meubilair is klassiek Frans, Louis Seize en Empire.

Een interview heet hier een audiëntie en het strenge protocol schrijft voor dat de bezoeker ruim tevoren aanwezig moet zijn. Dat leidt tot drieëneenhalf uur antichambreren, en honger. Lichte verbijstering op het gelaat van des Sultans adviseur die ons begeleidt, wanneer de jeugdige collega van de Frankfurter Allgemeine vrijpostig vraagt of hij iets te eten kan krijgen. Direct worden sandwiches geserveerd. Borden en servetten dragen het wapen van de Sultan in rood: een kroon en daaronder twee gekruiste sabels en een kromme, korte dolk in het midden, dezelfde die de Sultan aan een gordel midden op de buik draagt: het teken van daadkracht.

Op deze plaats hoort een artikel over economie te handelen. Welaan, Oman heeft aan de zijde van de grote coalitie meegestreden tegen Saddam Hussein en tegelijk geprofiteerd van de Golfoorlog door de tijdelijk hogere olieprijs te incasseren. Oman behoort tot de onafhankelijke olieproducerende landen en hoefde dus ook niet, zoals de leden van het Opec-kartel, een aantal oliekranen dicht te draaien.

Qaboos is dikke vrienden met Shell, de maatschappij die zorgt voor het grootste deel van de oliewinning in het Sultanaat. Olie en gas dragen voor vijftig procent bij aan het nationaal inkomen. Met de olie-export verdient Oman negentig procent van zijn overheidsuitgaven. Een deel van de inkomsten wordt op voorstel van de Sultan, die behalve staatshoofd ook minister-president is, besteed aan diversificatie van de economie: het ontwikkelen van andere economische activiteiten dan de olie-sector door subsidies en belastingfaciliteiten. En vijftien procent van de oliedollars verdwijnt in een reservefonds voor onverhoopte slechtere tijden. Het jongste vijfjarenplan mikt op een economische groei van 6,3 procent per jaar, vergelijkbaar met de sterke groeilanden in het Verre Oosten.

Sinds 1970, toen Qaboos gesteund door de Britse regering zijn vader Sultan Said bin Taimur afzette, heeft Oman zich in een razend tempo met behulp van de oliedollars ontwikkeld. Vóór die staatsgreep was het Sultanaat een van de minst ontwikkelde en meest geïsoleerde landen ter wereld. Op circa anderhalf miljoen inwoners waren er slechts drie lagere scholen, twee ziekenhuisjes en nauwelijks verharde wegen. Nu zijn er volop scholen en moderne voorzieningen, een universiteit, prachtige autowegen tot in het verre zuiden toe, en de kleine industrie is sterk in opkomst. In 1990 benaderde het bruto nationale produkt per hoofd van de bevolking met 5.800 dollar dat van het rijkste olieland ter wereld, de grote buur Saoedi-Arabië.

Pag.19: Sultan Qaboos wil groeilanden in Verre Oosten evenaren

Sultan Qaboos is rijk, maar hoe rijk weet niemand. Een kenner van de Omaanse overheidsbegroting verzekert dat hij van alle heersers in olielanden het minste van de opbrengsten zelf opstrijkt. Qaboos' persoonlijke revenuen zouden niet in de verte te vergelijken zijn met die van de Sultan van Brunei, die wordt beschouwd als de meest vermogende wereldbewoner. Qaboos heeft de beschikking over zeker drie paleizen, een Boeing 747, een Cadillac in de met tapijt belegde koninklijke garage en een groot jacht in de haven van Muscat. Maar het liefst verplaatst hij zich in zijn snelle BMW of met een Landrover door de woestijn. Privé beschikt hij ook over een woning in Garmisch, in de Beierse Alpen. Zijn grote liefde, een stoeterij van honderden, meest Arabische paarden, deels in Duitsland en Engeland, doet hem zo nu en dan naar Europa afreizen.

Als eerste van de twee wachtende journalisten en een derde gast mag ik bij Zijne Majesteit binnentreden. Dieprode sofa's, grote fauteuils met veel goudkleurige versieringen, overdadige stoffering en donkerhouten lambrizeringen in het werkvertrek. Geen troon, wel een très grand bureau ministre. Gekleurd glas met grisaille laat enig daglicht door. Over zijn witte dishdasha draagt Qaboos een lichtgele, met goud bestikte mantel, een informele kledij. De tulband is wit met rode versieringen.

Snel met de deur in huis vallen, want de tijd is beperkt, was het advies in een voorbereidend gesprek. “Ik ben de Nederlanders zeer dankbaar. Ze werken hier in de Shell-Groep hard mee aan de ontwikkeling van mijn land. We zouden graag meer van dit soort activiteiten zien, we ontvangen Nederlandse ondernemingen met open armen”, zegt de Sultan.

Op de ministeries van buitenlandse zaken en van algemene zaken in Den Haag wordt geen staatsbezoek of werkbezoek van de Omaanse heerser aan Nederland voorzien, maar de Sultan heeft daar zelf wel oren naar als hij verneemt welke projecten Nederlanders in zijn land willen uitvoeren. “Ik zou graag met eigen ogen willen zien hoe uw land zijn waterbeheersing regelt, en hoe wij van de Nederlandse kennis op het gebied van landbouw, visserij en milieutechniek kunnen profiteren. En het Deltaplan, dat heb ik alleen maar op film gezien. Je zou wensen dat zoiets ook in Bangladesh kan. Desnoods glip ik op een privé-bezoek in Europa wel even jullie grens over. In elk geval stuur ik op korte termijn enkele ministers.”

Hoe denkt de Sultan over een vermindering van het olieverbruik in de industrielanden, als middel om het milieuprobleem de baas te worden en over een energieheffing zoals de Europese Commissie voorstelt? Behoedzaam kiest Qaboos zijn woorden, maar hij neemt onmiskenbaar afstand van de scherpe kritiek die in Brussel is geuit door de ambtelijke delegatie van de zes Golfstaten waaronder Oman, verenigd in de Samenwerkingsraad voor de Golf, de GCC.

“Ik ben één van degenen die al lang een grotere aandacht voor het milieu bepleit. Wij doen dat hier met veel inzet in Oman, we willen ons land schoon houden, maar de Westerse landen kampen met veel grotere milieuproblemen. Daarom moet men niet bevooroordeeld, niet eenzijdig tegenover het EG-plan staan. We moeten afwachten hoe de onderhandelingen uitpakken, maar als het doorgaat zullen mensen zuiniger met olie leren omgaan. Dat heeft een gunstig effect op het milieu, maar het gaat de producerende landen wel omzet en inkomen kosten. Tegelijkertijd moeten wij steeds meer investeringen doen om de olievoorziening op peil te houden. Ik hoop dat er een bevredigende oplossing komt om dat verlies voor ons te compenseren. Daar kun je veel manieren voor bedenken. Het hoeft niet direct in geld. Je kunt ook denken aan meer Europese investeringen in onze landen.”

“Fantastisch nieuws” noemt Qaboos de voorlopige overeenstemming die Brussel met de Golfstaten heeft bereikt over een vrijhandelszone. Over twaalf jaar zullen alle EG-importtarieven voor produkten uit de Golfregio tot nul zijn gereduceerd. Overweegt Oman daarvan gebruik te maken door zijn belangrijkste grondstof, ruwe olie, toegevoegde waarde te geven? Bij voorbeeld door de vestiging van een petro-chemische fabriek en een grotere raffinaderij voor de export?

Qaboos: “Als er zo'n belangrijke markt voor de Golfstaten wordt opengelegd, zullen we dat zeker serieus bekijken. We doen dat liefst in goed overleg met de afnemende landen. Als industrialiserend land hebben we groot belang bij goede betrekkingen met Europa.”

Komt zo'n grootschalige industrie dan niet in strijd met het Omaanse milieubeleid? “Wij hebben het geluk dat we in dit opzicht van de Westerse fouten kunnen leren. Je kunt waarschijnlijk niet alle gevolgen van dergelijke industrieën voorzien, maar we zullen alleen zeer moderne fabrieken met goede milieuvoorzieningen bouwen, we houden dat belang goed in de gaten.”

Sultan Qaboos hoopt de bilaterale betrekkingen met Nederland sterker te intensiveren. “Wij hebben gemerkt dat de Nederlanders veel te bieden hebben.” Maar verwijzend naar de Nederlandse frustraties over het mislopen van een recente order voor levering van korvetten voor de Omaanse Marine, zegt hij: “Dat is altijd een kwestie van competitie, van wat er technisch gewenst en financieel haalbaar is. Dat wordt door ons heel zorgvuldig beoordeeld. Iets wat geschikt is voor Europa hoeft nog niet goed te zijn voor Oman, denk maar aan de speciale eisen die we moeten stellen voor voertuigen in de woestijn. In het geval van die schepen heb ik de beslissing overgelaten aan de Marine. Maar wij hopen dat de Nederlanders hier meer activiteiten zullen ondernemen, bij voorbeeld in ons project voor vloeibaar aardgas. Ik houd de deur voor buitenlandse bedrijven nadrukkelijk open.”

Oman is een oase van rust in het woelige Midden-Oosten. Toch besteedt het Sultanaat op Zuid-Korea en misschien nog een enkel Oosteuropees land na het grootste aandeel van zijn overheidsuitgaven (36 procent, en 20 procent van het nationaal inkomen) aan defensie. Dat komt doordat de vorige Sultan nauwelijks aandacht besteedde aan de verdediging. In 1975 moest een ernstige rebellie in het zuidelijke Dhofar, die zich jaren had voortgesleept, met behulp van Britse troepen de kop in worden gedrukt. De rebellen werden ideologisch en militair gevoed vanuit het toenmalige marxistische buurland Zuid-Jemen en de Britten wilden koste wat het kost voorkomen dat er in Oman een communistische hegemonie zou ontstaan, met alle gevaren van dien voor de rijke olievelden in het Midden-Oosten.

Sultan Qaboos heeft als verlicht autocraat het gevaar van herhaling handig weten in te dammen door steeds aan zo veel mogelijk wensen van zijn onderdanen tegemoet te komen. Hoeveel het er zijn weet hij zelf niet, de schattingen lopen uiteen van 1,5 tot 2 miljoen, maar ze dragen His Majesty op handen. In elk vertrek in openbare gebouwen, in de hotels, de restaurants en op het vliegveld hangt zijn portret. Van enige oppositie is geen sprake. Belastingen op privé-inkomens bestaan niet in Oman; onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis. Wie ondanks dat alles te armlastig is om een huis te huren, krijgt er een van de Sultan. Een semi-parlement, het Majlis Ash'Shura, samengesteld uit leden die door de regionale besturen, de Wilayats, worden benoemd, dient de regering van advies. Twee maal per jaar moeten de ministers zich voor de Majlis verantwoorden en informatie verschaffen.

Maar Qaboos realiseert zich dat het gevaar ook van buiten kan komen, al regeert hij een buitengewest van het Arabisch schiereiland. Aan de vijf andere GCC-landen heeft hij voorstellen gedaan voor een gezamenlijke strijdmacht onder onafhankelijk commando. Veel schot lijkt daar niet in te zitten. “Ik hoop dat zij dit plan of een ander, dat in het belang van ons aller veiligheid zou zijn, zullen aanvaarden. Oman is sterk voor samenwerking in de regio”, zegt hij.

Positiever is de Sultan over de kansen op vrede in het Midden-Oosten. “Dank zij de onderhandelingen tussen de meest betrokken landen, die internationaal sterke steun ondervinden, is het wiel nu in gang gezet, ook al is het tempo nog laag. Ik hoop dat alle deelnemers en betrokkenen verantwoordelijk zullen handelen en dat niemand in de komende tijd ervan beschuldigd kan worden het vredesproces te vertragen.” Over het conflict tussen de Verenigde Naties en Libië houdt Qaboos zich op de vlakte: “De Arabische Liga heeft haar werk gedaan. Ik verwacht dat de Libiërs nu wijs genoeg zijn om hun probleem vredelievend op te lossen.”

Als we Al Alam in de vroege avonduren verlaten staan het paleis en de omringende forten in een fel lichtschijnsel en zitten de inwoners van Muscat aan de avonddis. In de Sook, de markt op de smalle, ongeplaveide straatjes in de binnenstad waar van alles te koop is, sluiten de goud- en zilversmeden als laatsten hun kleine winkeltjes.