Boeken, recensies en correspondentie op jubileumexpositie; De juweeltjes van uitgever Becht

Met een tentoonstelling in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek wordt het honderdjarig bestaan van Uitgeverij Becht gevierd. Behalve met Amy Groskamp-ten Have maakte de uitgeverij in de jaren zestig ook furore met "het openhartige voorlichtingsboek'. “Becht rook of een boek toekomst had.”

Boeken van Becht, 100 jaar. Universiteitsbibliotheek, Singel 425, Amsterdam, 24 april t/m 12 juni op werkdagen van 11 tot 16 uur.

In de vitrines van de kleine expositiezaal in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek staat een geschiedenis van honderd jaar uitgeven uitgestald. Jan Schilt, jarenlang directeur van de jubilerende uitgeverij J.H.W. Becht en schrijver van de bij de expositie behorende catalogus, haalt de boeken één voor één uit de dozen. Hij kan niet nalaten af en toe zijn neus tussen vergeelde pagina's te steken. Mooie boeken ruiken heerlijk, snuift hij tevreden.

Schilt is ruim een jaar bezig geweest het archief van de uitgeverij te ordenen. Oprichter J.H.W. Becht hield een minutieuze boekhouding bij. Alle winst- en verliesgegevens zijn bewaard gebleven, net als de correspondentie met de auteurs. De recensies werden in plakboeken verzameld. Op de productiegegevens na is het archief van de uitgeverij compleet. Veel hiervan is nu op de tentoonstelling te zien.

De oude heer Becht maakte naam als uitgever van kinderboeken en romans. Schilt: “Hij had een neus voor het vak. Becht rook of een boek toekomst had. En alles wat hij uitgaf, zag er mooi uit. Jan Sluyters heeft boekomslagen voor hem gemaakt. Dat zijn echt juweeltjes.”

Een enkele keer wilde de door Schilt als radicaal-liberaal omschreven uitgever zich wel eens wagen aan maatschappij-kritisch werk. “Becht gaf nooit iets met verlies uit. Als hij voor een kwartje een politiek pamflet op de markt bracht, dan verdiende hij daar altijd een paar centen op.” Een van de eerste boeken op de fondslijst was de roman Clara Wildenau van A.H. Berkhout. In het romantische verhaal is de hoofdrol weggelegd voor de “beeldschoone, edele gouvernante, de betooverende Clara”. In de roman roept Clara uit: “Gij zegt dat het huwlijk de eenigste levenstaak der vrouw is. Neen, duizend maal neen!” De krachtige ontkenning wordt gevolgd door een pleidooi van de edele gouvernante voor de gelijkheid van man en vrouw. In de bibliotheekzaal grinnikt Schilt: “ Anno 1892 moet dat een fris geluid zijn geweest.”

Na de dood van de oude Becht in 1922 namen zijn twee zoons het bedrijf over. André Becht, de jongste zoon, werd de sterke man in de uitgeverij. Schilt: “De oude Becht had smaak, zijn zoon was meer een Telegraaf-lezer. Je ziet dat ook aan de verschuiving in de fondslijst.” Romans maakten plaats voor non-fiction. Uit het buitenland werden bestsellers aangekocht. Het grootste succesboek uit deze jaren was Amy Groskamp-ten Have's Hoe hoort het eigenlijk? (1939) dat binnen vier jaar drie keer werd herdrukt.

In de jaren zestig maakte Becht furore met “het openhartige voorlichtingsboek”. Een nieuw type boek dat grote populariteit genoot was het cadeauboek: meestal een fraai geïllustreerde uitgave waarvan de tekst te wensen overliet, met understatement ook wel het 'koffietafelboek' genoemd.

Drie jaar na de fusie van Becht met uitgeverij Gottmer Beheer in 1987 ging Schilt met pensioen. Dat weerhield hem er niet van, de verrichtingen van J.H.W. Becht op de voet te volgen. Wijzend naar de vitrine waarin de bestsellers van Becht worden geëxposeerd, zegt hij trots: “Top Naeff's Schoolidyllen wordt dit jaar voor de zeventwintigste keer herdrukt. Welke uitgeverij kan bogen op uitgaven uit het begin van de eeuw die nu nog steeds op de fondslijst staan?”