Beschermd pensioenrecht

In een uitspraak van 27 maart jl. besliste de rechtbank in Rotterdam dat tijdens een faillissement de verplichting tot het volstorten van pensioenpremies boven de aanspraken van de fiscus gaat. Dit is een nieuwe stap op de weg naar de bescherming van de pensioenrechten van werknemers tegen een faillissement.

Teneinde de pensioenrechten van de werknemers te beschermen is in Nederland al in 1952 de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) tot stand gebracht. Op grond van de PSW is een werkgever die aan zijn personeel een pensioentoezegging heeft gedaan, verplicht de voor pensioen bestemde gelden af te zonderen van het ondernemingsvermogen. De werkgever dient hiertoe de pensioengelden te storten in een van de werkgever onafhankelijk pensioenfonds of een pensioenverzekeringsovereenkomst met een verzekeraar te sluiten. Tevens legt de PSW vast dat een pensioenfonds de gelden "solide' moet beleggen, terwijl de belegging in de "eigen' onderneming tot niet meer dan tien procent van de bezittingen van een pensioenfonds is toegestaan.

Hiermee dienen situaties als bij de ondergang van het Maxwell-imperium in Engeland te worden voorkomen. De werknemers van Maxwell troffen een leeg gehaalde kas bij het pensioenfonds aan. Robert Maxwell had de pensioengelden naar privé-bedrijfjes gesluisd. Er was in Engeland geen wetgeving die dit soort grepen van de werkgever in de kas van het pensioenfonds verhinderde.

Toch zijn ook in Nederland Maxwelliaanse toestanden niet geheel uitgesloten. Nog onlangs besliste de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam over een geval waarbij het pensioenfonds van de inmiddels failliet verklaarde onderneming MDS een lening had verstrekt aan de twee door de onderneming benoemde bestuursleden van het pensioenfonds. Deze bestuursleden hadden de geleende gelden gebruikt om de onderneming te financieren. Als gevolg van het faillissement van het bedrijf kon de lening niet aan het pensioenfonds worden terugbetaald en de werknemers zagen zich daardoor geconfronteerd met een korting op hun pensioenrechten. Weliswaar oordeelde de Ondernemingskamer dat er sprake was van wanbeleid bij het pensioenfonds en werd een bewindvoerder aangesteld, maar hiermee is het pensioengeld nog niet terug.

De werknemers van Maxwell hebben aangekondigd de Engelse staat aansprakelijk te stellen, omdat Engeland een EG-richtlijn uit 1980 inzake de bescherming van werknemers bij insolventie van de werkgever niet heeft nageleefd. Ingevolge deze richtlijn moeten de EG-lidstaten waarborgfondsen oprichten, waaruit bij insolventie van de werkgever onder andere de onbetaald gebleven pensioenaanspraken van werknemers dienen te worden gehonoreerd.

De Nederlandse regering stelt zich op het standpunt dat aan deze richtlijn is voldaan via de in de PSW vastgelegde verplichting de pensioengelden buiten de onderneming te brengen. Hiernaast is voor niet-betaalde pensioenpremies een speciale voorziening opgenomen in de Werkloosheidswet, op grond waarvan bij faillissement en surséance van betaling of een andere situatie van betalingsonmacht van de werkgever de bedrijfsvereniging de achterstallige pensioenpremies over een periode van ten hoogste een jaar overneemt.

Deze laatst bedoelde overnemingsverplichting geldt niet voor het volstorten van pensioenpremies, waartoe de werkgever sedert een wijziging van de PSW in 1987 bij het einde van een arbeidsovereenkomst verplicht is. In het genoemde vonnis van 27 maart heeft de rechtbank Rotterdam evenwel beslist dat indien de curator bij een faillissement de dienstbetrekkingen van de werknemers verbreekt, de verplichting tot het volstorten van pensioenpremies als een boedelschuld moet worden aangemerkt.

Dat wil zeggen dat de vordering als eerste moet worden betaald en dat de verplichting tot premievolstorting zelfs nog boven de aanspraken van de fiscus gaat. Deze extra bescherming geldt echter alleen voor werknemers die door de curator zijn ontslagen en dus niet voor de werknemers die al vóór het faillissement door de onderneming zijn ontslagen en ook niet voor werknemers die zelf ontslag hebben genomen. Bovendien zit er nog een ander addertje onder het gras. Krachtens de PSW kan een werkgever onder meer in geval van financieel onvermogen zijn verplichting tot premiebetaling beëindigen en tijdens faillissement kan dit recht door de curator worden uitgeoefend. Hoewel de bescherming dus is uitgebreid, kunnen de pensioenrechten door een faillissement nog steeds worden aangetast.