Arabische wereld verbitterd over het Westen; In het Midden-Oosten is het verschil tussen schone schijn en de harde werkelijkheid groot

AMMAN, 22 APRIL. In het Midden-Oosten plegen schone schijn en harde werkelijkheid elkaar, als in elkaar overvloeiende beelden op een televisiescherm, te overlappen. De werkelijkheid is dat het Westen, aangevoerd door de Verenigde Staten, opnieuw heer en meester in het Midden-Oosten is en dat alle regimes in de regio zich goed-of kwaadschiks daarbij moeten neerleggen. De werkelijkheid is ook dat vrijwel niemand in de Arabische wereld daarmee vrede heeft en dat de verbittering over de Nieuwe Wereldorde van president Bush en - daarmee gepaard gaand - over de eigen machteloosheid met de dag toeneemt. Intussen echter houden de regeerders de schone schijn op, suggererend dat alles goed gaat.

In het officiëel zo pro-Westerse Jordanië is die bizarre tweedeling duidelijk te merken. Zo stelde de minister van buitenlandse zaken, Kamal Abu Jaber, een paar dagen geleden tevreden vast dat Jordanië erin geslaagd is zich met het Westen te verzoenen. “Het imago van Jordanië is aanzienlijk verbeterd (...) De foutieve ideeën over Jordanië zijn uitgewist en er is een nieuwe bladzijde opengeslagen”. Dat is geen loze praat, maar van levensbelang: het koninkrijk krijgt sinds de Iraakse invasie in Koeweit geen cent meer van de Arabische Golfstaten en is thans voor de redding van zijn nagenoeg failliete economie en voor de herschikking van zijn schulden geheel afhankelijk geworden van de goodwill van het Westen.

Met “de foutieve ideeën” bedoelde de minister dat het Westen een verkeerde indruk zou hebben gekregen over de sympathieën van de bevolking en de regering van Jordanië ten aanzien van Saddam Hussein na diens overval op Koeweit in augustus 1990. Maar dezelfde Kamal Abu Jaber, voorheen professor, legde in die dagen onvermoeibaar aan de Westerse journalisten uit dat het Westerse agressieve optreden tegen Saddam op foutieve, namelijk neokolonialistische motieven was gegrondvest.

Terwijl de minister zijn positieve beoordeling gaf over de Jordaanse relaties met het Westen, verkondigde kroonprins Hassan, de broer van de koning, tegenover een Arabisch publiek in Tunis dat de Nieuwe Wereldorde van George Bush “een lamme orde is, aangezien zij vrijwel geen positieve factoren heeft en door eigenbelang gemotiveerd wordt”. De kroonprins riep de Arabieren, en vooral de Arabische intellectuelen, op een nieuwe Arabische Orde in het leven te roepen en naar een formule te zoeken die de Arabische Natie uit haar huidige ellende haalt. “Men heeft het op onze Natie begrepen en daarom moet deze zich bevrijden van starre ideologieën.” De Arabische Natie, “thans op het nul-niveau”, heeft dringend behoefte aan een helpende hand.

Ondanks de dreigende gevaren en de op het eerste gezicht zo sombere situatie is de Arabische Natie niet verloren, omdat - aldus kroonprins Hassan - de Arabieren door één gemeenschappelijke taal, het geloof, de geschiedenis, de geografie, hun vroegere cultuur en hun gemeenschappelijk streven met elkaar verbonden zijn.

Wat hij verkondigde, is veel meer in overeenstemming met de ideeën van de Jordaanse bevolking dan hetgeen minister Kamal Abu Jaber beroepshalve vertelde. In Jordanië is namelijk het elders nagenoeg geheel verdwenen geloof in de Arabische eenheid en broederschap nog steeds het cement van de samenleving. Zonder dat geloof zou het land met zijn gemengde bevolking van Palestijnen en Jordaniërs uiteenvallen. Vandaar dat in Jordanië de angst voor en de verbittering over de Nieuwe Wereldorde van George Bush in snel tempo toenemen. De Nieuwe Wereldorde houdt namelijk geen enkele rekening met één Arabische Natie of één Arabische Wereld, maar verdeelt die in heersers die bereid zijn met Amerika samen te werken en heersers die zich ten aanzien van de Amerikaanse belangen “niet behulpzaam” opstellen.

Uit de eindeloze stroom van artikelen en commentaren in de Jordaanse media over de sancties van de Veiligheidsraad tegen Libië spreken gevoelens van machteloze woede dat het Westen thans een tweede Arabische broederland - na Irak - in de tang neemt en Israel, ondanks alle resoluties van de Veiligheidsraad, nog steeds spaart.

Het dagblad Al Ra'i riep maandag de Arabieren en de moslims op om de strijd aan te binden tegen de door het Westen opgelegde sancties, aangezien een blokkade die Arabische of moslim-landen door koloniale mogendheden wordt opgelegd “een slechte daad is die God niet behaagt”. Het gaat in tegen de godsdienst en de islam om het gezag van de koloniale machten te gehoorzamen en ongehoorzaam te zijn aan Gods wetten.

Het artikel concludeert dat de koloniale machten die de agressie tegen Irak lanceerden en nu doorgaan met de uithongering van burgerbevolking van Irak, geen rechtvaardige zaak dienen, niet legitiem zijn en daarom met hun acties regelrecht handelen tegen God en de gelovigen. De Arabische en islamitische landen die zich bij de regels van het Westen neerleggen en met de blokkade van hun broeders in Irak en Libië, zullen door Gods wraak worden getroffen, omdat zij zowel hun geloof als hun volk uitverkopen.

Wat dit artikel in Al Ra'i in islamitisch-fundamentalistische toonaarden stelt, herhalen de andere kranten in Arabisch-nationalistische zin. Het Westen wil alleen maar de Arabische wereld ten bate van Israel verder destabiliseren. Zo meldden Saut al Shaab en Al Destour dat de Westerse mogendheden sancties voorbereiden tegen een derde Arabische land: Syrië, dat eveneens van terroristische acties wordt beschuldigd. Het doel van het Westen zou zijn de militaire macht van Syrië definitief te vernietigen. De eensluidende mening van alle kranten en bijna alle politieke gezindten is dat de sancties die door de Veiligheidsraad tegen Libië en Irak zijn ingesteld, niets anders inhouden dan een vernietiging op termijn van individuele Arabische staten.

Na Syrië zal het Westen komplotten smeden om een vierde Arabische staat door de Veiligheidsraad te laten bestraffen - dit alles “om de Arabieren te verzwakken en hun zionistische vijanden een dienst te bewijzen”. Sommige kranten constateren tevreden dat een aantal niet bij name genoemde Arabische staten voorbereidingen treft om zich niet aan de sancties van de Veiligheidsraad te houden.

De werkelijkheid is een geheel andere. Tot dusver haalt geen enkele Arabische regering (met uitzondering misschien van Soedan dat toch al buitengewoon slechte relaties met het Westen heeft) het in haar hoofd om tegen de Veiligheidsraad, dat wil zeggen tegen Amerika, in te gaan. De aankondiging van de Syrische luchtvaarmaatschappij Syrian Arab Airways (SAA) dat zij met de vluchten op Libië zou doorgaan, was een zweepslag in de lucht.

Maandag zag SAA op het laatste moment van dit voornemen af, toen Cyprus, Griekenland, Egypte en Tunesië het toestel geen toestemming gaven via hun luchtruim naar Libië te vliegen. Op de vraag waarom het toestel niet de eenvoudigste route koos en rechtstreeks over de Middellandse Zee van Damascus naar Tripoli vloog, antwoordde een Syrische diplomatieke bron dat SAA zich aan de regels van de IATA houdt, die zulke rechtstreekse vluchten over zee verbieden.

De afgelopen dagen raakten steeds meer mensen in zowel Jordanië als Syrië ervan overtuigd dat de oppermachige Amerikanen binnenkort Syrië zullen treffen. Een goed ingelichte politieke bron, die alles behalve pro-Syrisch is, stelde treurig vast: “Denkt u nou heus dat de VS toestaan dat Syrië een regionale macht wordt? Het is toch duidelijk dat de Amerikanen niet zullen toestaan dat Libanon permanent onder Syrische controle blijft. President Assad kan nu al de benodigde wapens niet krijgen. De Sovjet-Unie is weggevallen en de Syriërs moesten onder bedreiging van Amerika anderhalve maand geleden een schip met in Noord-Korea aangekochte Scudraketten aan boord terugsturen. Het is toch geen toeval dat Turkije steeds harder de Syriërs met wapengeweld bedreigt als zij hun steun aan de Turkse Koerden niet opgeven. Waarom vindt het Westen de Turkse Koerden slecht en de Iraakse Koerden goed? Is het soms ook toevallig dat het Amerikaanse weekblad Time nu met het verhaal komt dat Syrië wel degelijk rechtstreeks bij de Lockerbie-ramp betrokken was?”

Al deze vragen worden al bij voorbaat op de meest alarmerende wijze beantwoord. En het doet er niet toe dat de politieke werkelijkheid een ander beeld geeft. De Syrische regering voelde zich gisteren zelfs genoodzaakt om het beeld te corrigeren van haar vermeende zwakke positie. Een woordvoerder gaf toe dat Syrië en de VS het over een aantal zaken oneens zijn, met name over de pogingen van Washington om het raketten-programma van Syrië te saboteren, maar intussen wel met de bewapening van Israel doorgaan.

De Arabische wereld, met inbegrip van Jordanië en Syrië, is solidair met de door Amerika bedreigde Arabische broedervolken in Irak en Libië. Maar de politieke realiteit gebiedt dat, terwille van de eigen belangen, die solidariteit thans even aan de wilgen opgehangen wordt. Want met al het wantrouwen dat er tegen Washington bestaat, vertrouwt men erop dat datzelfde Washington Israel dwingt de bezette gebieden op te geven, desnoods onder bedreiging van dezelfde Veiligheidsraadsancties die nu “de geliefde Arabische zusterlanden” treffen.