Andriessen bepleit vernieuwing KvK's

DEN HAAG, 22 APRIL. De Kamers van Koophandel en Fabrieken zijn volgens minister Andriessen (economische zaken) aan vernieuwing toe. In een toespraak bij de Kamer van Koophandel in Den Haag zette de minister gisteren vraagtekens bij onder meer het grote aantal vestigingen in Nederland. Dat zijn er 36.

Binnen de kring van de Kamers zijn recentelijk ook stemmen opgegaan tot schaalvergroting over te gaan. De Kamers van Koophandel van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben hiervoor gepleit. Algemeen secretaris C. de Bouter van de Kamer van Koophandel voor Den Haag noemde vanochtend in een reactie een aantal van 20 als mogelijkheid, “maar het kunnen er ook 17 of 22 worden”.

De Bouter trok de vergelijking met Duitsland, waar ongeveer 80 Kamers van Koophandel bestaan en die dus veel grotere regio's bestrijken. De Kamers in de vier grote steden zoeken aansluiting bij de toekomstige bestuurlijke indeling van Nederland. Hun standpunt is niet onomstreden; kleinere en middelgrote Kamers van Koophandel verzetten zich tegen de gewenste samenvoegingen. Wel hebben de Kamers van Groningen en Veendam, alsmede die van Zutphen en Harderwijk al besloten volgend jaar te fuseren.

Algemeen secretaris G. Knoop van de Nederlandse Vereniging van Kamers van Koophandel legt zich niet vast op een aantal. “We moeten dat onderzoeken. We zijn al met elkaar bezig om te kijken hoe we onze dienstverlening aan de eisen van deze tijd kunnen aanpassen. Van die inhoudelijke argumenten zal het aantal moeten worden afgeleid.”

Bij de Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland werken 1.800 mensen; de vereniging heeft 22 werknemers in dienst. Het instituut is geworteld in de vorige eeuw en opereert op basis van een wet die van 1922 is. Het bijhouden van het Handelsregister, waarin inschrijving voor alle bedrijven verplicht is, is een belangrijke wettelijke taak van de Kamers van Koophandel. Ze ontvangen daarvoor een jaarlijks bedrag van de bedrijven, in totaal zo'n 190 miljoen gulden. De Kamers behartigen op regionaal niveau de belangen van bedrijven in contacten met gemeente- en provinciebesturen, bij voorbeeld op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Een Kamer van Koophandel heeft een bestuur, waarvan de secretaris feitelijk als directeur opereert.

Minister Andriessen zei gisteren dat de Kamers meer organisaties van en voor de bedrijven moeten worden, die hun dienstverlening aan de behoefte aanpassen.Hij meent dat de heffing die bedrijven voor inschrijving van het handelsregister jaarlijks betalen, eenvoudiger kan worden. De hoogte daarvan is gebaseerd op het kapitaal dat in een onderneming is geïnvesteerd. Maar ook vindt Andriessen dat bedrijven die bij voorbeeld op het gebied van handelsbemiddeling een beroep op de Kamer van Koophandel doen, daarvoor zouden moeten betalen. “De opvatting in onze kring was”, zegt De Bouter: “Wij behoren dat gratis te doen. Maar het is niet zo'n gekke zaak om in bepaalde gevallen een vergoeding te vragen.”

Andriessen suggereerde de Kamers op het gebied van advisering en voorlichting met andere instellingen samen te werken. Hij noemde de ondernemingshuizen, waarvan er enkele deze week opengaan, een goede optie. Ze bieden plaats aan de Kamers van Koophandel, maar ook aan innovatiecentra, het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf en de regionale of lokale afdelingen van de ondernemersorganisaties KNOV en NCOV. De minister bepleitte verder een meer pregnante rol voor de Vereniging van Kamers van Koophandel, die “een krachtig aanspreekpunt” zou moeten worden. Andriessen vroeg de Kamers van Koophandel voor 1 juli 1993 een standpunt over hun toekomstige organisatie kenbaar te maken.