Afke's Tiental

Is topvoetbal het slachtoffer geworden van zijn eigen vooruitgang? De huidige voetballers bewegen zich makkelijker dan hun collega's van vroeger.

Zij bezitten meer techniek, een aanzienlijk groter loopvermogen, terwijl de aanvallers van tegenwoordig verplicht worden bij tijd en wijle mee te verdedigen. Zij doen dus meer. Verdedigers zijn dat niet alleen; zij gaan af en toe en soms zelfs vrij regelmatig mee in de aanval en geven de pass waaruit gescoord wordt, of zij doelpunten hoogstpersoonlijk zelf. Walter Lutz, de ervaren Zwitserse sportjournalist, sneed dit onderwerp onlangs aan en meent dat de tegenwoordige topspeler ongeveer anderhalf keer zo veel doet als die van destijds. Iets gechargeerd gesteld houdt dat in dat er tegenwoordig niet tien, maar vijftien veldspelers per ploeg op het gras lopen. Hij vraagt zich bezorgd af, of dat er niet te veel zijn. Immers: het veld is niet groter geworden, de ruimten zijn verkleind door de moderne dekkingsmethoden en de vergrote actieradius van de spelers. Het zijn bijna allen allrounders geworden. De hemel zij dank, dat er nog fouten worden gemaakt. Er is nog wel eens iemand die zijn afschermende opdracht een moment vergeet. Er zijn nog Romario's en Bergkampen die zich zelfs in een minuscuul kleine ruimte doortocht verschaffen. Maar het is een feit, dat menig duel hoe langer het duurt, meer en meer verstrikt raakt in gepriegel op het middenveld, waar een hele meute spelers zich vergeefs enige ruimte poogt te verschaffen, waaruit iets positiefs en zo mogelijk creatiefs kan worden ondernomen.

Walter Lutz brengt nu het idee ter sprake om per ploeg één veldspeler te minderen. Voetbal zou dan Afke's Tiental worden. Hij lijkt enigszins geschrokken van zijn eigen hersenspinsel, want hij omschrijft de gedachte "op de eerste blik als een absurd idee'. Ook bij heroverpeinzing ziet hij het deugdelijke er nog niet direct van in, want het is hem opgevallen dat menige ploeg vaak uitstekend stand kan houden als men met tien tegen elf opereert. Aan de andere kant constateert hij tegenwoordig een groot tekort aan tijd en ruimte. Misschien wordt de ruimte ook praktisch vergroot met twee veldspelers minder op het terrein. Handelingsvrijheid en vrije ruimte kunnen dan toenemen. Een effectiever idee zou kunnen zijn de vergroting van de velden, maar wie ziet dat gebeuren? Een van de commentatoren bij de halve finale om de FA-Cup in Engeland merkte onlangs op, dat Norwich City althans in haar thuiswedstrijden aan een vrij smal veld gewend is en dat het dus logisch leek voor de tegenpartij om zo breed mogelijk te spelen. Het klonk aardig, maar de gedachte dat Norwich per seizoen 21 uitwedstrijden in de competitie alleen al speelt op velden die vermoedelijk breder zijn dan het eigen terrein, verhinderde mij in applaus los te barsten.

Jarenlang kregen de negentiende-eeuwers die voetbal van structuur voorzagen, het compliment dat de terreinafmetingen beperkt genoeg waren om er een samenhangend spel van te kunnen maken - en groot genoeg om iedere speler in principe de mogelijkheid te bieden zich creatief te uiten. Dit evenwicht bestaat in de top niet meer. En dat is een van de redenen waarom zo veel wedstrijden het entreegeld niet waard zijn. Een panklare oplossing dient zich zo te zien niet aan, maar ik zou graag wensen dat wij allen als liefhebbers de overtuiging zouden kunnen krijgen dat de hoge heren in FIFA, UEFA en KNVB zeer begaan zijn met deze zaak. Boetes uitdelen voor afgestoken vuurwerk is gemakkelijk. Intensief bezig zijn met spelpeilverbetering op hoog niveau is stukken lastiger. Maar wel zo belangrijk.