Vriesekoop ziet unieke topsport-mentaliteit beloond

STUTTGART, 21 APRIL. Het leek wel een déjà vu. Tien jaar na dato vond er opnieuw een confrontatie plaats tussen Bettine Vriesekoop en Jill Hammersley. Er was evenwel één saillant verschil. Bij deze finale van het Europees kampioenschap zat Hammersley als coach op de bank en stond Vriesekoop tegenover haar pupil Lisa Lomas. De uitslag was echter volstrekt identiek aan die van 1982 in Boedapest: ook dit keer zegevierde de Nederlandse aanval over de Engelse defensie.

De tweede Europese titel van de inmiddels 30-jarige Vriesekoop kwam in Stuttgart geen moment in gevaar. Ze versloeg achtereenvolgens de Italiaanse Negrisoli, de Roemeense Ciosu, de Russin Timina, Europa's nummer één Batorfi uit Hongarije, de Tsjechische Hrachova en de Engelse Lomas-Bellinger. Zonder ook maar enige last te hebben van valse bescheidenheid stelde Vriesekoop na haar laatste overwinning vast: “Ik was gewoon de beste.” Inderdaad was het een feit, dat de Amsterdamse alle speltypes op weg naar haar triomf tegenkwam. Meer dan een hobbeltje leverde dat niet op. Alleen de felle aanvalster Ciosu en service-specialiste Batorfi wisten haar één game te ontfutselen.

Met haar titel bewees Vriesekoop dat haar topsport-mentaliteit uniek is in Europa. De combinatie van technisch kunnen, tactisch inzicht en een ijzeren conditie waren alle tegenstandsters te veel. Verliezend finaliste Lisa Lomas: “Bettine heeft al jaren geleden de tafeltennissport van een aparte dimensie voorzien. Van haar verliezen is geen schande. Ze is een fantastische sportvrouw.”

In de halve finale nam Vriesekoop revanche op Marie Hrachova. De 28-jarige Tsjechische, met wie ze in het dubbelspel in het verleden een bronzen en een zilveren medaille behaalde bij Europese kampioenschappen, had haar bij de Olympische Spelen in 1988 in de kwartfinale de voet dwarsgezet. Dat was overigens haar laatste kampioenschap onder leiding van Gerard Bakker. Daar, in Seoul, had Vriesekoop al schoon genoeg van haar trainer. Ze nam afscheid van hem en tegelijkertijd ook van de tafeltennissport.

Na een korte pauze, waarbij ze de wereldkampioenschappen van 1989 miste, pakte ze haar bat weer op in de Italiaanse vrouwencompetitie. Nadat ze op Sicilië wat gefreewheeld had, kwam ze terug in de Nederlandse eredivisie (Tempo Team) en bood ze zich ook weer aan voor de nationale selectie. Haar terugkeer op het internationale podium was weinig succesvol. Bij het Europees kampioenschap in 1990 struikelde ze over Russische verdedigster Timina. Beter ging het bij de Europa Top 12 in Den Bosch, begin 1991. Ze miste uiteindelijk door een 2-3 nederlaag tegen de latere winnares Mirjam Hooman de finale, maar de derde plaats vormde een indicatie van haar groeiende vorm. Haar elfde nationale titel, die ze ten koste van Hooman veroverde, gaf aan dat ze zich definitief terug aan de top had genesteld. Een volkomen onverwachte confrontatie met haar ex-trainer bij de Nationale Top 12 in Scheemda wierp haar weer even terug, maar daarna wist ze moeiteloos de draad weer op te pakken.

In het landentoernooi in Stuttgart bleek al, dat ze in een grootse vorm stak. Na een sterk optreden in de poule-wedstrijden en in de halve finale (tegen Hongarije) was het Oranje-duo Vriesekoop/Hooman veruit favoriet voor het kampioenschap. Maar de verwachte gouden medaille ging niet door, omdat Vriesekoop op de finaledag een lichamelijke terugslag kreeg. Ze had desondanks wel de beste individuele score in het eerste deel van het Europees kampioenschap. Dit resultaat leverde haar behalve veel waardering ook een cheque op van 5000 Duitse Marken.

Bettine Vriesekoop, die in Hilversum natuurgeneeskunde studeert, heeft met haar titel volgens eigen zeggen "definitief afgerekend met haar verleden'. Dit kampioenschap werd inderdaad op eigen kracht behaald, terwijl ze zich bij vorige triomfen steeds in een - van Gerard Bakker - afhankelijke situatie had bevonden. “Ik heb hier bewezen dat ik mijn verleden overwonnen heb. Ik ben steeds blijven geloven in mezelf, hoewel dat vaak best moeilijk was. Nadat ik een paar jaar geleden weer begonnen was, heb ik diverse inzinkingen gehad. Die ben ik steeds te boven gekomen. Daardoor heb ik mezelf ook sterker gemaakt.”

Bettine Vriesekoop was in Stuttgart in tegenstelling tot vroeger geen "witte raaf' in de Nederlandse tafeltennisploeg. De prestaties waren over de hele lijn uitzonderlijk goed. Gemiddeld was de Oranje-ploeg in het landentoernooi met een tweede en een vijfde plaats de beste equipe. En in het individuele evenement werden nog eens drie medailles gehaald (goud voor Vriesekoop, brons voor Hooman en zilver voor het duo Hooman/Vriesekoop). Gerdie Keen, die de Duitse Nemes en de Roemeense Badescu uitschakelde, overtrof zichzelf met een plaats in de kwartfinales. En het duo Gerdie en Trinko Keen zat ook nog eens bij de beste acht koppels in het gemengd dubbelspel.

Daardoor was het achttiende Europees kampioenschap ook een geweldig succes voor Jan Vlieg. De Groningse doctorandus combineert bij de tafeltennisbond twee functies, die van technisch directeur en die van nationaal vrouwencoach. Vlieg vindt, dat "Stuttgart' binnen de NTTB een vervolg moet krijgen: “In Europa is de top-50 volledig professioneel. In Nederland geldt dat voor Bettine Vriesekoop en sinds kort ook voor Mirjam Hooman. Danny Heister gaat full-time tafeltennissen in Duitsland. Dat kan een goede zaak zijn. Ook Trinko Keen is op de goede weg. Maar om de toekomst van de tafeltennissport veilig te stellen, moeten we in ons land toe naar een aantal trainingscentra. Daar moeten de talenten bij elkaar worden gebracht. Ik voel er ook veel voor om het beschikbare geld aan wat minder mensen te gaan uitgeven dan tot nog toe. De clubs zullen zelf veel meer moeten gaan doen. De bond moet niet de gaten vullen die de verenigingen laten vallen. Wat we wél doen, is jonge talenten sneller oppikken en die verder begeleiden op weg naar de top.” Het Europees kampioenschap leverde een stevige teleurstelling op voor de sterke Zweedse ploeg. Na de winst in het landentoernooi struikelden de nummers één en twee van de wereldranglijst, Persson en Waldner, al in de kwartfinales. Voor het eerst in de historie van het Europese tafeltennis kon hierdoor een Duitser, Jörg Rosskopf, met de titel aan de haal gaan. Rosskopf, wiens jaarinkomen geschat wordt op een half miljoen Mark, klopte in de finale de Belg Jean-Marie Saive in vier games.

Het vrouwendubbel leverde een merkwaardige overwinning op voor het Joegoslavische koppel Fazlic en Perkucin. Na de eerste game in de eindstrijd stortte de Hongaarse Gabriella Wierth letterlijk en figuurlijk ineen. Wierth, die na een aantal persoonlijke problemen enige tijd in een psychiatrische inrichting verpleegd is, was kort voor dit kampioenschap klaargestoomd voor Stuttgart. De verklaring van coach Berczik was weinig bevredigend: “Wij hadden de indruk dat ze hier wel kon meedoen. Bovendien was het de bedoeling dat dit een test zou zijn voor de Olympische Spelen in Barcelona.” Het mannendubbel was een volledig Zweedse aangelegenheid. Persson en Lindh hadden weinig problemen met Waldner en Appelgren. Het gemengd dubbelspel leverde winst op voor de uit Roemenië afkomstige Griek Creanga en zijn voormalige Roemeense landgenote Badescu.