Trotse De Wolf ongenaakbaar in Luik-Bastenaken-Luik; "Het wielerseizoen is nog lang, maar zeg dat eens tegen Dirk'

ANS, 21 APRIL. Hij moet uit graniet gehouwen zijn. Zijn levenslust schijnt onbeperkt. Zijn zelfvertrouwen kent nauwelijks grenzen. Dirk de Wolf mag dan geen prominent wielrenner zijn, de Belg kan als voorbeeld dienen voor al zijn concurrenten. Een man die van geen ophouden weet. Daarom wint hij Luik-Bastenaken-Luik en niet Steven Rooks, de Ardennen-specialist, een renner met het talent van een kampioen maar met de berusting van een twijfelaar.

Rudy Verdonck prijst elke dag die hij met zijn ploeg- en kamergenoot De Wolf mag beginnen. Dan voelt hij het leven binnenstromen. Zondagmorgen hoorde hij zijn vriend de gordijnen van de hotelkamer met een ruwe ruk opentrekken. “Voilà, het regent. Het is wolvenweer”, had Dirk met stemverheffing geroepen. En voordat hij het wist had Dirk hem bij zijn keel gegrepen. “Ik heb goesting om u door tweeën te breken. Zo ster-r-r-k voel ik me nu”, herinnert Verdonck zich De Wolfs aubade.

Ja toch wel, Dirk was met Gianni Bugno als kopman begonnen. Verdonck had hem van ploegleider Stanga “op de eerste drie bergskes van voren moeten houden”. En moeten temmen. “Want Dirk gaat als ie vindt dat ie moet gaan.” En Verdonck had zich strikt aan zijn opdracht gehouden. Met een scheef oog had hij wel naar Bugno gekeken. Maar toen de wereldkampioen gaandeweg de koers toegaf dat de vorm er niet was, had Verdonck zich gerust gevoeld. Dirk was toen al lang vertrokken. Met Rooks, Chiappucci en Holm. “Dat kan hij normaal niet winnen”, meent de Belg. “En nog moet ik 'm eerst zien, voordat ik het geloof.” En hij richt in hoopvolle afwachting zijn blik op de deur waarachter De Wolf ter dopingcontrole is geroepen.

Ze hadden de afgelopen dagen samen getraind. Veel, zeker achthonderd kilometer. De Waalse Pijl hadden ze aan zich voorbij laten gaan. In plaats daarvan reden ze met z'n tweeën zo'n 170 kilometer. Zes uur trokken ze op. “Dirk kwam die eerste dagen helemaal niet over die bergskes heen”, weet Verdonck nog. “Maar die geeft nooit op. Vrijdag werd hij nog derde in Bellegem. En daarna zijn we nog eens een paar uur gaan trainen.”

Dirk, die houdt nooit z'n mond. Die praat maar. “Maar ik ga hem niet stoppen. Ik doe mee. Het is toch prachtig.” Nee, het is geen nervositeit, veronderstelt Verdonck. “Hij is ermee bezig, de hele dag. Hij wil praten, fietsen. Waarom zou ik er moe van worden? Dirk is toch n'n goeie kerel. Daar geniet je van.”

Verdonck werd het afgelopen najaar met De Wolf gecontracteerd door de Associazione Sportivo Il Gabbiano (de meeuw), die sinds ze vorig jaar wordt gesponsord door Gatorade (een sportdrankenfirma die ressorteert onder het Amerikaanse Quaker Oats) de beschikking heeft over de op het Spaanse Banesto na duurste wielerploeg ter wereld. Nadat Bugno vorig jaar met een tweede plaats in het eindklassement had aangegeven dat hij eens de Tour de France zou kunnen winnen mits hij over een sterkere ploeg beschikte, en gestimuleerd door de publiciteitsgevoelige wereldtitel van Bugno besloot directeur Malgara van Gatorade Europa en Italië het budget met vijftig procent te verhogen. Van 6,5 miljoen gulden naar ruim tien. Manager Stanga trok daarvoor onder meer de beide Belgen aan, Laurent Fignon en de Colombiaanse "sleeplift' Abelardo Rondon.

Het team wekte hoge verwachtingen. En toen Italiaanse concurrent Ariostea van de ene naar de andere overwinning snelde, leek de lege erelijst van de Gatorade-ploeg een voedingsbodem voor paniek. Maar manager Stanga bleef er maar op hameren dat het grote doel van het team de Tour-overwinning was. Geen reden tot ongerustheid. Toen De Wolf in de Driedaagse van de Panne voor de eerste en voorlopig laatste overwinning van de ploeg zorgde, werd dat beschouwd als een welkome meevaller. “Stress? Nee”, beweert Verdonck. “Er werd maar tranguillo geroepen. Het seizoen is nog lang. Maar zeg dat eens tegen Dirk.”

De Wolf (31) begint zichzelf steeds beter te kennen. Hij was altijd een trainingsdier, maar winnen bleek toch moeilijk. Als amateur won hij veel wedstrijden. Maar in zijn eerste profjaar, 1983 bij Boule d'Or, moest hij genoegen nemen met één overwinning (na een solo in een regenachtige etappe in Parijs-Nice). Hij zou nog eens de Vierdaagse van Duinkerken op zijn naam schrijven, Dwars door België, en werd tweede in 1989 in Parijs-Roubaix, achter Wampers. De Wolf werd binnengehaald door ploegleider Gisbers bij PDM, die hem nog kende van vroeger bij Kwantum. Maar De Wolf kon trainen wat hij wilde, het lukte hem maar niet te winnen. “Hij was kwetsbaar, vaak ziek”, weet Gisbers. “Maar ik heb hem staaltjes zien uithalen. Ongelooflijk.”

Zijn trainingsmaatje bij PDM was Rudy Dhaenens. Samen bereidden ze zich voor op het wereldkampioenschap in 1990 in Japan. Om zich aan de Japanse tijd aan te passen, stonden ze om zes uur op om te trainen. “Dan kwam Dirk me ophalen”, zei Dhaenens later. “Maar dan had hij al veertig kilometer gereden.” Gisbers heeft Dhaenens er wel eens voor gewaarschuwd. “Sla eens een keer over bij Dirk.”

De Wolf was in Japan de sterkste renner van het wereldkampioenschap. Maar hij ging te ver in zijn aanvalslust. Terwijl Bugno en anderen hem in de rug keken, nam hij Dhaenens op sleeptouw. En Dhaenens won de wereldtitel. De winnaar betaalt, dacht De Wolf. Hij had vlak voor de titelstrijd een contract getekend bij Tonton Tapis, de nieuwe ploeg van Roger de Vlaeminck. En wat er ook gebeurde, zou Dhaenens later toegeven, er mocht geen PDM-renner kampioen worden die volgend jaar voor een andere sponsor reed.

Onder De Vlaeminck werd De Wolf volwassen. De oud-renner liet hem trouwens nog meer trainen, zoals hijzelf altijd had gedaan. Hij maakte hem vooral zelfbewuster. Wat hij niet kon - of wilde? - veranderen was zijn stijl. Schuddebollend, altijd maar aanvallen en fietsend zoals hij praat. “U zult zeggen: gij hebt vandaag gelijk zot gereden. Maar dat is mijn stijl”, was De Wolfs pasklare antwoord na zijn overwinning in Ans, de nieuwe finishplaats van Luik-Bastenaken-Luik.

Op de momenten dat Rooks aan hem voorstelde zich te laten inlopen door de dreigende achtervolgers - omdat het nog zo ver is - besloot De Wolf door te gaan. Tot de dood erop volgde. Verschil in karakter. De Wolfs moed werd beloond. En zijn doorzettingsvermogen. “Het moet er een keer uitkomen.” Hij heeft altijd goed getraind. Hij heeft zich altijd goed verzorgd. Nu heeft hij het beste materiaal. “En hebben de aanvallers dit jaar niet gewonnen?” De Wolf is trots op zichzelf.

In de "koning van Pajottenland' heeft zijn sponsor de beste trekpleister. Schokschouderend, hoofdschuddend en bekketrekkend, altijd oog voor de toeschouwer en de camera. Bovendien is hij de nieuwe leider van het wereldbekerklassement. Of hij de trui zal verdedigen. “Natuurlijk, die staat mij toch goed!”, roept de guitige zwaargewicht, terwijl hij voorzichtig Gianluigi Stanga aankijkt. Zijn manager, een minzame man. Deze knikt instemmend, vaderlijk. De aanvallers hebben recht van spreken. Rooks, Bernard, Chiappucci, Theunisse, Argentin en Bugno, De Wolf had geen status te verliezen en reed iedereen in de winterse Ardennen murw.