Stad door strijd in tweeën gedeeld; Servische militie in aanval in Sarajevo

SARAJEVO, 21 APRIL. In de niet aflatende oorlog in Bosnië-Herzegovina hebben Servische vrijwilligers vanochtend een aanval uitgevoerd op Sarajevo.

Volgens de Bosnische politie bestormden rond vijf uur driehonderd bewapende aanhangers van de Servische leider Vojislav Seselj, ondersteund door aanhangers uit de stad zelf en een tank van het Joegoslavische leger, de stadswijk Novo Sarajevo. De studio's van de televisie in de stad werden beschoten. Volgens de politie is de aanval afgeslagen.

Eerder hadden de Serviërs gisteren in Oost-Bosnië een vijfde stad veroverd: Srebrenica, dichtbij de Bosnisch-Servische grens. Bij een artilleriebombardement van het Joegoslavische leger op de stad Mostar kwamen dit weekeinde vijf mensen om het leven.

In Sarajevo, dat door de gevechten in twee delen is verdeeld, was de gehele ochtend vuur van zware wapens hoorbaar. De straten zijn verlaten, stadswijken zijn door barricades en gevechtshandelingen afgesloten, waaronder de voornaamste oost-west-as van de stad. Volgens Radio Sarajevo is tevens geschoten met mortieren en het kanon van de bij de gevechten betrokken tank, die op een heuvel naast de stad staat. In een vraaggesprek met Radio Sarajevo ontkende de commandant van het Joegoslavische leger in Bosnië, generaal Milutin Kankanjac, dat de tank aan het leger toebehoort. Rond het middaguur waren er onbevestigde berichten over de opening van een tweede front in de stad.

Gevechten werden dit paasweekeinde verder gemeld uit Bosanski Brod, Bosanski Samac, Derventa, de al eerder door het leger ingenomen steden Visegrad en Zvornik, Capljina, Neum en Doboj. De spoorlijn tussen Sarajevo en Mostar is op twee plaatsen opgeblazen. Het leger dreigde gisteravond met een aanval op Konjic, halverwege deze spoorlijn, als de “territoriale verdediging” van Bosnië-Herzegovina ter plaatse niet een eind zou maken aan de beweerde belegering van een kazerne en een munitiefabriek.

De ernstigste oorlogshandelingen van dit weekeinde hadden plaats in Mostar, waar het artilleriebombardement van het Joegoslavische leger gericht was op kennelijk willekeurig gekozen burgerdoelen. Zaterdagavond trof een mortierbombardement de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Daarbij viel één dode. Getroffen werden onder andere de tramremise en de studio's van de radio en televisie van Sarajevo.

Pag.5: Strijd in Bosnië kost in twee weken meer dan 200 mensen het leven

Granaten vielen verder in de buurt van de waterleiding en de elektriciteitscentrale van de 700.000 inwoners tellende stad. Een munitiedepot in de buurt van de stad werd dit weekeinde door bewapende Serviërs ingenomen, zonder enige tegenstand van de zijde der regeringsgetrouwe politie.

Volgens de Bosnische autoriteiten hebben ruim twee weken oorlog in Bosnië-Herzegovina tot nu toe tweehonderd doden, elfhonderd gewonden en naar schatting 170.000 vluchtelingen opgeleverd. Buitenlandse bronnen bevestigen deze schatting. Daarnaast zouden nog eens 75.000 mensen Bosnië-Herzegovina hebben verlaten. De meeste vluchtelingen zijn op pad in het oosten van Bosnië, waar Servische milities van vrijwilligers hun greep op het gebied dit weekeinde leken te verstevigen.

Het Servische streven, aldus buitenlandse waarnemers lijkt gericht op de vestiging van een corridor vanaf de Bosnisch-Servische grens in westelijke richting met de zgn. Bosnische-Krajina rond Banja Luka, en de daaraan grenzende Servische Krajina binnen Kroatië. Een andere corridor loopt vanaf de Bosnisch-Servische grens naar het zuiden, naar de stad Trebinja in Oost-Herzegovina. Voor de vijandelijkheden in Mostar, Bosanska Samac, Bosanska Brod, Livno en andere plaatsen geldt dat deze in essentie betrekking hebben op een treffen tussen Kroatische en Servische groepen, aldus deze bronnen. Van moslim-zijde ondervinden de Serviërs weinig gewapende tegenstand.

De Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken, Ralph Johnson, bezocht zaterdag Sarajevo en sprak onder anderen met de Bosnische president Alija Izetbegovic en generaal Milutin Kakanjac, commandant van het Joegoslavische leger in Bosnië-Herzegovina. Over de inhoud van deze gesprekken is niets bekend. De Amerikanen brachten ook, direct vanuit Italië, zes vliegtuigen met hulpgoederen binnen, en gebruikten een eigen militair vliegtuig voor de luchtleiding bij deze transporten.

Een Turks vliegtuig met hulpgoederen bleef echter staan in Istanbul, omdat de Joegoslavische luchtleiding eist dat de inhoud ervan eerst in de Servische hoofdstad Belgrado bij de douane wordt ingeklaard. Een hoge Turkse diplomaat verklaarde na zijn bezoek aan Sarajevo “niet optimistisch” te zijn over het verloop van het conflict.

Het hoofd van de Europese waarnemersmissie in Bosnië, Colin Doyl, dreigde na de mortieraanval op Sarajevo zaterdag dat de Europese gemeenschap zijn supervisie over de vredesonderhandelingen in Bosnië-Herzegovina wellicht zal opschorten. EG-woordvoerders hebben ook geklaagd dat milities van zowel de Serviërs als de moslims zich verkleden als VN-militairen. Ze zaaien verwarring door de blauwe baretten en helmen van de VN-soldaten te dragen en zich in witte en van het VN-embleem voorziene voertuigen te verplaatsen. Al vier keer is een dergelijk incident geconstateerd.

In Kroatië is het in januari overeengekomen bestand het afgelopen paasweekeinde 125 keer geschonden. Bij de schendingen zijn zes doden en dertien gewonden gevallen. De meeste schendingen vonden plaats in het oosten van Slavonië.