Roothaans Elektra heeft de kracht van de eenvoud

Voorstelling: Elektra van Sofokles door Carrousel. Vertaling: Gerard Koolschijn; regie: Lidwien Roothaan; decor: Floor Oskam; spel: Debbie Korper, Frieda Pittoors, Ronald de Bruin, e.a. Gezien: 17/4 Toneelschuur Haarlem. Tournee t/m 30/5.

Vier jaar geleden werd Lidwien Roothaan aangesteld als artistiek leider van Carrousel, een groep die in een grijs verleden als mimegezelschap is begonnen. Nu Roothaan vertrekt naar Toneelgroep Amsterdam neemt ze afscheid van het ensemble met een klassieke tragedie: Elektra van Sofokles, in een nieuwe vertaling van Gerard Koolschijn. Carrousel is zich in de loop der tijd steeds meer op toneel gaan richten. Toch zijn mime-invloeden af en toe nog merkbaar - zo is deze laatste voorstelling vooral een poging de emoties van de personages met fysieke expressiemiddelen uit te drukken.

In Elektra spatten de emoties van elke bladzijde af en dat is, gezien het dramatische gegeven van het stuk, geen wonder. Het Myceense geslacht waaruit Elektra voortkomt, is getroffen door een reeks rampen en gruweldaden waaraan tijdens haar leven nog geen eind is gekomen - een goudmijn dus voor tragedieschrijvers als Sofokles, Euripides en Aischylos, die ieder op hun eigen manier de stof tot een toneelstuk hebben bewerkt.

Zoals uit de titel valt op te maken koos Sofokles voor Elektra als spil om wie alles draait. Ze is een beklagenswaardige figuur en dat vindt ze zelf ook. Het koor, dat voor haar de rol van vriendin vervult, vertelt ze hoe eenzaam en wanhopig ze is sinds haar vader Agamemnon is vermoord door haar moeder Klytaimnestra en haar moeders minnaar Aigisthos. Ze zint op wraak, maar de enige die haar daarbij zou kunnen helpen, haar broer Orestes, is al op jeugdige leeftijd uit het ouderlijk huis weggevoerd. Tot nu toe heeft ze tevergeefs op zijn terugkeer gewacht, maar ze heeft de hoop nog niet opgegeven. Maar dan krijgt ze bericht van zijn dood en haar wereld stort in.

Debbie Korper als Elektra heeft tot dat moment voornamelijk kalm en met beheerste stem gesproken, alsof ze van binnen in ijs is veranderd; alleen haar broeiende blik geeft aan dat intense haatgevoelens jegens haar vaders moordenaars haar drijfveer zijn. Ook als ze de onheilsboodschap over de dood van haar broer hoort laat ze zich verrassend genoeg niet gaan. Wel spert ze secondenlang haar mond wagenwijd open, maar haar schreeuw is geluidloos.

De intensiteit van deze scène is groot. Dat komt door de ingetogen en doeltreffende manier waarop een onbeschrijflijk verdriet wordt uitgedrukt. Meer nog dan met woorden weet Debbie Korper met haar houding en mimiek duidelijk te maken door welke hel Elektra gaat. Ook op andere momenten, bij voorbeeld als plotseling blijkt dat Orestes (Ronald de Bruin) in het geheel niet dood is, kan ze met een enkel gebaar laten zien hoe ze zich voelt.

Een dergelijke eenvoud in spel gecombineerd met zoveel heftige emoties blijkt effectief en bepaalt voor een groot deel de kracht van de voorstelling. Alleen het optreden van het koor, vertolkt door Juul Vrijdag, doet in deze enscenering gekunsteld aan: elke zin gaat gepaard met een bepaalde stand van armen en handen en sommige woorden worden uitgekreten als lang aangehouden trillers. Desondanks laat ook deze merkwaardige vertoning niet na indruk te maken.

Opvallend is dat alle rollen een uitstekende bezetting hebben. Niet alleen Debbie Korper en Frieda Pittoors als Klytaimnestra spelen buitengewoon trefzeker, maar met name ook Theo de Groot als de kinderoppas en Victor Löw als Aigisthos laten tijdens de schaarse ogenblikken dat ze op het toneel staan, zien dat goed acteren meer is dan de tekst van buiten leren. Voeg daarbij de wijze waarop de mooie kostuums van Rien Bekkers, het decor (van Floor Oskam) en de belichting (van Reinier Tweebeeke) op elkaar zijn afgestemd en het zal duidelijk zijn dat deze afscheidsvoorstelling van Lidwien Roothaan een lust is voor oog en oor.