Onderhandelen per open brief

SARAJEVO, 21 APRIL. De enige vorm van onderhandeling tussen de strijdende partijen in Bosnië-Herzegovina is nog de open brief. “Hele dorpen zijn tot de grond toe verwoest, steden verwoest en geplunderd”, zegt de Bosnische president, Alija Izetbegovic, in zijn schrijven aan generaal Miltutin Kakanjac, commandant van het Joegoslavische leger in het door burgeroorlog geteisterde Bosnië-Herzegovina. “En de moordenaars verschuilen zich achter uw rug.”

De generaal had op zijn beurt eerder Izetbegovic een brief geschreven waarin hij hem ervan beschuldigde eigenhandig de militaire organisaties van de moslims te leiden en hem, de generaal, “persoonlijk verantwoordelijk” te stellen voor mogelijke vergeldingsmaatregelen van het Joegoslavische leger, dat als het wordt aangevallen niet met zich laat spotten.

Wat de generaal daarmee bedoelde werd dit weekeinde al duidelijk door een artilleriebombardement van het Joegoslavische leger op burgerdoelen in de stad Mostar, waarbij vijf doden en tientallen gewonden vielen. Aanleiding daartoe was de arrestatie door de moslims en/of Kroatische militie-eenheden in de stad van twee helikopterpiloten van het leger.

“Dit is geen klimaat waarin onderhandelingen kunnen plaatshebben”, meende dit weekeinde ook Colin Doyle, hoofd van de waarnemersmissie van de Europese Gemeenschap in Sarajevo. Gisteren leidde hij gesprekken tussen de Servische, de Kroatische en de moslimpartij over toegang tot de televisie van Sarajevo, waarbij de Servische partij, de SDS, van mening bleek dat de Bosnische televisie in een Servisch, een moslim- en een Kroatisch kanaal moet worden opgedeeld. “Dat kan niet de bedoeling zijn, de televisie moet onafhankelijk blijven”, meende Doyle na afloop. “Ik kan dus niet zeggen dat we vooruitgang hebben geboekt.” De Serviërs hadden op deze onderhandelingen overigens zaterdagmiddag al een voorschot genomen door een mortierbombardement op de studio's van de televisie in Sarajevo.

“Ik treed nog liever af dan dat ik meewerk aan de opdeling van Sarajevo”, verklaarde de burgemeester van de Bosnische hoofdstad, Muhamed Kriseljakovic, tegenover deze krant. De SDS eist dat Sarajevo in sectoren wordt opgedeeld, waarbij het meeste grondgebied natuurlijk deel zou uitmaken van de door hen opgerichte "Servische republiek Bosnië-Herzegovina'.

Pag.5: "Ik had niet gedacht dat zoiets in Europa mogelijk was'

Foca met grond gelijk gemaakt

Maar omdat de betrokken partijen in de gemeenteraad niet over deze eisen in contact staan, is onduidelijk welke sectoren de Serviërs eigenlijk willen hebben.

In de praktijk maakt dat misschien weinig uit: hun barricades spreken duidelijke taal: bijna alles behalve de oude binnenstad. In die binnenstad betrekken 's nachts, maar ook steeds meer overdag, de leden van de “territoriale verdediging” van de moslims hun stellingen achter zandzakken. Het zijn aardige, jonge jongens, die overdag met de Serviërs in de omgeving van de oude binnenstad een beetje van heuvel tot heuvel schieten. Maar tegen de mortieren, tanks en kanonnen van het leger kunnen ze natuurlijk weinig doen. 's Nachts, tijdens de spertijd, vuren ze op alles wat beweegt en ook overdag worden ze steeds militanter. Gisteren is een Serviër neergeschoten in een café, heet het, maar wie of wat is niet meegedeeld.

De oorlog in Bosnië is zo mogelijk nog chaotischer dan die in Kroatië, maar eist zo mogelijk nog in sneller tempo zijn slachtoffers. Tweehonderd doden, twaalfhonderd ernstig gewonden, elfhonderd vermisten, 170.000 vluchtelingen binnen de republiek en zo'n 75.000 inwoners die naar elders een goed heenkomen hebben gezocht, dit alles op een totale bevolking van 4,3 miljoen - dat is de schatting van de wettige regering in Sarajevo en buitenlandse hulporganisaties bevestigen dit beeld.

Misschien het zwaarst getroffen tot nu toe is het stadje Foca, niet ver van de grens met Servië, waartoe buitenlandse hulpverleners uit Sarajevo dit weekeinde mondjesmaat toegang hebben gekregen. In de zwaar gehavende stad is op grote schaal geplunderd. Waar de bevolking eigenlijk gebleven is, is nog onduidelijk. De stad is in handen van Servische vrijwilligers - volgens de Servische televisie onder andere veteranen van de strijd rondom de Kroatische stad Vukovar - die zich “Witte adelaars” noemen. Volgens de SDS in Sarajevo zijn de verwoestingen niet hun werk, maar het gevolg van een aanval door de Kroatische extremistische HOS-militie, een versie die niet door andere bronnen wordt bevestigd. Buitenlandse hulpverleners, ook de door ervaring in andere delen van de wereld geharde, keren geschokt uit Foca terug. “Ik had niet gedacht dat zoiets in Europa mogelijk was”, aldus een van hen.

Bij de televisie van Sarajevo stromen dagelijks petities van weldenkende groepen burgers binnen over de noodzaak van verdraagzaamheid en samenleving. In sommige provincieplaatsen, zoals Gorazde, zijn burgercomités van verschillende nationaliteiten gevormd, die door goed overleg het ergse willen vermijden. In Sarajevo vooral merkt iedere zichzelf respecterende burger onmiddellijk op, dat men zich een vijfhonderdjarige traditie van multinationaal samenleven niet wil laten afnemen, dat de kogels iedereen treffen, ook de Servische inwoners van de stad, en dat men zich niet tegen elkaar wil laten ophitsen.

Niemand in de stad lijkt de claim van de Servische SDS, dat het Servische volk met uitroeiïng bedreigd wordt, serieus te nemen. “Tienduizend leden heeft de SDS maar, en er zijn 1,3 miljoen Serviërs in Bosnië en Herzegovina”, merkt Vladimir Srebro, in 1989 een van de oprichters van de SDS, op. Inmiddels heeft hij zijn partij de rug toegekeerd. “De SDS is overgenomen door een bende fascisten, die zich aanmatigen uit naam van het Servische volk te spreken”.

De vele betuigingen van goede wil staan in schril contrast met de werkelijkheid van de oorlog in Bosnië-Herzegovina. “Eerst dacht ik, wat vreemd”, zegt een buitenlandse hulpverlener die gistermorgen in Sarajevo werd aangehouden door als soldaten van de VN verklede strijders van een van de oorlogspartijen. “Maar ik heb, zoals gewoonlijk, gezegd dat ik ze niet mee kon nemen”. De onpartijdigheid van de VN is, aldus competente zegslieden, al gesneuveld in de algehele escalatie: meerdere partijen blijken zich al te hebben bediend van imitatie-blauwe baretten en al of niet gestolen, maar in ieder geval wit geschilderde auto's met de letters "UN' erop.

Iets dergelijks overkomt de missie van de EG-waarnemers in Sarajevo. Hun hoofdkwartier, in het Hotel Bosna in de voorstad Ilidja, is door de SDS ingericht als “crisiscentrum”. EG-waarnemers en journalisten delen café en restaurant van het hotel aldus met tientallen, tot de tanden toe bewapende Servische strijders. Tot veel goodwill bij de Serviërs leidt deze situatie overigens niet. De Servische barricades in de richting van de strijdgebieden laten nauwelijks journalisten door in de richting van Foca of andere krijgstonelen. En de EG-waarnemers zagen hun verzoek, de op Sarajevo gerichte artilleriestukken in de heuvels te gaan bekijken, tot nu toe evenmin gehonoreerd. Wel begeleidde gisteren de tweede man van de SDS, Nikola Koljevic, de Europese waarnemers gisteren naar Foca.

Ilidja is inmiddels een van de delen van Sarajevo, waar de spanningen hoog oplopen. Gisteren was het voorstadje, dat al dagenlang omgeven wordt door controles van de Servische politie, urenlang in de greep van gewapende mannen die op hun barricades zelfs geen voetgangers doorlieten. Tussen Ilidja en Sarajevo ligt het al enige weken door het Joegoslavische leger gecontroleerde vliegveld. Dagelijks vertrekken daar vliegtuigen voor troepentransport, met de familieleden en bekenden van de militairen van het Joegoslavische leger aan boord. Ook de burgermaatschappij BosnaAir voerde gisteren nog drie vluchten uit. Langs het vliegveld trekken kolonnes van het leger de bergen rondom de stad in. Wij telden gisteren in een halfuur tijds vijf vrachtwagens, die evenzovele stuks 120-mm-artillerie trokken, en beladen waren met tientallen mortieren.