Kinderen met achterstand leren beter door "Opstap'; Door dagelijkse spelletjes betere taalontwikkeling

AMSTERDAM, 21 APRIL. Kinderen van vier tot zes jaar die deelnemen aan het stimuleringsproject Opstap doen het volgens hun onderwijzers beter op school. Ze herkennen eerder begrippen, kleuren en vormen en hebben een betere taalontwikkeling en een betere motoriek dan leeftijdgenootjes die niet aan Opstap meedoen.

Dit blijkt uit een onderzoek dat de Amsterdamse Stichting Centrum voor Onderwijsonderzoek (SCO) heeft gehouden onder ongeveer honderd onderwijzers en moeders van kinderen die deelnemen aan Opstap. In Opstap geven niet de onderwijzers, maar de moeders hun kind extra aandacht. Dit gebeurt twee jaar lang, vijf keer per week ongeveer een kwartier per dag.

Het project is vooral bedoeld voor buitenlandse kinderen in achterstandssituaties en gaat ervan uit dat de school deze achterstand niet alleen kan bestrijden: er moet bij de kinderen thuis iets veranderen. Moeders die aan het project meedoen krijgen voorleesboekjes, spelletjes en werkbladen, waardoor ze leren meer met hun kinderen te praten en te spelen. Een zogeheten "buurtmoeder' - afkomstig uit hetzelfde milieu en dezelfde buurt maar iets hoger opgeleid - instrueert de moeders. Op hun beurt worden de buurtmoeders getraind en begeleid door de plaatselijke projectcoördinator. Opstap is in 1989 in Nederland gentroduceerd. Op het ogenblik zijn met steun van het ministerie van WVC in 45 gemeenten in totaal 65 Opstapprojecten gaande. WVC besteedt er 15 miljoen gulden aan, de gemeenten 2 à 3 miljoen.

Volgens de ondervraagde onderwijzers neemt door het Opstapproject het contact met de (vaak Turkse of Marokkaanse) moeders toe. De moeders durven eerder op de onderwijzer af te stappen als ze iets niet begrijpen, waardoor ze meer inzicht krijgen in wat op school belangrijk is. Door de dagelijkse spelletjes met hun kind krijgen ze volgens de onderwijzers meer oog voor de ontwikkeling van hun kind. Ze besteden er meer aandacht aan en kopen andersoortig speelgoed. Ook de moeders zelf was het opgevallen dat hun kind dankzij Opstap meer dingen begrijpt, beter met potlood en papier kan omgaan en beter nadenkt. Vaak vinden de kinderen het nu ook fijner om naar school te gaan.

Uit eerder onderzoek naar Opstap kwam naar voren dat het oorspronkelijk in Israel ontworpen materiaal door de gebruikers ouderwets werd gevonden. Met ingang van dit schooljaar is een deel van het materiaal vervangen, de rest volgt volgend jaar. Volgens de door SCO ondervraagde onderwijzers zou Opstap voor de buitenlandse kinderen geleidelijk aan in het Nederlands moeten overgaan. Ook zouden er Nederlandse taallessen voor Opstapmoeders moeten komen.

In Israel hebben inmiddels zo'n 40.000 migrantenkinderen en hun moeders deelgenomen aan Opstap, daar Hippy geheten ("home instruction program for preschool youngsters'). Behalve door Nederland is het project ook overgenomen door Turkije, de Verenigde Staten, Duitsland, Nieuw-Zeeland en Mexico.