Het evenwicht tussen woede en weemoed

Voorstelling: Ammorbidire II van Rob de Graaf door Nieuw West. Spelers: Dirk Boutkan en Marion van Wijk. Gezien 17/4 Felix Meritis, Amsterdam. Tournee t/m 23/5.

Door een samenloop van omstandigheden zag ik vorige week een aantal Franse en Duitse voorbeelden van perfect ambachtelijke toneelkunst. De Schaubühne uit Bochum, het Wiener Burgtheater en de Comédie-Française brengen spel waar geen speld tussen te krijgen is. Het werd tijd, vond ik, voor iets rauws en onvoorspelbaars, iets intiems, en verwachtte dat te vinden bij het Amsterdamse gezelschap Nieuw-West.

In de Zuilenzaal brachten de acteurs Dirk Boutkan en Marion van Wijk het stuk Ammorbidire II uit. De tekst is van de hand van Rob de Graaf, die beide spelers onder hun voornaam opvoert. Marijn van der Jagt had de dramaturgie.

Ammorbidire II maakte een sterke indruk op me.

De ruimte van de Zuilenzaal is onttakeld; op de houten vloer is een vlonder gelegd, waarop foto's liggen. Op het glanzende fotopapier, beschermd door plexiglas, staan een bankje en een gouden tafeltje met drie poten. Marion van Wijk zet thee door koud water uit een wijnfles in een theepotje te schenken. Dat koude water is, zacht gezegd, symbolisch. Zelden weten een acteur en actrice met hun spel zo'n fysieke ervaring van kou op te roepen. Aan begin en slot wordt er verwoed gebeden. Tot wie? Tot God? Misschien. Het tweetal bevindt zich, zoals de tekst zegt, in een zwarte put. Ze bidden als het ware "uit de diepte tot de Heer'.

Veel troost ontvangen ze niet, noch van boven noch van elkaar. Ze zijn twee eilanden in de stroom van het leven, alleen, het leven interesseert hen niet. Sex niet, vrienden en al die alledaagse bezigheden evenmin. Dik (Boutkan) zegt: “In een kamer op het oosten in de winter / Een kamer waar het licht niet brandt en waar geen kachel is / Dat ik dan in die bevroren rust gelukkig ben.” Deze woorden gelden voor beiden; zij zijn escapisten, niet tegen wil en dank, evenmin uit overtuiging, eenvoudigweg omdat de eenzaamheid en de "existentieweerzin' ooit intrede deden in hun leven, zonder dat zij zich ertegen verzetten.

Desalniettemin hebben zij de gave van het woord behouden, sterker nog, hoe dieper de inertie wortel schoot in hun bestaan des te sterker werd het verlangen naar taal om het raadsel der dingen te benoemen.

Rob de Graaf is eerder tekstdichter dan tekstschrijver; hij gebruikt welbewust poëtische middelen, zoals inversie, en een opvallende metriek om de zinnen doel te laten treffen. De voorstelling bestaat uit lange monologen vol stiltes. Er gaat een onthutsende uitzichtloosheid uit van tekst en spel, zonder dat dit ten koste gaat van de humor. De acteurs nemen de toeschouwers mee naar een soort nulpunt waar woede en weemoed om een mislukt, melancholiek bestaan elkaar in evenwicht houden. De agressieve rauwheid waar Nieuw-West ooit in excelleerde, heeft in Ammorbidire plaats gemaakt voor een meer reflexieve houding. Tegelijk beseffen beide acteurs dat woorden slechts wanbegrip creëren. Over verloren verliefdheid gaan de teksten dan ook niet, elk sentiment is er vreemd aan; ze gaan over, vrij vertaald, de zoete wanhoop van langgerekte grijze middagen waarop de wereld tot stilstand lijkt gekomen en waarop iemand zich kan afvragen: “Waar moet het heen met mijn leven?”

Dik Boutkan speelt met een natuurlijkheid alsof hij ter plekke zijn woorden bedenkt en uitspreekt. Er is geen moment sprake van "acteren", van "vertolken". Hij denkt hardop, praat traag met een mooie muzikale dictie. Zijn stille spel (blikrichting, oogopslag, handgebaar) is even indrukwekkend als zijn monologen dat zijn. Ergens in Marion van Wijk schuilt een tragédienne. Maar die houdt ze welbewust diep verborgen, slechts af en toe vangen we een glimp van haar op. Dit heeft tot gevolg dat haar speelstijl op subtiele manier zweeft tussen exaltatie en oprechtheid, tussen heftige bewogenheid en berusting. Aan het slot verzucht ze dat ze geen van tweeën "kunnen verdwijnen'. Noodlottiger inzicht is nauwelijks denkbaar. De gedachtenwisseling tussen Dik Boutkan en Marion van Wijk is als een duet van doorleefde smart.