Een vrije jongen

Voor Lajos Petöfi is de vlucht van Boedapest naar Amsterdam een routineklus. Iedere drie, vier weken vliegt deze Hongaar naar Nederland om daar tweedehands meubels en schoenen te kopen. Die gaan in volle vrachtwagens naar Hongarije en daar verkoopt hij ze tegen het viervoudige van de inkoopprijs.

“Ik zeg tegen mijn klanten: willen jullie nog langer meubelen van formica en van spaanplaat in je huis hebben? Gooi die ellendige communistische troep er uit en vervang het door echt, massief eiken!” demonstreert Petöfi de verkooptechniek die hij zijn medewerkers leert - en het slaat aan. In verscheidene Hongaarse steden heeft hij winkels geopend met voor de deur een eerlijk stuk eiken.

Onlangs verkocht hij in een provinciestad in een week zijn voorraad van drie containers tweedehands meubels uit Nederland, opbrengst 600.000 forint (15.000 gulden).

Vooral bankstellen doen het goed in Hongarije en Petöfi is zeer te spreken over de Nederlandse kwaliteit. Hij wordt niet bedonderd, de spullen zijn degelijk en het tweedehands aanbod is onuitputtelijk. Het Leger des Heils behoort tot zijn vaste toeleveranciers.

Het zakenleven van Lajos Petöfi begon twee jaar geleden, na de politieke omwenteling in Hongarije en het herstel van de markteconomie. Voor die tijd had hij voor de Hongaarse communistische partij iets in het buitenland gedaan en had hij bij een vakbond gewerkt. Nu is Lajos, een sympathiek ogende veertiger, in onopvallende kleren, een van de vele Hongaren die de economische hervormingen inkleuren.

Terwijl ministers, ambtenaren en bankiers afgelopen week in Boedapest de jaarvergadering van de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling bijwoonden en zich het hoofd braken over de vraag hoe de erfenis van het communisme gesaneerd moet worden, brengt Lajos Petöfi het vrije ondernemerschap in de praktijk. “Ik saneer al die bedrijven”, zegt hij resoluut. Want door de import van afgedragen Nederlandse schoenen en versleten bankstellen kopen zijn Hongaarse klanten geen schoenen en meubels meer van lokaal fabrikaat. De kwaliteit daarvan is zo slecht, verzekert Lajos, dat de Hongaren liever tweedehands uit Nederland hebben dan nieuw van eigen bodem.

Hij moet hartelijk lachen om het standaard-recept van de economische deskundigen: de export van goedkope Hongaarse produkten naar West-Europa. De kwaliteit is beneden de maat, dat wordt nooit iets zolang ze uit verwaarloosde staatsbedrijven afkomstig zijn. Hardop peinst hij over de mogelijkheid om een permanent inkoopkantoortje in Nederland te vestigen of om afgedankte Nederlandse legerschoenen op te kopen. Die zullen een onverbiddelijk succes zijn in Hongarije, gelooft hij.

De Europese ontwikkelingsbank dacht vorige week na over manieren om de sanering van de voormalige communistische industrieën te financieren. Mijn reisgenoot heeft ervan gehoord ("de Attali-bank') en hij ziet er niets in. “Laat die staatsbedrijven maar wegrotten.”

In de overheid of in bankiers heeft hij geen enkel vertrouwen. Zijn handel is gebouwd op cash en hij slaat veelbetekenend op de uitstulping onder zijn leger-jack. Alles wordt contant afgerekend, in Nederland in guldens en in Hongarije in forinten die hij vanwege de valutabeperkingen zwart omwisselt in harde munt. Maar de import is vrij, hij houdt zich aan de regels en betaalt belastingen.

Met de privatiseringsprogramma's van de overheid heeft Lajos Petöfi geen goede ervaring. Voor de opslag van zijn goederen had hij graag een bedrijfsruimte gekocht, maar de staat vroeg een exorbitante prijs voor het onroerend goed van een voormalig staatscomplex. Dus heeft hij zelf een loods gebouwd. En dan te bedenken, zegt hij, dat de staat de fabrieksgebouwen indertijd voor niets in handen heeft gekregen met de communistische nationalisaties en nu delen van die gebouwen verkoopt om met de opbrengst ervan de voormalige staatsfabrieken op de been te houden die maar door blijven gaan met de produktie van goederen die geen mens wil kopen. En hij lacht en hij is tevreden, want hij gaat naar Nederland waar het gras groener is dan waar ook ter wereld en waar de beste kwaliteit afgedankte eikenhouten meubels, kleren en schoenen te koop zijn.