Ebony Band speelt werk van verguisde componisten; Rusteloze muzikale speurtocht

Concert: Entartete Musik: Donaueschingen; Ebony Band o.l.v. Werner Herbers, m.m.v. Bernadette ter Heyne (zang) en Wilfried van Poppel (dans). Programma: muziek van Schulhoff, Merikanto, Wellesz, Hába, Erdmann, Horwitz, Hauer en Hindemith. Gehoord: 17/4 Kleine Zaal Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht. Volgende concert in deze serie: 1/5 aldaar (muziek van het Bauhaus).

Bartoks Tweede Strijkkwartet werd door de jury van het in 1920 opgerichte "Festival ter Bevordering van Nieuwe Muziek' in Donaueschingen afgewezen. Maar de uit kwarttonen opgebouwde strijkkwartetten van Alois Hába werden juichend ontvangen. Echt verwonderlijk is dat niet, want onder voorzitterschap van Richard Strauss had de selectiecommissie van "Donaueschinger Musiktage' van meet af aan haar voorkeur uitgesproken voor "nog onbekende of omstreden componisten', wiens composities "veeleer een belofte dan een vervulling' betekenden.

Zo moesten Milhaud, Reger en "aanvankelijk' Schönberg in Donaueschingen wijken voor volslagen onbekende goden als Erwin Schulhoff, Karl Horwitz en Aarre Merikanto. Dergelijke componisten stemden overeen in een rusteloze speurtocht naar nieuwe wegen in de muziek, zodat ze al gauw als de geesteszieke bedreigers van de "zuivere Germaanse cultuur' werden gezien. Onder invloed van de nazi's verdwenen hun experimentele partituren op de brandstapel of in de doofpot.

Totdat hoboïst Werner Herbers, voormalig artistiek leider van het Nederlands Blazers Ensemble, in 1990 een voorzieningsfonds voor verguisde componisten uit de jaren twintig en dertig oprichtte: de Ebony Band, een ensemble dat zich ten doel stelt "moderne, ongebruikelijke muziek van deze eeuw' uit te voeren, waarbij de voorkeur uitgaat naar "Entartete Musik' van tussen de beide wereldoorlogen.

Nadat al eerder de politieke muziek en het muzikale absurdisme uit deze periode centraal stonden, bracht de Ebony Band ditmaal partituren ten gehore die tijdens de eerste jaren van het Donaueschinger Festival (1921-1926) aan bod kwamen. De blazers, de strijkers, de slagwerkers, de pianist, de accordeonist en de zangeres waaruit Herbers Ebony Band voor deze gelegenheid was opgebouwd, maakte gisteravond duidelijk dat de muziek van componisten als Merikanto, Wellesz, Hába, Horwitz en Hauer onmogelijk onder één noemer te vangen is.

Zo wekten het somber-expressionistische Konzert van de Finse Merikanto en de indringend-romantische liederen van Horwitz onmiddellijk associaties met de jongere Schönberg, terwijl Schulhoffs beweeglijke Concertino veeleer verwantschap vertoonde met het werk van de componisten van de Franse "Groupe des Six'. De pianomuziek van Eduard Erdmann liet zich beluisteren als post-romantisch met een vleugje Debussy. Josef Matthias Hauer bewees met zijn atonale maar intens emotionele Fünf Stücke für Quartett in zeggingskracht en originaliteit niet per definitie onder te doen voor zijn grote rivaal Schönberg.

Het nogal verwarde en rijkelijk met oosterse thema's versierde Persisches Ballett van Egon Wellesz werd gered door de geconcentreerde balletsolo van Wilfried Poppel (een eigen enscenering in stijl van de zogenaamde "Ausdruckstanz'), maar het Largo voor strijkkwartet van Hába ging aan nèt niet helemaal zuivere kwarttonen ten onder. De volgens aanwijzingen in de partituur van de achter een kamerscherm vertolkte Finale uit Hindemiths enerverende Kammermusik nr 1, maakte duidelijk waarom deze componist wèl aan de vergetelheid wist te ontsnappen. Echte kwaliteit laat zich nu eenmaal niet zo makkelijk verjagen. De Ebony Band vertolkte al deze stukken alert en met aanstekelijk enthousiasme, waarbij het expressieve en gestroomlijnde vioolspel van Marleen Asberg bijzondere vermelding verdient.