De verkiezingsaffiches zijn al bijna klaar;

Het wordt spannend. Het wordt manoeuvreren langs de rand. Het wordt de week van de politieke prestiges. Wat tamelijk onschuldig begon met een gesprek in het kabinet over een bezuiniging van "slechts' 1,4 miljard gulden in 1993, is in enkele weken tijd geëscaleerd tot een strijd op een politiek mijnenveld. Met aftreden dreigende bewindslieden, waarschuwende fractievoorzitters en ontheemde politieke leiders - dat is op dit moment de situatie.

Wordt het crisis? Het woord is al zo vaak gevallen en wordt daarom een beetje inflatoir. Aan de andere kant, hoe vaker de term crisis valt, hoe slechter de sfeer en hoe groter dus ook de kans dat het eens een keer werkelijkheid wordt. Tot nu toe hebben de politieke leiders Lubbers en Kok een implosie van hun kabinet steeds weten te voorkomen met de bezweringsformule dat het allemaal wel goed zou komen. De hobbel moest worden genomen, of er moest even door de zure appel heen worden gebeten, maar daarna zou het kabinet echt gaan regeren! Maar het wordt niet beter, het blijft doormodderen met het derde kabinet Lubbers-III.

Alles wat het aanraakt verandert in puin. Of het nu een bezoek aan Zuid-Afrika is, een bezuinigingsoperatie, of het bestrijden van het fileprobleem - alles gaat met problemen gepaard. Althans dat is de beeldvorming en die is in het politieke bedrijf nu eenmaal van doorslaggevend belang.

Binnenskamers heeft CDA-fractievoorzitter Brinkman het kabinet al afgeschreven. Hij ziet het de twee jaar die het kabinet nog officieel te gaan heeft, niet meer goedkomen. Bij gebrek aan een alternatief heeft hij zich als belangrijkste taak gesteld er voor te zorgen dat de "jongens en meisjes in het kabinet' de hun nog resterende tijd niet te veel gekke dingen doen. Als het financieringstekort maar blijft dalen en de lasten voor burgers en bedrijven niet verder stijgen, dan heeft het kabinet wat hem betreft zijn taak meer dan voldoende volbracht.

Nee, dan zijn collega-fractievoorzitter Wöltgens van de PvdA. Die hoopte tot voor kort nog dat het kabinet nu eindelijk eens een einde zou maken aan een paar “zeurproblemen” die Nederland nu al decennia lang teisteren. Wöltgens wist altijd boeiend te vertellen over de “uitdagingen” waar het kabinet voor stond. Behoefte om het vanaf de zijlijn een beetje op te stuwen, had hij niet. Wöltgens vertrouwde op zijn partijgenoten die zich minister mogen noemen. Zoals het kabinet een beeld kreeg opgedrongen, kreeg Wöltgens dat. Ome Thijs, de goedzak uit Limbabwe met wie je geen ruzie kùnt maken, zelfs niet als je hem in zijn huidige winterslaap zou storen. Opeens keerde daar ook weer zijn troetelnaampje van jaren her frequent terug in de pers: Beertje Colargol.

Maar de beer is ontwaakt. Als het om belangrijke boodschappen gaat, weten politici hun zuil in Hilversum nog wel te vinden. Wöltgens deed dat afgelopen zaterdag “exclusief” voor de VARA-televisie. De toon was gemoedelijk, maar de inhoud bikkelhard: de bewindslieden op onderwijs hadden goede argumenten om zich te keren tegen de hen opgelegde bezuinigingen, op defensie viel best nog wel het een en ander te halen en als het dan allemaal zo moeilijk lag in het kabinet met bezuinigen, dan moest de BTW-verlaging waar iedereen zo de mond vol van had, maar niet doorgaan.

De partijgenoten Ritzen en Wallage worden gesteund, partijgenoot Ter Beek moet niet zeuren en last but not least partijgenoot en partijleider Kok, tevens minister van financiën, wordt met zijn voorstel om de BTW te verlagen de woestijn in gestuurd. En niet alleen hij, want met Kok ook nog de complete CDA-fractie en een groot deel van de CDA-bewindslieden.

Vroeger, toen elke nieuwe dag voor een doorgewinterde PvdA-politicus tevens een nieuwe strategie inhield, zou ongetwijfeld gesproken zijn van een "masterplan', nu komt het min of meer zo uit. Maar een feit is dat de PvdA eindelijk weer eens een herkenbaar thema heeft om een groot deel van het electoraat te mobiliseren. De keuze is duidelijk: iets extra's voor de werkers in het onderwijs en de gezondheidszorg, oftewel “degenen die nu al jaren achter elkaar aan de verkeerde kant van de streep zitten”, dan wel nog eens korten op diezelfde groepen om een BTW-verlaging voor iedereen mogelijk te maken. De teksten op de verkiezingsaffiches zijn bij wijze van spreken al klaar.

Het "trauma van 1982' zorgde ervoor dat de PvdA dit vraagstuk tot nu toe steeds uit de weg is gegaan. Het toenmalige "rampkabinet' Van Agt-Den Uyl legde de kloof bloot tussen economische werkelijkheid en het PvdA-verkiezingsprogramma. De PvdA stapte uit het kabinet om vervolgens zeven jaar lang vanuit de oppositie toe te kijken hoe centrum rechts de economie saneerde. "Blijven zitten en er bij blijven' was daarom sinds 1989 het devies van de partij, toen de PvdA eindelijk weer tot een kabinet werd toegelaten. Er werd fors bezuinigd, er werd ontkoppeld, er werd gesneden in de sociale zekerheid, maar de PvdA die immers "het licht van het realisme' had gezien bleef zitten. Men zou het in 1994 wel aan de kiezers uitleggen.

Maar die instelling is de afgelopen maanden meer en meer onder druk komen te staan. Naarmate de verkiezingen dichterbij komen, vragen PvdA-ers zich bezorgd af waarvoor ze zich al die ellende op de hals halen. De polls blijven maar wijzen op een halvering van de aanhang. En weer wordt het jaar 1982 erbij gehaald, maar nu in positieve zin. Toen haalde de PvdA bij de verkiezingen voor de provinciale staten slechts twintig procent van de stemmen en evenaarde daarmee bijna het absolute dieptepunt van 1970. Maar toen de PvdA ruim een maand later met het kabinet-Van Agt brak en er in september 1982 nieuwe verkiezingen werden gehouden, had de partij al weer dertig procent van de stemmen. Het adagium wie breekt betaalt, gaat lang niet altijd op. Als de breuk de kiezer maar voldoende aanspreekt.

Dat degene die breekt er vervolgens in een nieuw te vormen kabinet niet aan te pas komt, is een andere zaak. Dit was de afgelopen jaren de drijfveer voor het handelen van de PvdA. Maar deze vorm van toekomstgericht, tevens suïcidaal denken wordt met dag minder populair binnen de PvdA-fractie waar de klappen van een verkiezingsnederlaag het eerst voelbaar worden. Zei de oude Burger niet al “dat er voor socialisten wel wat te regeren moest blijven”? Welnu, wat bindt CDA en PvdA eigenlijk nog? Pronk die door het CDA onder curatele wordt geplaatst, de in de ogen van de CDA-fractie onaantastbare positie van de midden en hogere inkomens, de discussie over het plan Simons.

De sfeer in de PvdA laat zich het best omschrijven als "niets te verliezen en toch bang'. Een extra complicerende factor is dat het strijdpunt dat nu is gecreëerd tevens als een opstand tegen Kok kan worden uitgelegd. Want Kok is de man in het kabinet die als minister van financiën de bewindslieden van onderwijs de omstreden bezuiniging heeft opgelegd, zoals hij ook als minister van financiën een BTW-verlaging heeft voorgesteld. Kortom, de uiterste consequentie van het ferme verbale gedrag van Wöltgens - breken - zou haast niets anders kunnen betekenen dan dat behalve het kabinet, ook Kok wordt geofferd. Maar over de positie van "de leider' woedt onder PvdA-ers in de wandelgangen al langer een vrije discussie.

Wat zal het worden deze week? Lubbers en Kok werken gezamenlijk aan compromisteksten, aan die kant zit het probleem niet. De dreiging komt van elders. Lubbers zit met de handicap dat de CDA-fractie onder leiding van Brinkman steeds eigengereider opereert en zich weinig meer gelegen laat liggen aan de grote baas die immers toch aan zijn laatste termijn bezig is. Kok weet sinds dit weekeinde wat de PvdA-fractie van hem verwacht. Er is sprake van dualisme van de zuiverste soort. Maar het is in dit stadium eveneens dualisme van de gevaarlijkste soort.