De Klerk en Mandela even in bijrol; "Maak onze bisschop president en er zal vrede zijn'

MORIA, 21 APRIL. Het wereldlijk gezag leerde zijn plaats kennen. President F.W. De Klerk, ANC-president Nelson Mandela en Inkatha-Chief Mangosuthu Buthelezi moesten zondag in de stoffige vallei in Noord-Transvaal lang wachten op de werkelijke leider.

Op de jazzy marsmuziek van de fanfare betrad bisschop Barnabas Lekganyane (37) in groen gewaad met ambtsketting en grote zilveren ster het podium. De leider van de Zion Christian Church (ZCC), met 4,5 miljoen leden de grootste kerk van Afrika, schudde het drietal de hand en gaf ze het woord. Ze mochten de ruim één miljoen aanwezige ZCC'ers zo a-politiek als mogelijk toespreken over vrede en verzoening. Maar verder bleven de politici nederig in een bijrol. In de Heilige Stad Moria regeert God.

Een miljoen mensen bij elkaar maken een popconcert tot een theekransje. Een bijna Bijbels tafereel: overal zaten tienduizenden gelovigen groepsgewijs in het rode stof, tot hoog in de heuvels, de vrouwen in het blauw, groen en geel, het hoofd bedekt met wollen mutsen, de mannen in dikke khaki werkpakken of groene kostuums, al naar gelang hun functie in de sterk hiërarchisch georganiseerde kerk. Ordebewakers met sjambokken hoefden nauwelijks in te grijpen. De Zionisten zijn behalve een godsvruchtige, ook een gedisciplineerde gemeenschap. Men drinkt geen alcohol, rookt niet en eet geen varkensvlees. De pers was verzocht sigaretten thuis te laten en broodjes mee te nemen, maar zonder ham. De heren dienden jasje en das te dragen, de dames een lange rok, een blouse met mouwen en een hoed. Het werd een hete dag.

De ZCC, die niets te maken heeft met het joodse zionisme, is de grootste van de onafhankelijke zwarte kerken in Zuid-Afrika. De Kerk werd opgericht door de grootvader van de huidige bisschop. Tijdens de jaarlijkse Paasviering komen een tot twee miljoen mensen naar Moria bij Pietersburg. Ze slapen in tenten of op de grond. De volgelingen zijn herkenbaar aan een groen lapje met een ster op hun revers. Op zondag zoeken groepjes Zionisten in lange witte gewaden de schaduw van een boom op, waar ze uren dansend en zingend hun gebedsdienst houden. Ze worden met respect behandeld. In townships heet het dat dieven Zionisten ongemoeid laten. Hun handen raken verlamd wanneer ze er iets zouden wegnemen. De ZCC ziet zichzelf vooral als een Afrikaanse kerk, die het christendom in de Afrikaanse cultuur heeft geïntegreerd.

De kerk schrijft haar volgelingen gehoorzaamheid voor; ook aan het wettige gezag. Dat kwam haar in 1985 op kritiek uit de zwarte politieke beweging te staan, toen oud-president P.W. Botha de schare in Moria mocht toespreken. Binnen de Nationale Partij wordt lonkend gekeken naar de ZCC - één woord van de bisschop zou miljoenen zwarte stemmen kunnen opleveren voor een christendemocratische alliantie tegen het ANC. Maar de kerk, die de blanken het apartheidsverleden heeft vergeven, zegt buiten de politiek te willen blijven. Daarom ontvingen de drie hoofdrolspelers in de Zuidafrikaanse politiek elk een uitnodiging naar Moria te komen op de biddag tegen het geweld.

De redevoeringen van De Klerk en Buthelezi hadden als zondagse preek niet misstaan. Ze verklaarden zich tot belijdend christen en prezen de vreedzaamheid van de ZCC'ers. De Klerk schreef het geweld, waarbij wekelijks tientallen doden vallen, toe aan “duistere machten” die “niet zijn geïnteresseerd in verzoening, gerechtigheid en vrede” maar “macht willen en bereid zijn alles te doen om het te krijgen”.

Buthelezi, die onlangs in een rapport van de Internationale Commissie van Juristen in hoge mate verantwoordelijk werd gesteld voor het geweld, zei zich “soms diep te schamen om een zwarte Zuidafrikaan te zijn”. Hij haalde Martin Luther King en Mahatma Gandhi aan en sprak over zijn werk voor de vrede. Buthelezi zei nooit bij enige Inkathavergadering te hebben gezeten, waar zelfs maar werd gedacht over het gebruik van geweld.

Nelson Mandela wees op de overeenkomsten tussen het ANC en de ZCC, die beide staan voor vrijheid, tolerantie en democratie. Hij sprak over de zonde van de apartheid, waartegen het ANC “gehoorzaam aan God” had gestreden, en noemde een aantal ZCC-leden van zijn beweging bij naam. Het geweld weet Mandela aan “moordenaars zonder gezicht, die immuun zijn voor arrestatie en vervolging” - een hint naar de volgens hem te lakse regering.

Zo bezien leek het er weer op, dat geen van de partijen schuldig is aan het geweld. Maar Bisschop Lekganyane hield de politici in zijn slottoespraak voor dat “het bloedbad, de rellen en de instabiliteit in Zuid-Afrika zowel door de leiders als hun volgelingen wordt veroorzaakt”. Hij riep hen op hun emoties te controleren, omdat ze daarmee het geweld tussen hun aanhangers opstoken. Een ZCC'er wist de oplossing: “Maak onze bisschop president en er zal nooit meer geweld zijn. Zelfs de blanken zullen gedisciplineerd leven”.