BUITENLANDER GEEFT UITSTRALING

Om negen uur, liefst zes uur voor de start van de grote finale bij de Europa Cup hockey voor landskampioenen, moest de Nederlandse titelhouder Bloemendaal gisterochtend in het bijna lege Wagenerstadion om de bronzen medaille (2-1 winst tegen Club de France) spelen. Coach Pieter Offerman noemde het duel in alle vroegte “een straf”.

Opvallend genoeg speelt Nederland Hockeyland meestal een bijrol in het Europese clubkampioenschap bij de mannen. In het 24-jarige bestaan van het evenement won maar vier keer een club uit de nationale hoofdklasse. De nederlaag van Bloemendaal werd door bondscoach Hans Jorritsma aangegrepen om maar weer eens zijn bezorgdheid uit te spreken over het Nederlandse hockey. Volgens de Amsterdammer maken de meeste clubs te weinig trainingsuren.

De resultaten van het Europa-Cuptoernooi geven een vertekend beeld geven van de sterkte van de Nederlandse competitie ten opzichte van die in andere landen. In het buitenland zijn de internationals vaak over slechts een paar verenigingen verdeeld. Dat maakt bepaalde clubteams bijzonder sterk, bijvoorbeeld Frankfurt 1880 (winnaar van '71 tot '75), Southgate ('76-'78), Dinamo Alma Ata ('82-'83) en nu het Duitse Uhlenhorst en het Spaanse Atletico Terrassa. Deze ploegen stonden gisteren voor de vierde achtereenvolgende keer in de EC-eindstrijd. Net zoals in de voorgaande jaren won Uhlenhorst, met liefst 7-2. De ijzersterke winnaar levert zes hockeyers aan de Duitse nationale ploeg en het elftal van Spanje bestaat voor meer dan de helft uit spelers van Terrassa. “Klein Zwitserland had in de tijd dat het de Europa Cup won ook zeven, acht internationals”, constateert Pieter Offerman. Bloemendaal heeft momenteel drie A-internationals in de gelederen.

Ondanks de magere oogst van de Nederlandse clubteams in de Europa Cup is de hoofdklasse een aantrekkelijke competitie voor buitenlanders. Verscheidene spelers hebben te kennen gegeven in Nederland te willen hockeyen. Dat er tot nu toe slechts een handvol buitenlandse hockeyers in Nederland heeft gespeeld heeft alles met financiën te maken. Klein Zwitserland had bijvoorbeeld eens serieuze contacten met topspeler Stefan Blöcher, maar de Duitser verlangde een riant salaris. En nu is Carsten Fischer, de strafcornerspecialist van Uhlenhorst, benaderd door een paar hoofdklassers. De kale verdediger acht het echter uitgesloten dat hij komend seizoen in Nederland zal komen spelen. “Ik heb ooit eens gezegd dat ik wel eens in Nederland wil hockeyen, maar niet waar en wanneer.” Fischer is als arts werkzaam in Duitsland.

Zelfs als een buitenlandse speler naast het hockey gewoon wil werken blijkt het een moeilijke zaak. Behalve een werkkring moet er ook voor woonruimte worden gezorgd. Het kost veel energie en de vraag voor een club is of het dat allemaal wel waard is. Bij KZ speelde twee seizoenen geleden de Australiër Steve Colledge. Voor hem en zijn echtgenote werd geen geschikt werk gevonden. Zijn vrouw was lerares, maar kwam uiteindelijk als vakkenvulster in een supermarkt terecht. Tegenwoordig verdient Colledge een goed salaris als trainer-speler bij Club de France uit Parijs, de nummer vier van het afgelopen Europa-Cuptoernooi.

Amsterdam en HGC proberen momenteel faciliteiten te creëren voor de drie Australische internationals die te kennen hebben gegeven in Nederland te willen spelen. Het gaat om Graham Reid en Andrew Deane voor Amsterdam en Steve Davies voor HGC. Soms kan bij een transfer van een buitenlandse speler een sponsor de helpende hand toesteken door een woning, auto of baan beschikbaar te stellen. De Fransman Mordac speelt al geruime tijd bij Amsterdam en werkt bij sponsor NCM. Bij Laren dat op het één na hoogste niveau uitkomt loopt al veertien maanden de Argentijnse international Verga rond. “Alles draait in zo'n geval om connecties”, constateert Donald Drost, trainer-coach van de Europa-Cupwinnaar bij de vrouwen, Amsterdam, en volgend seizoen technisch leider bij de mannen van Kampong. Drost zou het een goede zaak vinden als er een paar buitenlanders in de hoofdklasse komen spelen. “Vooral als het om echte topspelers gaat.” Marc Delissen, aanvoerder van HGC en Oranje: “Een goede buitenlander geeft de competitie een bepaalde uitstraling. Iedereen wil dan toch zo'n kerel zien spelen.”

Bloemendaal-coach Pieter Offerman juicht de komst van buitenlandse hockeyers daarentegen niet toe. “Wat schieten we er mee op als zo'n Australiër even een jaartje in Europa wil freewheelen en dan maar in Nederland komt spelen? Daarmee bouw je niets op. Een buitenlander neemt wel de plaats van een talent in.” Offerman wijst op de basketbalcompetitie. “Die is uiteindelijk ook niet beter geworden van al dat in- en uitlopen van buitenlanders.” Bloemendaal zal derhalve niet meedoen in de slag om geïnteresseerde buitenlanders. “Of ze moeten echt op hun knieën naar ons toekomen.” Lo van Noortwijk, de voorzitter van Bloemendaal, vindt dat er een verkeerde weg wordt ingeslagen indien zijn club spelers van over de grens zou inlijven. “Dat neigt naar professionalisering. En dat willen wij niet. Waar moeten trouwens het geld vandaan halen? We hebben al grote moeite een hoofdsponsor te vinden.”

Bloemendaal zal derhalve met spelers uit eigen gelederen een nieuwe ploeg opbouwen. Van de drie routiniers hebben Marc Benninga en Hendrik-Jan Kooijman aangekondigd te stoppen met tophockey. Cees-Jan Diepeveen beslist later over zijn sportieve toekomst. Coach Offerman verwacht niet dat Bloemendaal volgend seizoen kampioen zal worden, “maar we blijven wel in de kopgroep. Dat moet makkelijk kunnen. We hebben vier spelers in Jong Oranje en drie in de A-jeugd van Nederland.”