BENNY HILL 1992 - 1992; Engelse humor

Benny Hill, die gisteravond dood werd aangetroffen in zijn woning in Londen, was de populairste tv-komiek ter wereld. Zijn shows werden in tachtig landen uitgezonden - behalve in zijn eigen Engeland, waar hij drie jaar geleden van het scherm verdween omdat zijn grappen te sexistisch werden bevonden. Sinds een half jaar was er echter een campagne op gang om zijn comeback te bewerkstelligen. Hij werd 67 jaar en leed aan hartklachten.

Benny (eigenlijk Alfred) Hill werkte in het variété als aangever en muzikaal komiek, maar maakte al in 1955 zijn eerste tv-show en verscheen sindsdien zelden meer in het theater. Hij ontwikkelde een visuele stijl, gebruik makend van moderne tv-technieken en de oude, versnelde slapstick-effecten uit de stomme film. Veel van zijn grappen waren tot leven gewekte cartoons, waarbij hij zelf meestal de slachtofferrol speelde: “Een man die succes heeft, is niet grappig. Alleen een mislukkeling is grappig.”

Op aandringen van het commerciële tv-station dat zijn shows over de hele wereld verkocht, maakte hij steeds minder gebruik van de taal. Zijn grappen kregen gaandeweg het karakter van de traditionele seaside postcards: oude snoeper kijkt zijn ogen uit op fraaie vrouwen, tot hij van bazige echtgenote de deegrol op de kop krijgt. Het bleef bij kijken, tot aanraken kwam het nooit. De suggestie was ondeugend, maar de uitwerking bleef volstrekt onschuldig - vooral door het ontwapenend betrapte hoofd van Benny Hill zelf, met zijn stoute ogen in het gnuivende vollemaansgezicht. Toch vonden de programmaleiders in 1988, dat hij met zijn stal van in bikini gehulde jongedames niet langer acceptabel was. “We hebben nu de idiote situatie dat Benny Hill voor de hele wereld de verpersoonlijking van Engelse humor is,” zei één van zijn collega's vorig najaar, “terwijl hij in zijn eigen land taboe is.”

Benny Hill was miljonair en rentenierde, maar bleef in zijn onafscheidelijke opschrijfboekje nieuwe grappen noteren. En oude, want in zijn genre ging het om de burleske grappigheid van mannetjes die in zeven sloten tegelijk lopen en niettemin welgemutst op weg gaan naar de achtste - en die is eeuwig.