Zeventien manieren om een ei te kwellen

Pasen, eiertijd. De huishoudelijke voorraad kippe-eieren bereikt dit weekend weer zijn jaarlijks hoogtepunt. De eieren lenen zich niet alleen goed tot beschildering, maar ook tot huis-tuin-en-keuken experimentatie. Zeventien tips voor wie met verf en penseel zijn ei niet kwijt kan.

Uitademend ei

Benodigd: rauw ei, mesje, dun limonaderietje, kaars, glas water.

Proef: maak aan de bolle kant van het ei een klein rond gaatje, zodat u uitkomt in de luchtkamer. Steek het rietje door het gaatje. Dicht de kieren af met een druppel kaarsvet. Dompel het ei onder water in het glas en blaas door het rietje. Uit het ei komen belletjes te voorschijn, vooral aan de stompe kant.

Verklaring: de eischaal bevat zo'n 10.000 poriën, waardoor het kan ademen. De meeste en de grootste poriën zitten bij de luchtkamer aan de stompe kant. Samen beslaan de poriën een oppervlak van ongeveer vierkante millimeter.

Spuwend ei

Benodigd: rauw ei, mesje, limonaderietje, kaars, glas water.

Proef: verwijder een stukje schaal aan de bolle kant van het ei, zonder de schaalvliezen te beschadigen. Maak een gaatje aan de spitse kant en steek daardoor het limonaderietje, zover dat het uiteinde ongeveer in de dooier zit. Dicht de kier rond het rietje af met kaarsvet. Zet het ei met het rietje in een glas met een bodempje water. Na enige tijd komt door het rietje struif naar boven en loopt het rietje zelfs over.

Verklaring: het "spuwen' van het ei gebeurt door osmose. Het schaalvlies is doorlaatbaar voor water, maar niet voor grotere moleculen zoals eiwitten. Daarvan zit het ei barstensvol, maar bevat het water niets. Omdat twee oplossingen van verschillende concentraties altijd willen mengen en de eiwitten niet uit het ei naar buiten kunnen, gaan de watermoleculen naar binnen. De osmotische zuigkracht is voldoende groot om aan de bovenkant struif door het rietje naar boven te duwen. Het spuwende ei is een model voor een plant die water opzuigt uit de bodem.

Ei in de fles

Benodigd: gepeld hardgekookt ei, melkfles, beetje spiritus, lucifer.

Proef: giet wat spiritus in de fles, steek deze aan en plaats het ei op de flessehals. Het ei floept naar binnen.

Verklaring: door de verbranding van de spiritus daalt de luchtdruk in de (door het ei afgesloten) fles, waardoor deze naar binnen wordt gezogen. Het succes van de proef hangt af van de grootte van het ei: het moet uiteraard groter zijn dan de halsopening, maar ook weer niet te groot. De proef laat zich goed presenteren als raadsel, bijvoorbeeld bij verjaarspartijen of een Paasontbijt.

Ei uit de fles

Benodigd: gepeld hardgekookt ei in melkfles (zie "Ei in fles').

Proef: houd de fles op zijn kop en blaas krachtig. Het ei floept naar buiten, de mond in.

Verklaring: als het ei tegen de halsopening aan zit, werkt het als een ventiel. Door lucht naar binnen te blazen neemt de druk in de fles toe, waardoor het ei naar buiten wordt gedrukt.

Traag ei

Benodigd: een rauw en een hardgekookt ei, een bord.

Proef: leg een ei op het bord, pak het tussen duim en wijsvinger en geef het een harde zet zodat het snel gaat draaien. Stop het ei af door het even met de vinger aan te raken. Kijk wat er gebeurt. Doe hetzelfde met het andere ei. Een van de eieren (het rauwe) zal na te zijn gestopt opnieuw gaan draaien.

Verklaring: het rauwe ei is van binnen vloeibaar. Als de schaal is stopgezet, blijft het struif draaien. Wordt de vinger weggehaald, dan gaat het hele ei weer meedraaien, door het behoud van impulsmoment. Vergeetachtige chef-koks gebruiken deze truc om van eieren uit te zoeken of ze al dan niet gekookt zijn.

Ei-schouwen

Benodigd: rauw ei (liefst wit), wc-rolkoker, staafzaklantaarn, plakband.

Proef: zet het wc-kokertje met plakband vast op de zaklamp. Plaats het ei met de stompe kant op het kokertje, zoek een verduisterd vertrek op en ontsteek de zaklamp. Het inwendige is nu te zien.

Verklaring: het ei is voldoende doorzichtig om te kunnen worden geïnspecteerd met een bundel invallend licht. Duidelijk te zien zijn de luchtkamer aan de stompe kant en eventuele barstjes en scheurtjes in de eischaal. Om deze op te sporen wordt in de pluimveehouderij de methode van het "schouwen' vaak gebruikt.

Ook onderscheidbaar, maar minder scherp, is de eidooier.

Ei-kijken

Benodigd: rauw ei, bord.

Proef: tik het ei kapot en laat de inhoud op het bord uitlopen. Bestudeer de verschillene delen van het ei.

Verklaring: op de dooier is een klein wit puntje waarneembaar. Dit is de kiemschijf, waarin het geval van bevruchting de embryonale ontwikkeling begint. Het ei-wit vloeit uit in twee delen: het dikke en het dunne. Het compacte dikke eiwit ligt in een rondje rond de dooier. Het bevat een bacteriedodende verbinding die de dooier en de kiem beschermt. Het dunne eiwit, dat veel verder uitvloeit, bevat deze stof niet. Hoe verser het ei, hoe meer dik eiwit. In het dikke eiwit zijn ook de hagelsnoeren te zien, gedraaide witte eiwitstrengen die de dooier op zijn plaats houden. Aan de spitse kant van het ei zitten er drie, aan de stompe twee.

Staand ei (1)

Benodigd: ei, wat zout.

Proef: strooi wat zout op een glad oppervlak, zet het ei erop en blaas voorzichtig het losliggende zout weg. Het ei staat nu rechtop.

Verklaring: een flauwe truc, maar wel eleganter dan het kapotgemaakte "ei van Columbus'.

Staand ei (2)

Benodigd: hardgekookt ei, vlakke tafel.

Proef: neem het ei tussen duim en wijsvinger en geef er een flinke slinger aan zodat het gaat draaien. Als het hard genoeg draait, richt het ei zich verticaal op om rechtstandig verder te tollen. Meestal tolt het op zijn punt, een enkele keer op zijn stompe kant.

Verklaring: gecompliceerd. De wrijvingskrachten tussen tafeloppervlak zorgen, in combinatie met het behoud van impulsmoment, voor de oprichting van het ei.

Ei op fles

Benodigd: ei, wijn- of melkfles, kurk, twee even zware vorken.

Proef: hol de kurk aan een kant een beetje uit, zodat de stompe punt van het ei erin past. Prik de vorken ter weerszijden in de kurk, zodat ze naar beneden hangen. Plaats het ei met de spitse kant op de rand van de flessehals en plaats de kurk met de vorken erop. Ondanks het feit dat het op zijn spitse punt staat, blijft het ei rechtop staan.

Verklaring: door het gewicht van de vorken wordt het zwaartepunt verlaagd. Daardoor is het ei in staat tot dit staaltje van evenwichtskunst.

Ei als raketmotor

Benodigd: rauw ei, twee ijzerdraadjes, aluminiumfolie, lijm, het water, wastafel, bijna opgebrand waxinelichtje.

Proef: prik aan boven- en onderkant van het ei een gaatje en blaas het uit. Sluit een van de gaatjes af met een druppeltje lijm. Vouw van het folie een bootje (ca. 5 bij 8 cm), zet het waxinelichtje erin en plaats hierboven twee ijzerdraadjes waarop het ei kan liggen. Doe wat heet water in de lege eierschaal, ontsteek het waxinelichtje en leg het ei boven de vlam. Het ei gaat stoom uitstoten en het bootje gaat varen.

Verklaring: het bootje wordt voortgestuwd door raketaandrijving. Het water in het ei gaat koken en de stoom blaast door het gaatje weg. De stoomstraal wekt een even grote, tegengestelde reactiekracht op (derde wet van Newton). Deze duwt het bootje de andere kant op.

Ei-planetarium

Benodigd: halve eierschaal, bord, wat water.

Proef: maak de rand van het bord nat en zet de eierschaal er op. Houd het bord in de hand en laat het flink hellen. De eierdop gaat om zijn eigen as wentelend langs de rand van het bord zakken. Om een hele omwenteling vol te maken, het bord meedraaien.

Verklaring: het ei draait om zijn as omdat de rand van het bord naar binnen helt. Het valt er niet af omdat het via het water aan de rand blijft kleven. De eierdop simuleert de beweging van de maan rond de aarde.

Ei van Pisa

Benodigd: rauw ei, fijn tafelzout, witte correctievloeistof.

Proef: blaas het ei uit, laat het van binnen goed uitdrogen en doe er zoveel fijn tafelzout in dat het ei voor een kwart vol zit. Maak de gaatjes onzichtbaar dicht met correctievloeistof. Zet het ei op zijn spitse punt schuin neer en het blijft staan.

Verklaring: het zwaartepunt van de deels opgevulde eierschaal is verlaagd, waardoor het gemakkelijk schuin kan staan.

Zwevend ei

Benodigd: vers rauw ei, doorzichtige vaas of pot, water, zout.

Proef: vul de pot voor de helft met water en los daarin een grote hoeveelheid zout op. Leg het op de zoutoplossing. Giet de pot voorzichtig langs de rand verder vol met gewoon water. Het ei blijft op zijn plaats en lijkt te zweven.

Verklaring: verse rauwe eieren zinken in water naar de bodem. In zout water, dat een hogere dichtheid heeft, blijven eieren drijven. Het ei lijkt te zweven, maar drijft in werkelijkheid op de onderste laag in de vaas.

Gepekeld ei

Benodigd: gepeld hardgekookt ei, pekeloplossing (water met zout en azijn).

Proef: leg het ei in de oplossing. Het blijft eerst drijven, maar begint na verloop van tijd te zinken.

Verklaring: eerst is de dichtheid van het ei kleiner dan die van de oplossing. Maar door diffusie neemt het ei extra vocht op, neemt de dichtheid toe en gaat het zinken.

Gezwollen ei

Benodigd: rauw ei, azijn, water.

Proef: dompel het ei onder in azijn totdat de schaal zacht is geworden. Giet de azijn af en dompel het ei onder water. Wacht enkele dagen. Het ei zwelt op totdat de eischaal barst.

Verklaring: het ei trekt door osmose water aan. Omdat het eierstruif er nergens uitkan, barst uiteindelijk de schaal.

Zilveren ei

Benodigd: rauw ei, kom water, kaars.

Proef: maak het ei zwart door het te roeten in de kaarsvlam. Leg het in de kom met water. Onder water neemt het een zilverachtige metaalglans aan.