Voor Haagse politici is Limburg folklore

DEN HAAG, 18 APRIL. Hoe moet een politicus reageren op een ramp? De draaiboeken liggen klaar als het om het buitenland gaat. Een enorme aardbeving in Mexico, een natuurramp in Colombia, een vulkaanuitbarsting op de Filippijnen, droogte in Ethiopië of een orkaan op Haïti - dan treedt de minister van buitenlandse zaken op om namens de regering zijn "medeleven' te tonen.

Maar wat moet er gebeuren als de ramp zich afspeelt binnen de eigen veilige landsgrenzen, als de politici de schok ook zelf voelen? Dan moet de minister van binnenlandse zaken, minister Dales, optreden. Maar zij houdt zich op de vlakte. Zij zegt in haar eerste reactie dat de overheid geen juridische verantwoordelijkheid draagt ingeval van een aardbeving. Ze gaat ook geen kijkje nemen want ze “wil er niemand in de weg lopen”.

Toen in Italië tientallen doden vielen bij een treinongeval kwam nog dezelfde dag de toenmalige president Pertini de slachtoffers bezoeken. Toen in de rivier de Potomac bij Washington een vliegtuig in het water neerstortte, deed president Reagan hetzelfde. Toen bij een vliegtuigshow in Duitsland twee toestellen van een Italiaans demonstratieteam met elkaar botsten en de brokstukken in het publiek terechtkwamen, bezocht president Von Weiszäcker de slachtoffers. En zelfs de toenmalige Sovjet-president Gorbatsjov bezocht slachtoffers toen in Siberië hele treinstellen bij een gasexplosie de lucht in vlogen. In Nederland is het echter maar afwachten of de politiek ook belangstelling heeft voor het lot van burgers.

Die belangstelling had minister Ter Beek wel toen eerder dit jaar een F-16 van de luchtmacht op een woonwijk in Hengelo neerstortte. Hij was dezelfde dag ter plaatse om zich te informeren. Dat heeft niets te maken met in de weg lopen - dat zal een bewindspersoon ongetwijfeld doen - maar alles met verbondenheid. De politiek pretendeert dichtbij de mensen te staan, maar is voor het gevoel van de mensen ver weg als er iets gebeurt.

Limburg behoort tot Nederland, al zullen weinig Limburgers op de eerste dag na de aardbeving dat gevoel hebben gehad. In Limburg heerst een soms wat andere politieke cultuur. Politici zijn er vaker bij lokale feesten, voetbalwedstrijden en andere evenementen. Voor Haagse politici is dat allemaal regionale folklore: zij hebben de neiging om er denigrerend over te spreken. Maar de Limburgse afgevaardigden staan wel dichter bij hun kiezers.

Pag.3: Limburg bracht zelf hulp op gang

Het was dan ook de Limburgse politiek die de bal in Den Haag aan het rollen bracht. J. van Rey, VVD-Kamerlid, afkomstig uit het epicentrum Roermond stelde dinsdagochtend meteen schriftelijke vragen aan het kabinet. En ook de CDA-afdeling Roermond richtte zich tot het kabinet in Den Haag en tot de Europese Commissie.

Minister Dales hield de boot af, want elke belofte zou geld kunnen kosten. De politieke partijen werden langzamerhand wakker geschud en de grote fracties vonden “dat er iets moest worden gedaan”. Ook Dales werd duidelijk dat passiviteit niet meer verdedigbaar was. Maar eerst was er nog een ronde "interdepartmentaal overleg' nodig tussen zes ministeries voordat het kabinet, vier dagen na de aardbeving, met 7,5 miljoen over de brug kwam.

Vice-premier Kok, geïrriteerd over de nonchalante houding van zijn collega-minister, maakte de gift bekend. Dales zal met de verzekeraars praten over hun "kartelgedrag', en woensdag zelfs naar Limburg reizen om te spreken met de gedupeerden. Meer dan een week na de aardbeving. De minister gaat, als het puin is geruimd. Ze zal er inderdaad “niemand in de weg lopen”.