Volgens Argentin is met werelduurrecord Moser moderne wielrennen ontstaan; Buiten Italië staat de wielersport stil

TONGEREN, 18 APRIL. In de kelder van het hotel liggen in een doos de resten van wat eens een fraaie en vooral dure Colnago-fiets was. Moreno Argentin koestert de delen als een kostbaar bewijsstuk in de rechtzaak die hij wil aanspannen tegen de organisatie van de Ronde van Vlaanderen. Hij wil in elk geval dat de Belgen de schade vergoeden die de chauffeur van een neutrale materiaalauto aanrichtte, toen deze twee weken geleden over zijn fiets reed.

Hij heeft nog geluk gehad, vindt de Italiaan. De auto had over zijn benen kunnen rijden. Hij was gevallen nadat hij even tevoren zijn ploegmaat Sörensen een nieuw wiel had gegeven. Hij tuimelde in de berm, waarop een haastige materiaalauto hem in volle vaart voorbijreed. Tot op de dag van vandaag heeft hij niets uit Belgische hoek vernomen.

De woede heeft plaats gemaakt voor een zakelijke houding. Hij wil geld èn recht. Hij is naar de Italiaanse rennersorganisatie geweest die de zaak moet uitzoeken. Op de dag zelf was hij buiten zinnen geweest. Hij had de strijd gestaakt en was bij een auto van zijn ploeg ingestapt. Bij de Muur van Geraardsbergen had hij de chauffeur teruggezien. Hij was naar hem toegestapt en had hem links en rechts een klap om z'n oren gegeven.

Het incident had nog meer gevolgen. Toen hij de volgende dag een verkenningstocht maakte op het parcours van Parijs-Roubaix, merkte Argentin dat een knie pijn deed. Mogelijk had hij zich bij de val nog bezeerd. Hij vertrok naar huis, liet zich onderzoeken, waarna hij besloot niet in de Hel van het Noorden te starten. Elke andere klassieker had hij wel kunnen rijden, maar deze met die kasseien, niet. Voor de eerste maal zou hij aan Parijs-Roubaix meedoen. Jammer. Maar ja, hij had al Milaan-Sanremo verloren. Wilde hij nog een klassieker dit voorjaar winnen, dan diende hij zich te sparen.

Zijn ogen zijn van echt bruin. Vriendelijk. Ze accentueren zijn innemende glimlach. Moreno Argentin (31) straalt zelfvertrouwen uit. Als Giorgio Furlan even langskomt in de hotelbar, stelt hij hem voor als de “campione”. Ze hebben woensdagavond veel champagne gedronken. “Omdat de ploeg de Waalse Pijl had gewonnen”. Nee, Argentin is niet meer de kopman. “Dat is voorbij”, bezweert hij als zijn luidruchtige ploeggenoten zijn verdwenen. “Misschien ben ik wel op de meeste dagen wel de sterkste, maar daarmee ben ik nog niet per definitie de kopman.”

Hij haalt de Ronde van Vlaanderen aan. Hij was de favoriet, zeker. Maar Sörensen voelde zich die dag beter. Daarom gaf hij zijn Deense ploeggenoot een wiel toen deze pech kreeg. En de Waalse Pijl. “Iedereen lette op mij. Dan is het makkelijk als je nog een paar ploeggenoten bij je hebt die kunnen aanvallen. Wielrennen is niet alleen hardfietsen en aanvallen, maar ook nadenken en proberen slimmer te zijn dan je tegenstanders. Theunisse kan dat niet, die verraadt zichzelf. Dan moet je niet klagen achteraf. Zondag, in Luik-Bastenaken-Luik, zal hij hetzelfde doen. Zo zit hij nu eenmaal inelkaar. Mooi voor de wielersport. Maar wat koop je ervoor als je nooit wint?”

Maar al weer een tweederangs winnaar, Furlan, is ook niet goed voor de wielersport? Argentin probeert die conclusie te weerleggen. “In het Criterium International rijdt hij wel Bernard en Theunisse eraf. Die helling was niet zo steil als de muur van Huy, maar wel langer. Giorgio is geen knecht, hij is van ons.”

Argentin wordt aan de telefoon geroepen. Italië aan de lijn. Ploeggenoot Andrea Ferrigato heeft de laatste etappe èn het eindklassement gewonnen van de Ronde van Calabrië. “Twintig overwinningen al”, jubelt Oscar Pirazzini, een dikbuikige assistent-ploegleider. Argentin, de altijd zakelijke kampioen, priemt zijn bruine ogen. “Zie je wat ik bedoel!”

Hij herinnert aan de vergadering die ploegleider Giancarlo Ferretti aan de vooravond van de Waalse Pijl met zijn renners belegde. Het was een soort spoedoverleg geweest. De overwinningen van Duclos-Lassalle in Parijs-Roubaix en Durand in de Ronde van Vlaanderen hadden Ferretti doen besluiten een strategie uit te zetten om dergelijke vluchten te voorkomen. Punt 1: Met elke ontsnapping mee zijn, maar nooit meewerken. Punt 2: In de finale met zoveel mogelijk renners mee zijn. En dan overleg: wie de meeste kans heeft om te winnen moet beschermd worden.

En zo geschiedde. “Ik heb me in de finale opgeofferd”, verklaart Argentin. En zondag in Luik-Bastenaken-Luik dan? “Dat is een andere koers. Ik wil hem voor de vijfde keer winnen. Maar als ik hem niet kan winnen, moet een ander van onze ploeg dat maar doen.”

Zijn voornaamste doel heeft Argentin dit seizoen al gemist. Milaan-Sanremo verloor hij in de afdaling van Kelly. Al weken tevoren was hij bezig geweest met de voorbereiding. In de Tirreno-Adriatico was hij al zo sterk geweest dat niemand twijfelde aan een triomf van Argentin in Sanremo. “Zo'n grote fout heb ik niet gemaakt in die afdaling. Een beetje voorzichtig was ik wel, ja. Maar ik was in de Tirreno gevallen. Dat blijft toch hangen. Maar wat doe je tegen een renner als Kelly? Als Sörensen, die bij hem was, Kelly niet kan bijhouden, dan weet ik het niet meer.”

Zelden zal een renner zich zo intensief en doelgericht kunnen bezighouden met het winnen van een bepaalde klassieker als Argentin. “Dat is mijn enige kracht. Ik rijd niet elke wedstrijd om te winnen, want dan win ik nooit. Ik kan niet sprinten, niet klimmen en niet tijdrijden. Ik ben geen klassementsrenner. Dus moet ik krachten sparen voor een solo op die ene dag. Toen ik vijftien jaar was, was ik een hele goede wielrenner. Maar ik won nooit. Dan ga je zoeken naar een manier. Het heeft lang geduurd en veel overredingskracht om mijn ploegleiders ervan te overtuigen dat mijn manier de beste was. Pas toen ik drie jaar geleden bij Ferretti kwam, werd dat geaccepteerd.”

Argentin houdt van speciale dingen. De renner uit San Donà di Piave, bij Venetië, brengt de winter bij voorkeur door in exotische oorden. Een paar jaar ging hij met collega's vaak naar Guadaloupe om te trainen en wedstrijdjes te rijden. Hij was al eens in Zuid-Afrika. En de afgelopen winter vertoefde hij op de Canarische eilanden, met zijn ploeggenoot Lelli. Zijn vrouw en kinderen waren er ook bij. Maar vakantie, nee. “Werken, trainen. Er zijn van die prachtige, lange hellingen. En er heerst een goed klimaat. Twee weken elke dag trainen.”

Op deze dag is hij het parcours van Luik-Bastenaken-Luik wezen verkennen. Zoals altijd in gezelschap van dottore Ferrari. Deze begeleidt sinds een paar jaar Argentin en zijn ploeggenoten met speciale trainingsmethoden, die hij heeft ontleend aan zijn mentor aan de universiteit van Ferrara professor Conconi. Het is niet veel anders dan Grazzi bij Carrera doet, zegt Argentin. “Maar het geeft wel aan hoe wij wetenschappelijk worden ondersteund in Italië. Moser en Conconi hebben de aanzet gegeven. In feite is bij het werelduurrecord van Moser het moderne wielrennen ontstaan.”

In Italië is te lang de ouderwetse formule gevolgd, weet Argentin. “De sponsors wilden niet dat hun renners naar het buitenland gingen. En de ploegen werden geformeerd rondom één kopman. Eigenlijk onbegrijpelijk dat het zolang moest duren. De sponsors koopt een kopman. Die wordt ziek. En al het geld is voor niets geïnvesteerd. Ariostea heeft in signor Pederzoli een slimme zakenman. Hij laat zich goed voorlichten door Ferretti.” Ruim acht miljoen gulden bedraagt het budget van de tegel- en keramiekfabriek uit Reggio nell'Emilia.

“In feite doen wij bij Ariostea niets anders dan vroeger bij bij Raleigh gebeurde”, zegt Argentin. “Een ploeg met persoonlijkheden, een collectieve geest, tweederangsrenners die ook hun kansen krijgen, een perfecte organisatie en een tactisch goede ploegleider. Ferretti pleit al jaren voor deze methode. Nu pas wordt hij geloofd. In Italië hebben ze het moderne wielrennen ontdekt. Daarbuiten Italië staat de wielersport stil.”

Voor het geld hoeft Argentin niet meer te fietsen. “Ik houd van de sfeer, ik geniet van het succes van de ploeg. Dat houdt me nog jaren op de fiets.” Overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik (1985, '86, '87, '91), de Waalse Pijl (1990, '91) en de Ronde van Vlaanderen (1990), de wereldtitel (1986) en tweemaal de Italiaanse titel (1983 en '89) hebben van de Italiaan een vermogend man gemaakt. Daarnaast is hij mede-eigenaar van houtzagerij in Conigliamo. Om belastingtechnische redenen werd hem geadviseerd in Monaco te gaan wonen. “Bovendien”, zegt hij, “word ik daar niet lastig gevallen. Tifosi bij de wedstrijden kunnen er niet genoeg zijn. Maar daarna verdient een renner met rust gelaten te worden.”