Valerie Smith eerste buitenlandse artistiek directeur; Sonsbeek '93 als schietschijf

In het Arnhemse park Sonsbeek wordt volgend jaar zomer de achtste aflevering georganiseerd van de gelijknamige beeldententoonstelling, de oudste in Europa. Voor het eerst is een buitenlander gevraagd de ex- positie samen te stellen, de Amerikaanse Valerie Smith.

Op het "plein' voor het etablissement in Hoog Catherijne waar we elkaar treffen staat een rond mini-plantsoen, vers beplant met echte bloemen en planten en bekroond met een net-echte molen met draaiende wieken. Valerie Smith (36), artistiek directeur van Sonsbeek '93, hoeft de Nederlandse esthetiek niet ver te zoeken.

Juist terwille van een bredere visie heeft het bestuur van Sonsbeek dit jaar voor het eerst de artistiek directeur in het buitenland gezocht. Vijf mensen werden uitgenodigd een voorstel in te dienen voor de in- richting van deze buitenexpositie, waarvan de eerste in 1949 werd gehouden. Jarenlang is het een triënnale geweest, tot in 1966 werd besloten Sonsbeek alleen te organiseren wanneer de behoefte eraan ontstond. De laatste aflevering was is in 1986 gehouden onder artistieke verantwoordelijkheid van Saskia Bos van De Appel; sindsdien is er in de hedendaagse kunst zoveel gebeurd dat Sonsbeek weer "nodig' is, aldus het bestuur waarin onder anderen directeur Evert van Straaten van het museum Kröller-Müller en directeur Jan Debbaut van het Van Abbe zitting hebben.

De keuze viel op Smith, die acht jaar lang conservator was de in 1973 opgerichte "Artists Place' in New York. “De filosofie, of de missie zo je wil, was om jonge kunstenaars te tonen die nog niet door een galerie werden vertegenwoordigd,” vertelt zij. “Het centrum werd niet alleen gesteund door instanties zoals de National Endowment of the Arts, de stad en de staat, maar ook door gerenommeerde galeries en kunstenaars als Roy Lichtenstein. Daardoor werd het voor ons ook mogelijk om projec- ten van jonge kunstenaars te financieren.”

In 1990 nam ze afscheid om aan haar dissertatie te werken. Ze had het gevoel het hele scala aan mogelijkheden van zo'n centrum te hebben uitgeprobeerd. “Bovendien,” zegt ze, “als je altijd met beginnende mensen werkt die daarna elders verder gaan, mis je een zekere verdiep- ing.” Ondertussen reflecteerde zij bij diverse instellingen voor hedendaagse kunst in Amerika, maar merkte dat het feit dat zij Amerikaa- nse was, in haar nadeel werkte. “De kunstwereld wordt steeds interna- tionale geörienteerd, en alle banen waar ik belangstelling voor had, gingen naar buitenlanders. In Amerika leeft ook sterk het idee dat Europeanen professioneler zijn.” Dat lijkt niet helemaal op te gaan voor de organisatie van Sonsbeek: Smith ontdekte dat er op het gebied van basisvoorzieningen als telefoon, fax, computer, kantoor- en woon- ruimte niets was geregeld.

Haar voorstel voor Sonsbeek '93 vergelijkt zij met een schietschijf. “In het midden is er het park, met als tweede ring de stad en als derde het landelijke gebied eromheen. Ik wil de deelnemende kunstenaars het volledige spectrum aan lokaties kunnen bieden: tussen het gebladerte in een kunstmatig landschap, het vercommercialiseerde centrum, de vroege tuindorpen, de rivier, de prachtige Panopticum-gevangenis en natuurlijk de beroemde brug.”

Smith mikt op tussen de dertig en de vijftig kunstenaars uit Noord- en Zuid-Amerika, West- en Oost-Europa en mogelijk Japan. Namen wil zij echter pas noemen als ze haar definitieve lijst in september heeft samengesteld. “Ik zoek kunstenaars die niet zomaar een beeld ergens neerzetten, maar site-specific werken door op de lokatie of op de geschiedenis ervan te reageren. Het klinkt misschien wrang, maar voor Sonsbeek is het gunstig, dat Arnhem geen al te mooie historische stad is. Vermoedelijk zullen de kunstenaars zich vrijer voelen in hun inter- venties.”

Het is de bedoeling dat het werk zo veel mogelijk speciaal voor Sonsbeek wordt gemaakt. “Vooral de oudere, succesvolle kunstenaars moet ik overreden, ze hebben geen zin meer in de zoveelste groepsexpositie met een dwangmatig thema. Gelukkig kan ik ze daarvoor de ruimte en de middelen bieden.” Het Praktijkbureau van WVC is bereid voor enkele kunstwerken in de landelijke "buitenring' materiaal- en inrichtingskos- ten op zich te nemen.

Valerie Smith hoopt met Sonsbeek '93 de kloof te overbruggen tussen de Europese en de Amerikaanse esthetiek. “Die kloof bestaat zeker. Een van de kunstenaars die ik naar Artists Space heb gehaald was Mike Kelly, die dit jaar aan de Documenta meedoet en tentoonstellingen heeft in Bazel en New York. Op bijna luidruchtige wijze behandelt hij zaken als puberteit en sexualiteit. Kelly heeft het over de onderbuik, de oksel van Amerika. Hoe geef je dergelijk werk een context in Europa, waar men veel koeler en afstandelijker te werk gaat? Er is in Europa een lange traditie van conceptuele kunst, maar nu bestaat de neiging vooral objecten te maken. Ik wil liever een dialoog horen.”