Speciaal onderwijs loopt te hoop tegen plan Wallage

ROTTERDAM, 18 APRIL. Niet meer dan een paar honderd mensen ver- wachtte de katholieke onderwijsvakbond KOV deze week bij een demonstrat- ie tegen de plannen van staatsecretaris Wallage met de financiering van het speciaal onderwijs. Er kwamen uiteindelijk meer dan duizend. Wat bewoog al die ouders, leraren en bestuursleden om op een woensdagmiddag naar de Jaarbeurs in Utrecht te komen en daar te zeggen dat ze het eigenlijk wel met de staatssecretaris eens zijn, maar dat hij niet zo hard van stapel moet lopen?

Het streven om moeilijk lerende kinderen in de toekomst vaker op de basisschool te houden door samenwerkingsverbanden op te zetten tussen gemiddeld 15 basisscholen en één school voor speciaal onderwijs wordt door bijna iedereen in het speciaal onderwijs onderschr- even. Toen een convenant van die strekking vorig jaar onder het motto "Weer samen naar school' werd ondertekend door onderwijsvakbonden, besturenorganisaties en ouderorganisaties, heeft de achterban op geen enkele manier dwars gelegen. Bij de consultaties van "het veld' die aan de ondertekening vooraf gingen, kwam soms zelfs helemaal niemand op- dagen.

Men vond "Weer samen naar school' gewoon een prima plan: als onderwij- zers in het basisonderwijs beter met moeilijk lerende kinderen leren omgaan, zullen minder van deze kinderen in het speciaal onderwijs terechtkomen. Dat is zowel gunstig voor die kinderen zelf als voor de begroting van het ministerie van onderwijs, want leerlingen in het onderwijs voor moeilijk lerende kinderen (MLK) of voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM) kosten ongeveer drie keer zoveel als leerlingen in het basisonderwijs. Bij alle betrokkenen lag de "bevriezingsmaatregel' waarmee oud-staatssecretaris Ginjaar-Maas de groei van het speciaal onderwijs had proberen te beteugelen nog vers in het geheugen. In al zijn eenvoud - leraren uit het speciaal onderwijs leren collega's in het basisonderwijs een paar kneepjes uit het vak - en met al zijn goede bedoelingen leek "Weer samen naar school' een heel wat betere manier om iets aan de groei van het speciaal onderwijs te doen.

Het eerste gemor werd een paar maanden geleden hoorbaar, toen het speciaal onderwijs het informatiemateriaal onder ogen kreeg van het "landelijk procesmanagement'. Het convenant over "Weer samen naar school' bleek veel verder te gaan dan men had gedacht. In het convenant is een zogeheten "streefbeeld' opgenomen: op termijn zou het mogelijk moeten worden de samenwerkingsverbanden het geld voor het speciaal onderwijs te laten beheren. Dat zou dan naar keuze kunnen worden gebrui- kt om de school voor speciaal onderwijs in stand te houden of om de vijftien basisscholen te versterken met hulpklasjes en "remedial teach- ing'.

Bij een aantal scholen voor speciaal onderwijs sloeg de verontrusting toe. Men redeneerde als volgt: als wij nu onze beste leraren erop uit sturen voor de moeilijke, want nooit aangeleerde taak om het basisonder- wijs te instrueren, gaat onze school erop achteruit. Sturen we minder getalenteerde leraren op pad, dan zal het basisonderwijs weinig aan de samenwerking hebben. In beide gevallen zullen de basisscholen (in het samenwerkingsverband met 15 tegen 1 veruit in de meerderheid) bedenken dat het speciaal onderwijs wel opgeheven kan worden - temeer als dit hen zo'n 200 gulden per leerling oplevert, 36.000 gulden voor een school met 180 leerlingen.

Het gemor bleef echter beperkt tot een paar regio's, de meesten vonden de angst overdreven. "Weer samen naar school' zou uitgebreid worden geëvalueerd en de uitkomst zou ongetwijfeld zijn dat het speciaal onderwijs bestaansrecht heeft - anders was het de afgelopen decennia niet zo hard gegroeid. De meeste scholen verwachtten dat hooguit een kwart van hun leerlingen voortaan op de basisschool zou kunnen blijven. Bij veel moeilijk lerende kinderen gaat het om een complex van gedragss- toornissen, waar alleen in een omgeving zonder pesterijen op het school- plein wat aan gedaan kan worden. Ook veel basisscholen lieten weten natuurlijk nooit zonder speciaal onderwijs te kunnen. Van dat "stree- fbeeld' viel dus niet veel te duchten.

Waarom ging het dan toch zo mis toen staatssecretaris Wallage ongeveer een maand geleden in een brief aan de Tweede Kamer aankondigde het "streefbeeld' alvast op te willen nemen in een nieuwe wet op het primair onderwijs? De redenering van de staatssecretaris is dat "Weer samen naar school' weinig zal opleveren als er geen duidelijkheid bestaat over de nieuwe verantwoordelijkheden voor de basisschool. Er zal pas wat gebeur- en als iedereen ervan doordrongen is dat het in principe mogelijk wordt de "systeemscheiding' tussen basis- en speciaal onderwijs op te heffen.

Het grote verschil met de situatie vóór de brief van de staatssecretaris is dat het "streefbeeld' nu zijn schaduw vooruit werpt en niet het eventuele gevolg van een uitgebreide evaluatie is. Want dat het speciaal onderwijs zal worden opgeheven - de reden waarom zoveel demonstranten naar Utrecht kwamen - is nog helemaal niet gezegd. Het is zeer wel denkbaar dat het basisonderwijs zal blijven vinden dat het het speciaal onderwijs nodig heeft. Basisscholen gaan gebukt onder een hoge werkdruk, waarom zouden ze er de last bijnemen van moeilijk lerende kinderen die de klas ophouden en die ze met pijn in het hart zien wegkwijnen?

Tegelijk is het mogelijk dat door de nieuwe wet armlastige schoolbes- turen inderdaad zullen besluiten het speciaal onderwijs te decimeren. In dat geval zal een grote ongelijkheid ontstaan tussen de verschillende samenwerkingsverbanden, waardoor ouders naar de regio van een ander samenwerkingsverband zullen moeten verhuizen als ze willen dat hun kind speciaal onderwijs volgt.

De woede die de bijeenkomst in de Jaarbeurs in Utrecht beheerste kwam voort uit de vermeende miskenning van het speciaal onderwijs. Leraren en ouders hebben door de brief van de staatssecretaris het idee gekregen dat de overheid niet langer de zorg voor de zwaksten op school wil garanderen. Dat die overtuiging heeft kunnen postvatten ondanks het feit dat de staatssecretaris in zijn brief aan de Tweede Kamer stelt dat veel samenwerkingsverbanden waarschijnlijk zullen besluiten het speciaal onderwijs in stand te houden, is om nog een andere reden jammer: tweede- rde van de samenwerkingsverbanden zou volgend jaar al van start gaan. Omdat bijna iedereen voorstander van meer samenwerking tussen basis- en speciaal onderwijs was, zijn veel samenwerkingsverbanden gemakkelijk en voortvarend tot stand gekomen. Nu schort de ene school na de andere het samenwerkingsverband op, daarmee het idee ontzenuwend dat veranderingen in het onderwijs alleen maar tot stand komen als ze dwingend worden opgelegd. Tot schande, voor de zoveelste maal, van een ongetwijfeld goedbedoelende bewindsman.