Slowakije wil af van overheersing; Bankwezen in Bratislava maakt begin met ontwikkeling van eigen strategie

BRATISLAVA/PRAAG, 18 APRIL. Het gebouw van de IRB, de bank voor investering en ontwikkeling in Bratislava, biedt de aanblik van een bouwplaats. Overal lopen kabels, wordt geboord, gebroken, gezaagd. Trappenhuizen worden ontmanteld en zijn niet meer begaanbaar. Plaats voor het normaal afwikkelen van bankzaken is er niet meer. Her en der in het gebouw werken de employés in kamers die aan de chaos zijn onttrokken.

Die chaos is een gevolg van de beslissing die de Slowaakse tak van de Tsjechoslowaakse Investeringsbank (IB) heeft genomen om zich af te scheiden van het moederbedrijf, dat het hoofdkantoor heeft in Praag. Na de scheidingsakte die, op 1 maart is ondertekend, heeft de bank er sterke behoefte aan het verleden te vergeten en haar nieuwe status en naam, Investicná a Rozvojová Banka, te onderstrepen met een nieuwe, moderne outfit.

Wat er met de IB is gebeurd is eigenlijk een mogelijke voorbode van wat er zou kunnen gebeuren met de Tsjecho-Slowaakse federatieve republiek als geheel: verzelfstandiging in welke vorm dan ook van het Slowaakse deel van Tsjecho-Slowakije. Als daarvoor tenminste na de verkiezingen van 5 en 6 juni een politieke en constitutionele modus kan worden gevonden.

Met de afscheiding is de eerste stap gezet om een eigen Slowaakse bankstrategie te ontwikkelen, zegt Dr. Milan Sikula, de directeur van de internationale afdeling van de bank in Bratislava, een energieke veertiger wiens pin-striped kostuum met vest en pochet in het dessin van zijn das verraden dat hij goed op de hoogte is van de mores in de internationale bankwereld.

“Wat hier gebeurt is natuurlijk volkomen in tegenspraak met de tendens in de rest van Europa, waar de banken, onder druk van de concurrentie naar steeds grotere verbanden streven. Maar bij ons is de concurrentie minder en zijn de risico's kleiner.” Sikula legt uit dat de banken in Slowakije vrijwel allemaal filialen zijn van banken in Praag, waar de beslissingen worden genomen, net als in de politiek. “Die toestand werd onhoudbaar. Er werd alleen gekeken naar wat goed was voor de Tsjechische economie en wij waren alleen een aanhangsel.”

Aan Tsjechische kant wordt dat natuurlijk ontkend. In het kantoor van de Investicn Banka in het centrum van Praag, waar ook druk wordt gewerkt, maar daar gaat het alleen om de aanleg van het computersysteem, zegt dr. Jaroslav Krysl, area manager, dat de scheiding voor een belangrijk deel een beslissing is geweest die door politieke overwegingen is ingegeven. “In Slowakije is een te gering aantal banken en de overheid in Bratislava wil niet uitsluitend afhankelijk zijn van banken die hun hoofdkantoor in Praag hebben. Maar wij betreuren de scheiding. We verliezen enkele zeer goede klanten in Slowakije die veel zaken doen met het buitenland.”

De scheiding is overigens veel sneller gegaan dan de nieuwe Slowaakse bank zelf eigenlijk had gewild. Omdat, althans volgens Sikula, de IB in Praag bang was dat de Slowaakse dochter allerlei zaken boven water zou halen die de ongelijke verhoudingen nog eens duidelijk aan het licht zouden brengen - en die ongetwijfeld veel geld zouden hebben gekost - werd de scheiding in hoog tempo doorgezet, zo snel dat, zoals Sikula zegt, “we nu in feite bezig zijn de bank helemaal opnieuw te stichten.” Wat de scheiding de voormalige partners uiteindelijk heeft gekost en nog zal kosten kan noch de Slowaakse, noch de Tsjechische bankman zeggen.

In de praktijk betekent het voor de IRB dat een bijna hele nieuwe klantenkring moet worden opgebouwd, dat oude contacten zijn verbroken en dat naar nieuwe partners moet worden uitgekeken. Hulp krijgt de IRB daarbij vooral van Oostenrijkse banken - Wenen ligt immers op luttele afstand van Bratislava - en ook van de NMB, die de komende paar jaar nog “zeer voorzichtig” zal optreden. “De Oostenrijkse partners helpen ons enorm met de opleiding van personeel en het verstrekken van know-how”, zegt Sikula.

In de politiek ziet de Slowaakse bankdirecteur opvallende parallellen met de situatie in het bankwezen. “De Tsjechen verwijten ons dat we het concept van de economische hervorming proberen af te remmen, dat we een totaal ander concept willen, met meer invloed van de staat. Maar dat is helemaal niet zo. We willen alleen dat er rekening wordt gehouden met de verschillende omstandigheden die er in de twee landsdelen bestaan. Tot dusver wordt alles afgemeten aan de behoeften van de Tsjechische economie, ook bijvoorbeeld wat betreft de buitenlandse handel die volledig via Tsjechische bedrijven loopt, waardoor alle valuta ook daar terecht komen. Dat kan niet zo voortduren.”

Van zijn kant gelooft Jaroslav Krysl dat die Slowaakse verwijten niet gerechtvaardigd zijn. “Wanneer het hoofdkantoor in Praag gevestigd is loopt alles nu eenmaal via dat centrum.” Maar Krysl geeft wel toe dat er een groot verschil in structuur bestaat. “In Slowakije is de industrie voor het grootste deel geconcentreerd in zeer grote wapenfabrieken die nu in grote moeilijkheden verkeren.”

Krysl hoopt dat de politieke scheiding van de Tsjechische en de Slowaakse republiek voorkomen zal kunnen worden. “Zo'n scheiding zou zeer gevaarlijk zijn voor de economie van beide republieken. Wat dat betreft is het belangrijk dat president Havel heeft aangekondigd dat hij een nieuwe ambtstermijn wil. Dat is in elk geval een stabiliserend element in het politieke leven.”

Ook de Slowaakse bankdirecteur gelooft dat het uiteenvallen van de Tsjecho-Slowaakse federatie moet worden voorkomen. “Verstandige politici willen natuurlijk dat de federatie blijft bestaan en wij zijn ons ook ervan bewust dat het beter is als we bij elkaar blijven, maar niet in de huidige vorm. Soms is het beter om eerst te scheiden en later op een andere basis weer bij elkaar te komen.” Met dat laatste kan ook Krysl het van harte eens zijn.

Pierre Marion, begin jaren tachtig korte tijd directeur van de DGSE, heeft vorig jaar een boekje open gedaan over de missers van deze geheime dienst en verteld hoe de Fransen in de Verenigde Staten industriële spionage bedrijven. Onder geheim agenten wordt zoiets met verachting afgedaan als "nestbevuiling' en Marion wordt afgeschilderd als een man met een labiel karakter. De vorige Britse premier Margaret Thatcher trachtte met hulp van advocaten de publikatie van de bestseller Spy Catcher van de voormalige MI5-spion Peter Wright te voorkomen.