Serviërs en federale soldaten isoleren hoofdstad van Bos- nië; Uit Sarajevo gaat geen bus meer; Om een uur of vijf, zes beginnen in alle delen van de stad de sluipschutters met hun werk

SARAJEVO, 18 APRIL. Overdag keren de inwoners van Sarajevo de oorlog de rug toe. Met duizenden lopen ze door het centrum en andere wijken van de stad, alsof er in de bergen rondom geen mannen met mor- tieren zitten, die elk moment hun terreur kunnen loslaten op de 700.000 inwoners, en alsof er in de hoge flatgebouwen, en in bijna alle straten geen sluipschutters schuilen, die elke dag willekeurige mensen kreupel of dood schieten. Gisteren liet de 25-jarige popmuzikant Samir Mesetovic het leven, doodgeschoten op de stoep van zijn huis. Men zegt dat de schoten uit de kazerne van het Joegoslavische leger aan de overkant kwamen.

De drukte op straat, dit hardnekkig gewoon-doen, is bedoeld om de verachting voor de Servische vrijwilligers te laten blijken, en voor de soldaten van het Joegoslavische leger daarboven die - de televisie heeft het laten zien - met verrekijkers op de straten kunnen neerzien. Overdag doen ook incidentele roffels van machinegeweren niemand op straat de pas versnellen. Maar in de tram - die rijdt weer, nadat enkele granaten op woensdag een tijdje de uitgang van de remise hadden geblokkeerd - kun je door het drukkend zwijgen en de versnelde ademhaling de spanning voelen. Tenslotte duurt deze situatie al twee weken, en niemand in deze omsin- gelde stad kan zijn leven zeker zijn.

De eigenaar van snackbar Mjam-mjam in de oude, oosters aandoende bin- nenstad, met zijn lage handwerkershuisjes en minaretten, houdt zijn zaak dicht. “Volgens mij wordt het hier een tweede Beiroet”, meent hij. Met een "tweede Beiroet' heeft de Servische leider Radovan Karadic ook gedreigd, als de wettige regering van Bosnië-Herzegovina nu niet aanstonds haast zou gaan maken met de opdeling van Sarajevo in Ser- vische- en moslimsectoren. Maar veel andere winkels en café's blijven open en toen deze week een keer de lentezon doorbrak waren zelfs de terrassen open.

De gesprekken gaan niet over de merites van de verschillende partijen in het conflict. “Hier in onze stad heeft niemand behoefte aan een opdel- ing”, meent een jongeman. “De kogels van de sluipschutters treffen iedereen, moslims, Serviërs en Kroaten, en in Sarajevo leven alle groepen al eeuwenlang vredig samen.” Dus gaan de gesprekken over het wedervaren van vrienden of familieleden in de andere steden van Bos- nië, waar een van de smerigste en ruwste oorlogen uit de Europese geschiedenis in volle gang is. En over de vraag of men moet weggaan of blijven.

Weggaan wordt daarbij hoe langer hoe meer een theoretische optie. Door de oorlogshandelingen leek gisteren de laatste ontsnappingsroute per bus richting Kroatië afgesloten. Rest nog de onzekere tocht via Tuzla naar Servië. Alle andere wegen zijn door de Serviërs in feite afgesloten voor burgers. Ontsnapping per vliegtuig met een van de chartervluchten vanaf het vliegveld, blijven voorbehouden aan vrouwen met jonge kinderen, en familieleden van militairen van het Joegos- lavische leger, dat het vliegveld in bezit houdt.

De blokkade van Sarajevo zorgt ervoor dat geen van de naar schatting al meer dan 170.000 vluchtelingen uit het oosten van Bosnië de wijk kan nemen naar Sarajevo.

Dat is gunstig voor de stad in die zin dat het voedsel er ook al zonder extra monden langzamerhand schaars begint te worden. Brood en vlees zijn nog verkrijgbaar, zij het na het staan in lange rijen. De aanvoer van groenten en fruit lijkt echter tot staan gekomen en melk is er alleen nog maar voor zieken- en kindertehuizen. Maar de elektriciteitslijnen naar de stad zijn nog ongeschonden, al blaast een granaat zo nu en dan een stroomverdeelpunt in een wijk op. Dat kan dan pas de dag erna weer hersteld worden. Dergelijke reparaties, en in het algemeen het op gang houden van het min of meer normale leven, is de taak van de "Brigade Walter', een nieuwgevormde gemeentelijke dienst genoemd naar een befaam- de partizaan uit de Tweede Wereldoorlog.

Zo rond drie uur 's middags begint iedereen iets zenuwachtiger te worden en om vier uur dringen de eigenaren van koffieshops en winkels hun klanten de deur uit. De avondklok gaat pas om tien uur in, maar in de praktijk wil iedereen al om vijf of zes uur in de relatieve veiligheid van zijn eigen woning zijn, voordat de sluipschutters in alle delen van de stad met hun werk beginnen. In de binnenstad en in de moderne buiten- wijken komen gewapende mannen op straat, de zogeheten "groene baretten' van de moslims, die hun hoofdkwartier hebben in een negentiende-eeuws hotel in het oude centrum, maar ook vele anderen, waarvan de politieke affiniteit niet op het eerste gezicht valt vast te stellen.

De strijd is er - zoals een cartoon in een van de twee dagelijks trouw verschijnende dagbladen in Sarajevo vaststelde - eentje van katapulten tegen tanks. In de stad is aan de zijde van de wettige regering geen geschut van enige betekenis waarneembaar. Maar op de bergen rondom de stad laten Serviërs en Joegoslavisch leger af en toe hun kanonnen bulderen, of zenden mortiergranaten neer op de stad.

Dat is de angst van de nacht in Sarajevo, die gisteren kort na midder- nacht begon, toen ongeveer elke dertig seconden een luide explosie hoorbaar was. De radio riep, in de veronderstelling dat er een bombarde- ment plaatsvond, medisch personeel op naar de ziekenhuizen. Maar na een uurtje was er nog geen gewonde gevallen. Naar alle waarschijnlijkheid zond men in de bergen, tot na half drie, losse flodders af, ter in- timidatie.

Na twee weken oorlog en belegering begint de wanhoop het bij velen te winnen van de aanvankelijke overtuiging, dat de burgers van Sarajevo door vastberadenheid hun afkeer van de oorlog in vrede zouden kunnen omzetten. Sommigen hopen op interventie door Amerikaanse of andere troepen van buiten, nu de hoop op VN-vredestroepen deze week de bodem is ingeslagen, maar de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken zulke krachtige taal heeft gebruikt tegen Servië. Het derde kanaal van TV-Sarajevo zendt permanent CNN uit, om niets van de ontwikkeling van de Amerikaanse betrokkenheid te missen. Anderen vrezen echter de aanval. “Ik heb in deze stad de Tweede Wereldoorlog meegemaakt”, zegt een oudere inwoner. “Maar in vergelijking met wat er nu gebeurt, leek die een ridderspel”.