Nooit meer thuis; Lombok, een eiland in Utrecht (1)

Niemand weet precies hoeveel allochtonen er in de Utrechtse wijk Lombok wonen, maar zij vormen er een absolute meerderheid. Achter de façade van een gezellig stadsdeel gaan grote problemen schuil. De eerste generatie buitenlanders zit in de hoek waar de klappen vallen: tachtig procent is werkloos. Drie weken lang huurde Alfred van Cleef een kamer bij de Turkse familie Karadag. Bericht uit "het Turkije van twintig jaar geleden', eerste deel van een serie.

Beneden aan de trap staan zes paar schoenen. Allemaal netjes op een rijtje, behalve de basketbalschoenen van Ceylan, die ze altijd lukraak neersmijt. Nu staan de mijne er ook, op kousevoeten loop ik naar mijn kamertje.

De Turkse familie Karadag verhuurt die kamer sinds een half jaar, meestal aan studenten. Emine Karadag (41) vindt dat een goede zaak, het geld is hard nodig. Maar haar man Ahmet heeft zo zijn twijfels. Drie van de vier nog thuis wonende kinderen slapen immers ook op de tweede verdieping. ""Kinderen moeten spelen'', zegt hij. ""En studenten studeren. Gaat niet goed samen.''

Ter gelegenheid van de komst van de nieuwe huurder heeft hij de kamer opnieuw behangen. Ik heb zelf een klaptafel meegenomen, van mevrouw Karadag krijg ik een stoel te leen. Beneden, in de woonkamer, hangt een ouderwets bakelieten telefoontoestel. Die mag ik - met mate - gebruiken maar in het gezinsleven van de Karadags speelt telefoonverkeer nauwelijks een rol. Om mijn nieuwe huisbazen niet te veel te ontrieven, loop ik meestal naar de telefooncel op de hoek van de Kanaalstraat. Daar staat steevast een rij wachtenden. Uit de klapdeurtjes ontsnappen flarden van langdurige gesprekken in spannende talen.

Ahmet Karadag, een zachtaardige man met dun donkerblond haar, was tot 1970 een kleine boer in een Centraalturks dorp. Hij verbouwde groente en hield wat vee. Het was geen vetpot en in navolging van vele familieleden besloot hij naar West-Europa te gaan. Via Oostenrijk belandde hij in de Utrechtse wijk Lombok. Hij was toen 27 jaar oud, getrouwd en vader van één kind. Karadag leefde zonder zijn gezin in een pension. Hij vond een baan in een Utrechtse rubberfabriek. Het was zwaar werk. Van de giftige rubberdampen raakte hij regelmatig onwel. Soms moest hij op de fabriek braken, diverse keren belandde hij in het ziekenhuis. Maar hij hield vol.

Hij zou tijdelijk in Nederland blijven, maar na een paar jaar liet hij zijn vrouw overkomen. In 1980 kocht hij een dubbel bovenhuis in de Palembangstraat. Inclusief de rente bedroeg de hypotheek een ton. In datzelfde jaar verloor hij zijn baan. ""Gingen ze over op automaten.'' Sinds twaalf jaar probeert Ahmet Karadag een nieuwe baan te vinden. Tot dusver tevergeefs. Hij is nu 47 jaar, spreekt gebrekkig Nederlands en bezit geen enkele opleiding. Eigenlijk wil hij terug naar Turkije maar dat kan niet meer. ""Mijn zes kinderen wonen in Nederland, ik ben hier gebonden.'' Bovendien, in Turkije voelt hij zich niet meer zo thuis en ook daar zit niemand op zijn komst te wachten.

Werkloosheid

Lombok puilt uit van de Karadags. Volgens gegevens van de gemeente Utrecht was op 1 januari 1991 in het ene deel van Lombok ("de kop') 65,1 procent van alle mannen werkloos en in het andere deel 58,5. Inclusief de WAO'ers nemen naar schatting acht van de tien allochtonen in Lombok niet meer deel aan het arbeidsproces. De "kop' van Lombok staat bovendien op de eerste plaats in de door de gemeente bijgehouden "Sociale achterstandsladder' waarin onder meer de (jeugd)werkloosheid, het aantal LBO-leerlingen, het schoolverzuim, de omvang van de bevolking gerelateerd aan het aantal woningen en het aantal bijstandsuitkeringen zijn verwerkt.

Niemand weet precies hoeveel allochtonen er in Lombok wonen. Op basis van de officiële cijfers heeft de wijk 8.341 inwoners, van wie 2.539 met de niet-Nederlandse nationaliteit. Surinamers, Antillianen, tweede generatie Turken en Marokkanen, genaturaliseerde buitenlanders en illegalen zijn echter niet in deze statistieken terug te vinden. Wijkagent Wim Timmer werkte tot voor kort bij de Vreemdelingenpolitie. ""Ik heb zelf alleen al bijna 900 naturalisatieverzoeken afgehandeld, voornamelijk in Lombok'', zegt hij. ""Ik schat het aantal allochtonen in de wijk op ten minste zestig procent.''

De Kanaalstraat vormt het centrum van Lombok. ""Ieder jaar rukken de buitenlandse winkels verder op'', zegt de Turkse opbouwwerker Yunus Kabas. ""Er zijn herhaaldelijk protesten van buurtbewoners tegen de uitstallingen op de trottoirs. We gaan nu proberen daar iets tegen te doen.''

In en rond de Kanaalstraat zijn de meeste van de 172 winkels en bedrijven inmiddels in Turkse handen. Verder bevinden zich er enkele Surinaamse winkels, een Marokkaanse bakker en twee Marokkaanse slagerijen. Van de Nederlandse zaken hebben onder meer de babyhallen, de doe-het-zelf-keten en de Zeeman zich weten te handhaven. Zo ook vishandel Vos. Om de loop erin te houden is een deel van de winkel voorzien van schappen met oosterse produkten. Naast het vertrouwde "Eet Vis Van Vos' staat er nu ook "Toko Vos' op het raam.

In drie jaar tijd zijn acht Nederlandse cafés door Turken overgenomen. Café City Bar - ""Een glas wijn? Nee hoor, dat verkopen we niet'' - is zo ongeveer het laatste Nederlandse bastion van de Lombokse horecasector. Zelfs achter de gesloten gordijnen van café Het Aambeeld gaat sinds kort een Turks etablissement schuil.

De laatste tijd zijn er in Lombok minder openlijke uitingen van racisme dan een aantal jaren geleden, toen de Nederlanders nog de meerderheid in de wijk uitmaakten. In die tijd is de lagere school die de kinderen van de familie Karadag bezoeken, in brand gestoken. Mevrouw Karadag is een paar keer door jongeren met stenen bekogeld. Ooit rukten enkele autochtone buurtbewoners haar de hoofddoek af en lieten vervolgens hun broek zakken. Maar de afgelopen jaren heeft ze zo iets niet meer meegemaakt.

De Karadags lezen geen kranten of boeken. Van het minderhedendebat of de toename van racistische incidenten weten ze maar weinig af. Ahmet Karadag toont zich geschokt als zijn 19-jarige dochter Semra hem vertelt over de recente mishandelingen van allochtonen en de brandstichtingen in moskeeën. ""Dat kùnnen Nederlanders toch niet hebben gedaan?'' reageert hij. ''Nee, daar geloof ik niet in. Het waren ongetwijfeld Grijze Wolven of Koerden.''

In Lombok staan op iedere straathoek groepjes Turkse of Marokkaanse mannen te praten. Nu bijna niemand nog werk heeft, is de sociale controle bijna verstikkend geworden. ""Voor de ouderen is die concentratie van buitenlanders misschien goed'', meent wijkagent Timmer. ""Voor de tweede en de derde generatie werkt het belemmerend en onderdrukkend. Het is hier net een stukje Turkije maar dan het Turkije van twintig jaar geleden. Je kunt Lombok qua sfeer misschien nog het best vergelijken met een afgelegen, orthodox gereformeerd dorp.'' Herhaaldelijk wenden allochtonen zich tot Timmer bij sociale problemen zoals uithuwelijking. ""Dat gebeurt altijd met grote omzichtigheid want de omgeving mag daar niets van weten.''

Roddelen

Semra, de oudste dochter van de familie Karadag, woont sinds kort zelfstandig in een buitenwijk van Utrecht. Ze spreekt vrijwel accentloos Nederlands en kleedt zich modern en smaakvol. ""Zelfs nu nog voel ik me in Lombok in de gaten gehouden'', zegt ze. ""Als ik door de wijk loop met een Nederlandse vriendin en haar vriend, zeggen de Turkse mannen op straat: "Wie is die man? Is hij je vriend? Weten je ouders daar wel van?' Het is ongelofelijk hoe de ouderen roddelen en elkaar controleren.'' In Utrechtse wijken als Zuilen en Hoograven zijn de spanningen tussen allochtonen en autochtonen veel heftiger dan in Lombok. ""Maar uiteindelijk is het toch beter dat we verspreid wonen'', zegt ze. ""Dat is de enige manier om te integreren.''

Semra was zes jaar oud toen ze met haar moeder van Turkije naar Lombok verhuisde. Het huwelijk van haar ouders stond meteen al onder spanning. ""Mijn moeder had ons altijd alleen opgevoed. Nu moest het opeens van twee kanten komen en dat botste.'' Vooral toen haar vader werkloos werd, kreeg Semra het zwaar te verduren. ""Vrienden mocht ik so wie so niet mee naar huis nemen, maar ook Nederlandse of Surinaamse vriendinnen waren niet welkom. Mijn vader accepteerde alleen maar Turkse meisjes in huis.''

Op haar dertiende liep Semra voor de eerste keer weg. Ze zou dat in totaal vier keer doen. Steeds meldde ze zich bij de wijkagent en keerde dan na verloop van tijd weer thuis terug. ""Juist als ik wegliep besefte ik hoeveel ik van mijn ouders houd'', zegt ze. ""Maar thuis werd het me iedere keer te veel.''

Ook Semra's oudere broer liep herhaaldelijk weg. Tegen de zin van zijn ouders woont hij nu samen met een Nederlandse vrouw. Sinds begin dit jaar is hij verpleegkundige. ""Door de strijd die mijn oudste broer en ik met onze vader hebben gevoerd, is hij wel wat vrijer geworden'', zegt Semra. ""Ik moest vroeger nog een hoofddoek dragen. Mijn kleinere zusjes zullen dat nooit doen, dat weet ik honderd procent zeker.'' Semra heeft een Mavo-diploma op zak. Ze volgt nu een HBO-vooropleiding. Ooit werd haar aangeraden naar de Havo te gaan, ""maar toen durfde ik dat niet''. Nu is ze zo ver dat ze zelfs plannen heeft om uiteindelijk een universitaire studie te gaan volgen.

Haar HAT-eenheid heeft ze weten te bemachtigen na bemiddeling van een maatschappelijk werker. Aan een Turkse buurvrouw vertelde ze dat ze dat huis zo maar kreeg aangeboden en dat het onverstandig zou zijn zo'n unieke kans te laten lopen. Haar ouders wisten toen nog van niets. Dezelfde dag zei Semra's moeder: ""Ik heb een heel vreemde droom gehad. Ik droomde dat jij een huis hebt gekregen''. De Karadags hebben moeite met het vertrek van hun oudste dochter. ""Ik dacht in het begin dat ze het nog erger zouden vinden en me voor hoer zouden uitmaken'', zegt Semra. ""Maar uiteindelijk hebben ze zich er bij neergelegd.''

Op straat in Lombok moet ze zich echter nog steeds verdedigen. ""Ik dacht dat je een ander mens was geworden, dat je niet meer één van ons was'', merkte een voormalige buurtgenoot op. Semra: ""Ook mijn ouders worden op mijn handelwijze aangesproken. Van huis weglopen is in Lombok niets bijzonders. Maar als meisje op jezelf gaan wonen, dat is echt onacceptabel. Voor mijn ouders is dat heel moeilijk, want ze zijn volkomen afhankelijk van andere Turken, zeker als de problemen tussen Nederlanders en moslims verder escaleren. Ze zijn doodsbang buitengesloten te worden.''

Zelfvoorzienend

De Turkse inwoners van Lombok zijn langzamerhand min of meer zelfvoorzienend. In de talrijke koffiehuizen hangt naast de telefoon een lijstje dat een goed overzicht biedt van de lokale Turkse infrastructuur. Vermeld staan de telefoonnummers van een groot aantal koffiehuizen, bakkers, slagers, groenteboeren, supermarkten, rijlesinstructeurs, garages, belastingadviseurs, reisbureaus, een verzekeringsagent, moskeeën, culturele of religieuze verenigingen, cafés en videotheken, alle gevestigd in Lombok en alle in Turkse handen.

Belangrijkste ontmoetingspunten voor de Turkse mannen vormen de grote Ulu-moskee in de Kanaalstraat en de koffiehuizen. Vale gordijnen maken inkijk in koffiehuis Öz Pamukkale ("Het ware Pamukkale') onmogelijk. Binnen zijn doorgaans vele tientallen mensen aanwezig. Ze eenentachtigen (een Turks kaartspel) of spelen domino. Het ziet er blauw van de rook. Op het televisietoestel is permanent een Turkse zender te zien, die per schotelantenne wordt opgevangen. Vanaf de muur slaat Atatürk de kaartspelers gade. Elders hangt een poster waarvan de vertaling luidt: "Braak liggende grond is gedoemd tot ondergang; maar wie het land bewerkt zal oogsten'.

Voor de meeste aanwezigen is de oogsttijd echter voorbij. ""De ouderen die hier komen hebben geen werk meer'', zegt een jonge man, werkzaam in een chemische fabriek. ""Voor hen is het koffiehuis van levensbelang. Ze houden het niet de hele dag thuis uit.''

Ahmet Karadag gaat nooit naar koffiehuizen. ""Dat is niets voor mij. Een gelovige islamiet hoort niet de hele dag te kaarten.'' Voor Karadag is de moskee de beste locatie om andere mensen te ontmoeten. Iedere dag gaat hij er drie keer naar toe, als het even kan, vier of vijf keer.

Van de Turkse gemeenschap in Lombok is naar schatting negentig procent sunniet en tien procent shi'iet. De meeste gelovigen bezoeken de moskee in de Kanaalstraat, de grootste van Utrecht. Deze moskee wordt uit Turkije bestuurd en vaart een gematigde koers. Daarnaast zijn er nog drie andere Turks-islamitische stromingen in Lombok vertegenwoordigd, waarvan twee pro-Arabisch/anti-Westers en één pro-Iraans.

Op de Vleutenseweg bevindt zich een lokaal van de Utrecht Müslüman Gencler Teskilat (Utrechtse Moslim Jongeren Vereniging), een mantelorganisatie van de radicaal-fundamentalistische Refah-partij. "Al hetgeen bestaat, is van Allah', aldus een opschrift op de muur. Een twintigtal mannen met (ijs)mutsen drinkt thee. Een van hen spreekt voortreffelijk Nederlands. Voor het fundamentalisme is in Lombok geen plaats, meent hij. ""Maar we moeten wel allen de islam respecteren, want dat maakt ons tot goede mensen.''

Voor de recente uitingen van vreemdelingenhaat heeft hij een eenvoudige verklaring. Die vloeien allemaal voort uit weerstand tegen het criminele gedrag van Marokkaanse jongeren. ""Want die gebruiken drugs en Turken niet. Turkse jongeren bezorgen veel minder last, zelfs als ze de moskee in de Kanaalstraat bezoeken. En dat terwijl die nota bene door de corrupte Turkse overheid wordt gesteund die ons vaderland verkwanselt.''

Moskeebestuurder M. Sar blijft stoïcijns onder de kritiek van zijn fundamentalistische landgenoot. ""Ieder mag zijn eigen politieke opvatting heben. Daar staan wij boven, het gaat ons slechts om de Koran.'' Bovendien, stelt hij, de Refah-partij krijgt met haar honderd aanhangers geen voet aan de grond in Lombok, terwijl zijn moskee iedere vrijdag met duizend gelovigen volstroomt.

Het opkomende racisme baart volgens Sar de Turkse gemeenschap grote zorgen. Het moskeebestuur voelt zich niet door het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) vertegenwoordigd. ""Ze nemen wel standpunten namens ons in, maar wij worden nooit in het overleg betrokken. We zouden zelf wel een platform willen oprichten om de tegenstander te bestrijden. Maar de vraag is: wie is de tegenstander?''

Nu de werkloosheid zo hard heeft toegeslagen onder de eerste generatie gastarbeiders is het dagelijkse bezoek aan de moskee flink toegenomen. Maar de jongeren blijven steeds vaker weg. Daarom is het volgens Sarhoognodig dat ook in Utrecht een islamitische school wordt opgericht. Imam A. Sarözkan, een modern geklede man met sigaret in de mond, beaamt dat. Het grootste probleem van de Turkse gemeenschap in Lombok is het gebrek aan mogelijkheden voor de jeugd om de islam te leren kennen, stelt de Koran-geleerde uit Istanbul. ""Want wie echt wil integreren moet eerst zijn eigen cultuur goed kennen. Anders ken je geen enkele cultuur. Ik maak me dan ook ernstige zorgen over de toekomst van onze kinderen.''

Ook van Sarözkans eigen integratie is nog niet zo veel terecht gekomen. Hij woont sinds twee jaar naast de moskee in de Kanaalstraat maar spreekt nog geen woord Nederlands. ""Tijdgebrek'', expliceert hij. ""Mijn taak is hier veel zwaarder dan in Turkije. Daar had ik veel assistenten, maar nu sta ik er praktisch alleen voor.''

Voormalig badhuis

Ahmet Karadag heeft haast: over vijf minuten begint de moskeedienst. Onderweg groet hij herhaaldelijk Turkse kennissen. In het moskeegebouw - een voormalig badhuis - raak ik hem in de drukte kwijt. Ik beland op de bovenverdieping. Zorgvuldig wordt er ruimte gemaakt zodat iedereen straks op zijn knieën kan zitten, maar het is er zo vol dat het hoofd van iedere bidder uiteindelijk bijna de witte sokken van degene vóór hem raakt. Vrijwel alle moskeegangers zijn Turks, met hier en daar een Ethiopiër of Surinamer.

Na afloop trekt een deel van de aanwezigen zich terug in het theehuis van de moskee. Ahmet Karadag loopt de Kanaalstraat in. HaliPazar ("De tapijtenbazar') verkoopt een enkele vliegreis Amsterdam-Istanbul voor 250 gulden. Wie dringend op zoek is naar Turkse poppetjes, kussens of plastic rozen met verlichting kan hier ook terecht.

Karadag gaat een aantal Turkse winkels langs om te kijken of er voor hem vandaag nog iets valt te verdienen. Dat is bittere noodzaak. Maandelijks is hij 670 gulden kwijt aan de hypotheek van zijn dubbele bovenverdieping. Het gezin leeft van een bijstandsuitkering van 1700 per maand, plus 200 gulden woonkostentoeslag. Karadag kocht zijn huis destijds met een gemeentegarantie voor een relatief hoge hypotheek. Nu heeft hij problemen met de aflossing. Er is geen weg terug want op de vrije markt is verkoop van zijn huis onmogelijk.

Net als veel andere allochtone eigenaar/bewoners in Lombok heeft hij te maken met de Wet Voorkeursrecht, die voor het eerst in deze wijk is toegepast. Die wet houdt in dat de gemeente het eerste recht van koop heeft wanneer Karadag zijn huis zou willen verkopen. De gemeente betaalt echter slechts de taxatiewaarde, voor een bovenhuis van twee etages 20 à 30.000 gulden. Karadag zou dus een groot verlies lijden en in de schulden raken wanneer hij zijn woning op deze wijze van de hand zou doen. Ook nu al gaat een deel van de kinderbijslag op aan een aflossing van een lening bij de Gemeentelijke Kredietbank, die hij moest afsluiten om een renovatie aan zijn woning te kunnen bekostigen. Rekening houdend met hun vaste lasten moeten het echtpaar Karadag en zijn vier nog thuis wonende kinderen van ongeveer 800 gulden in de maand zien rond te komen.

De leden van de Turkse gemeenschap steunen elkaar vaak op alle mogelijke manieren. Zo levert Karadag aan enkele Turkse winkels in Lombok af en toe wat fruit en groente die hij rechtstreeks inkoopt in de kassen van het nabijgelegen Vleuten. ""Ik kan het geld goed gebruiken en bovendien: ik wl werken'', zegt hij. Vroeger, toen Ahmet Karadag nog boer was in Centraal-Turkije, verbouwde hij zelf groente. Die branche heeft dan ook nog steeds zijn grote liefde.

Eerst haalt hij zijn oude Ford op - Fenerbahce-vaantje aan de spiegel - en stopt bij een winkel waar deze week de yesil mercimek (groene linzen) in de aanbieding is: ƒ 9,95 voor 5 kilo. Hij parkeert zijn auto vooruit in, waardoor deze een flink eind uitsteekt. Karadag haalde in Nederland zijn rijbewijs. ""De tolk vertaalde niet alleen de vragen maar ook de antwoorden'', zegt hij lachend. Sindsdien miste hij ""slechts één keer'' een verkeersbord, waarna hij van de weg werd gedrukt door een vrachtauto. ""Verder nooit problemen gehad.''

Hij laadt de achterbak van zijn stationwagen vol met lege kistjes. In Vleuten koopt hij na enige vakkundig gevoerde onderhandelingen honderd kilo peren. De uiteindelijke winst voor de winkelier zal zestig cent per kilo bedragen, schat hij, terwijl hij zelf een briefje van 25 in ontvangst mag nemen. Terug in de Palembangstraat komt Yilmaz, een oude bekende van Karadag, op ons af. Het aantekenblokje in mijn hand zorgt voor een explosie van woorden. ""Schrijf op: waarom krijgen Turkse leerlingen maar twee uur per week Turkse les? Op die manier groeien ze op tot dieven en terroristen.''

Terwijl Yilmaz uitweidt over ""de aanstaande oorlog tussen moslims en christenen'', zegt een 12-jarig meisje: ""Ik zou nooit meer naar Turkije terug willen, want ik voel me veel te Nederlands.'' Yilmaz hoort haar en buldert in gebroken Nederlands door de Palembangstraat: ""Maar zie je dan niet dat de Hollandse bestuurders cultuur-imperialisten zijn? Islamitische scholen, die moeten er komen.'' Het groepje kinderen dat inmiddels om hem heen staat, reageert onverschillig. Yilmaz: ""Ik ben hier al 27 jaar, veel langer dan jullie leven. Toch ben ik niet in mijn land. Ik ben nog steeds gast, maar eens komt de dag dat ze ons eruit zullen gooien. En dan zal ik met plezier vertrekken.''

Taalbarrière

De familie Karadag gaat vrijwel uitsluitend met andere Turken om. De buurvrouw, een alleenwonende pedagoge, vormt daarop een uitzondering. Zij kwam met het echtpaar Karadag in contact via de kinderen. ""Ik vind het leuk om Turken te kennen, want ik ben geïnteresseerd in hun leefgewoonten'', zegt ze. Regelmatig gaan ze bij elkaar op bezoek. ""Maar alleen op uitnodiging.''

De taalbarrière vormt een probleem. ""Meestal tolken de kinderen. Als mevrouw Karadag alleen thuis is, ga ik er liever niet heen want op thee met hoofdknikjes raak je snel uitgekeken.'' Op het offerfeest bood de familie Karadag de Nederlandse vriendin als speciaal eerbetoon een schapekop aan. ""Met de ogen er nog aan. Nou, nee dus'', zegt ze. ""Ik ben trouwens vegetariër.'' De buurvrouw oordeelt dat Emine Karadag veel last heeft van heimwee, terwijl haar man vaak ziek is en moeite heeft financieel het hoofd boven water te houden. ""Met hun kinderen gaat het duidelijk een stuk beter.''

Van jongs af aan is Semra Karadag gewend om elders hulp te zoeken, wanneer ze er zelf niet meer uit komt. Zo probeert ze ook iets aan de leefsituatie van haar moeder te veranderen. ""Ze voelt zich zo eenzaam, ze zit almaar binnen en lijdt aan chronische hoofdpijn.'' Semra is nu bezig professionele hulp voor haar ouders in te schakelen. ""Dan kan mijn moeder beter Nederlands leren en begeleiding krijgen bij het oplossen van de gezinsproblemen.''

De huiskamer van de Karadags is traditioneel ingericht. Op tafel een Turks theeservies met een grote, zinken ketel die mevrouw Karadag steeds opnieuw bijvult. Aan de muur hangen een Turkse vlag, posters van moskeeën, een landkaart van Turkije en de volledige tekst van het volkslied. Tot voor kort was het gezin zo goed als volledig van nieuws verstoken. Maar de komst van de Turkse satellietzender TRT INT heeft daarin verandering gebracht. Iedere avond om negen uur volgen ze nu het Turkse journaal. Ook kijken ze naar quizzen, soap-series en discussieprogramma's.

In het begin was dat wel even wennen. Want TRT vormt een afspiegeling van de moderne Turkse grote stadscultuur. Westers geklede vrouwen spreken groepen mannen toe, dan weer vertoont een groepje opgemaakte dames zich op hoge hakken. ""Soms sta ik versteld over wat ik te zien krijg'', zegt Emine Karadag. Maar de uitzendingen van TRT zetten haar wel aan het denken. ""Ik zou ook wel achter een computer willen zitten. Maar dan in overeenstemming met de islam, dus met hoofddoek en lange mouwen.''

Of dat er ooit van zal komen, is de vraag. Nu kent ze zelfs haar eigen telefoonnummer niet. Dat komt doordat alle contacten met de buitenwereld door haar man worden onderhouden. Maar dat gaat veranderen. ""Ik wil meer contact met anderen, ik wil leren een telefoongesprek te voeren en ik wil op de school van mijn kinderen kunnen meepraten'', zegt ze. Op aandringen van haar dochter volgt ze nu een cursus basiseducatie. Ze spreekt inmiddels enkele woordjes Nederlands. Belangrijker nog voor haar zijn de contacten die ze heeft opgedaan met vrouwen in een soortgelijke positie. Sindsdien is ze veranderd, zegt ze, zelfbewuster geworden. ""Ik denk wel eens: was ik maar eerder naar die cursus gestuurd.''

Aanpassen

Ahmet Karadag is geen voorstander van de rechtstreekse overkomst van huwelijkspartners uit Turkije. ""Dat moest verboden worden'', meent hij zelfs. ""Want de problemen worden zo alleen maar groter: minder werkgelegenheid en meer discriminatie.'' De naam Bolkestein zegt hem niets. Semra brengt hem op de hoogte van het VVD-standpunt buitenlanders te verplichten om te integreren en Nederlands te leren. Haar vader: ""Ik wil best accepteren dat ik me moet aanpassen. Voor wat betreft de jongeren ben ik het eens met die Bolkestein. Maar voor ons ouderen is het te laat. En waarom heeft niemand ons ooit zo iets gevraagd toen we hier aankwamen?''

Ahmet Karadag is een goedlachse man. De laatste tijd voelt hij zich echter ziek. Hij heeft ernstige buikklachten, een kwaal die hij heeft overgehouden aan zijn werk in de rubberfabriek. Bovendien heeft hij nog andere zorgen. Onlangs moest hij zijn huis een opknapbeurt geven. De aannemer - ""hij sprak tegen me alsof ik zijn huisdier was'' - blijkt er met de pet naar te hebben gegooid. De verf bladdert nu al en de gaten in de muren zijn niet geplamuurd maar gewoon overgeschilderd. Dochter Semra heeft inmiddels een advocaat ingeschakeld en overweegt een rechtszaak tegen de aannemer aan te spannen. Haar broer, het oudste kind van het gezin, woont niet in Utrecht. Daarom is Semra als een na oudste degene die doorgaans de problemen voor haar ouders oplost.

Dat gaat ten koste van haar schoolprestaties. ""Vaak zit ik te denken: ik moet nog een verzekering afsluiten, ik moet de advocaat bellen, dinsdag is de ouderavond van mijn kleine broertje. Ik ben verbaasd als ik zie hoe de ouders van mijn klasgenoten er voor hen zijn en niet andersom zoals bij mij.'' Het is Semra die beslissingen neemt over de schoolkeuze van haar broertjes en zusjes. Zij is het die de de binnenkomende post leest en vertaalt, zij schrijft de giro's uit. Met haar moeder bespreekt ze de persoonlijke problemen in het gezin, met haar vader financiële kwesties. ""Maar ondanks alles blijven het mijn ouders en respecteer ik ze'', zegt ze. ""Misschien bemoei ik me wel te veel met hun leven. Maar ze zijn zo afhankelijk van mij geworden. Ik probeer ze beter te informeren, zodat ze bepaalde problemen de volgende keer zelf kunnen oplossen.''

Zwarte markt

Zaterdagochtend half zeven. De zwarte markt in het vlak bij Lombok gelegen Vleuten puilt uit. Er klinkt oosterse muziek en de sfeer doet denken aan een kasjba. Ongeveer tachtig procent van de honderden kooplustigen is Turks of Marokkaans. Een man in kaftan laadt een grote kist komkommers en een tweedehands geiser op een transportfiets. Ahmet Karadag slaat net als iedere zaterdag vele kilo's fruit in: bananen en mandarijnen. Hij koopt uitsluitend bij Turkse handelaren die hij allemaal lijkt te kennen. Hij voelt zich duidelijk in zijn element; dit is zijn wereld.

Ook met een aantal Marokkaanse kooplieden voert hij gesprekken. Die kent hij nog uit de tijd dat hij zelf groente en fruit vanuit de laadbak van zijn auto verkocht. Hij deed dat zonder vergunning. ""Eén keer aangehouden. Alleen maar een waarschuwing'', zegt hij. Voor zijn jongste dochter Gülay wil hij een paar sportschoenen kopen. Maar dat durft hij niet zonder de toestemming van Semra. ""Het moeten Nikes zijn of Alligators. Dit zijn Kangeroo's.'' Karadag knikt en zet de schoenen weer terug. Voor zichzelf koopt hij voor 25 gulden een paar nieuwe tijdloze doorstappers zonder merknaam. ""Mijn dag is weer goed.''

Thuis gekomen zeult hij de tassen met inkopen de trap op. Emine Karadag schikt haar hoofddoek en bergt het fruit en de groente op. Daarna zet ze thee. Het liefst zou Ahmet Karadag weer terug gaan naar Turkije om daar te handelen in groente en vee. ""Daar kan je zelf beslissingen nemen, hier is alles gebonden aan regels.'' Maar de Karadags zitten klem. ""Terug naar Turkije kan niet meer'', zegt Ahmet. ""Maar wat moet ik hier? Nu ik werkloos ben, voel ik me nog meer een buitenstaander dan voorheen.''

Soms luistert hij naar de Nederlandse radio. Debatten of interviews over allochtonen in Nederland kan hij niet echt goed volgen. Maar zo af en toe vangt hij wel eens iets op. ""Laatst sprak iemand over eerste en tweede rangs burgers'', zegt hij. ""Op zo'n moment voel ik me minderwaardig behandeld.''

Op de vraag hoe hij zijn toekomst ziet, blijft het lang stil. Ahmet Karadag staart in de richting van de Turkse landkaart op de muur, zijn vrouw Emine glimlacht. Een antwoord blijft uit. ""Mijn ouders hebben geen toekomstbeelden of verwachtingen'', doorbreekt Semra de stilte. ""Ze weten dat ze daar zelf weinig invloed op kunnen uitoefenen. Ze maken nooit plannen. Alles wat ze zich van het leven hadden voorgesteld is toch altijd anders uitgekomen dan ze dachten.''

Met dank aan Yunus Kabas en Paul Kemme; op verzoek van de betrokkenen zijn de namen van de leden van de familie Karadag gefingeerd.