MOLUKKERS

Saudara Bersaudara. Molukse identiteit in processen van cultuurverandering door Elias Rinsampessy 284 blz., Van Gorcum 1992, f 49,90 ISBN 90 232 2677 1

Het gaat redelijk goed met de ruim 40.000 Molukkers in ons land, ondanks de hoge werkloosheid (40 %) onder hen. Dat is de belangrijkste conclusie die te trekken valt uit het proefschrift van de socioloog Elias Rinsampessy, waarop hij onlangs in Nijmegen promoveerde.

Het proefschrift is nu verschenen als boek onder de titel Saudara Bersaudara. Molukse identiteit in processen van cultuurverandering. Het handelt voornamelijk over de vraag of de Molukkers in Nederland in staat zijn hun eigen identiteit zo veel mogelijk te behouden. De titel betekent "broederschap', in de betekenis van een sterke onderlinge verwantschap. De auteur is redelijk optimistisch over het behoud van een eigen Molukse identiteit, niettegenstaande het feit dat de tweede en derde generatie de oorspronkelijk vrij strikte Molukse normen en waarden soepeltjes aanpassen aan die van de Nederlandse samenleving. Meer dan 80 % van alle Molukkers zegt zich bewust te zijn van een of andere vorm van ""Molukse identiteit'.

Rinsampessy schiet te kort op het gebied van goed cijfermateriaal. Hij behandelt wel verschillende leeftijdsgroepen, maar hanteert daarbij slechts percentages, geen absolute aantallen, en dan nog zonder gedegen bronnen te noemen. Eén ding staat in ieder geval vast: in 1951 en 1952 kwamen ongeveer 5.000 Molukse KNIL-militairen met echtgenoten en kinderen naar Nederland. Daarna lijkt ieder gegeven te ontbreken. Ergens moet toch bekend zijn hoe die groep in elkaar zat. Hoeveel van die "oudjes' zijn inmiddels overleden of teruggekeerd naar de Molukken? Rinsampessy geeft daar geen opheldering over.

Niet bekend

Volgens goede Molukse tradities is het verboden om met een pela of een bongso te trouwen. Wie dat wel doet, wordt verstoten door de familie, of roept straf door de voorouders over zich af. Een pela of bongso is een Molukker wier voorouders uit een kampong of negorij afkomstig zijn waarmee het dorp waar de eigen voorouders oorspronkelijk vandaan komen ooit, soms eeuwen geleden, een bloedband hebben gesloten. Rinsampessy staat uitgebreid stil bij deze typisch Molukse traditie. De vraag rijst hierbij of de toenemende interesse om met Nederlanders een huwelijksrelatie aan te knopen verband houdt met de door het pela-schap veroorzaakte beperkte partnerkeuze in eigen kring. De auteur heeft dat helaas niet onderzocht.

Rinsampessy signaleert de acties van radicale Molukkers in 1975 (Wijster, Amsterdam), 1977 (De Punt, Smilde - de bezetting van het Drentse provinciehuis in 1978 en de moorden die daarbij werden gepleegd noemt hij in het geheel niet!) als moment waarna het ideaal voor een eigen vrije republiek der Zuid-Molukken aan betekenis begon af te kalven. Helaas gaat hij geheel voorbij aan de rol die Molukse leiders hebben gespeeld bij de oplossing van deze gijzeldrama's. Zijn visie was juist zo interessant geweest, omdat hij in zijn proefschrift kritiek uit op het democratisch gehalte van het Molukse leiderschap.

In de opvatting van Rinsampessy onderhoudt het Inspraakorgaan Welzijn Molukkers (IWM) veel te weinig directe banden met de Molukse gemeenschap, in het bijzonder met het Molukse welzijnswerk. Het staat te veel onder invloed van de Molukse politieke top, verenigd in het bestuur van de eenheidsbeweging Badan Persatuan, die het RMS-ideaal hoog in het vaandel heeft staan. Hoewel zijn kritiek een sterk subjectieve indruk maakt - deugt er dan echt niets van het IWM? - verdiept Rinsampessy zich niet in de vraag welke invloed dit "falen' van het IWM heeft op versterking dan wel teloorgang van de eigen Molukse identiteit, nota bene het onderwerp van zijn proefschrift.

Rinsampessy's boek bevat een aantal interessante waarnemingen, maar de analyse is niet altijd even helder, gebaseerd op te weinig gedegen onderzoek en bovendien neemt de auteur soms te weinig distantie tot zijn onderwerp. Een chronologisch overzicht van de ontwikkelingen binnen de Molukse gemeenschap, evenals een alfabetisch register zou zeker niet hebben misstaaan.