LTB

Blijvende Dynamiek. 75 jaar geschiedenis van de Katholieke Land- en Tuinbouwbond LTB (Deel I) door J.M. van Marrewijk & M. Hoogland (eindredactie) 128 blz., geïll., Katholieke Land- en Tuinbouwbond LTB 1991, f 79,90 (inclusief nog niet verschenen deel II) ISBN 90 800791 1 1

Uit dit jubileumboek van de katholieke Land- en Tuinbouw Bond (LTB) blijkt hoezeer in de hoogtijdagen van de verzuiling alle moeite werd gedaan om elke onzekerheid in het menselijk bestaan te vermijden. Tijdens door de LTB georganiseerde retrates en bedevaarten bad men dat het kwaad niet op de leden zou neerdalen. Maar voor het geval zulks toch gebeurde, waren verzekeringen tegen brand, ongevallen en hagel in het leven geroepen. En geen standsorganisatie heeft voor haar leden zoveel ""veiligstellend'' onderwijs verzorgd als de LTB.

De bond vierde in 1990 zijn 75-jarig bestaan. Maar de fusie een jaar later met de "neutrale' Hollandse Maatschappij van Landbouw kondigde het einde van de verzuilde landbouw aan. De eerste agrarische standsorganisatie was overigens de Nederlandsche Boerenbond die in 1896 naar voorbeeld van de Duitse Bauern-Vereine werd opgericht. Deze op interconfessionele grondslag georganiseerde NBB werd evenwel bedreigd door de ""liberale beginselen''. Dat speelde vooral in Noord-Holland, en daar werd het dan ook in 1915 nodig geacht een organisatie alleen voor katholieken in het leven te roepen ""tot versterking van het godsdienstig-zedelijk bewustzijn en tot afweer van de groote zedelijke gevaren, eigen aan onzen tijd en ter bevordering van het stoffelijk welzijn.''

Die Roomse organisatie kwam er niet zonder slag of stoot. Dat illustreert de brief die een bezorgde pastoor in 1914 aan zijn bisschop schreef toen de kaashandel in zijn regio in "neutrale' (lees: goddeloze) handen dreigde over te gaan: ""IJselijk zou ik het vinden, Monseigneur, als onze brave boertjes van Zuid-Holland in zulk eene vakvereeniging moesten optreden (...). Wellicht kan Uwe Doorluchtige Hoogwaardigheid nog eene gunstige wending aan deze zaak geven. (...) Zou er, Monseigneur, geen RK provinciale bond tot stand kunnen komen?''

De boeren liepen wel warm voor een bond die hun belangen zou verdedigen, maar bleken onverschillig en soms wantrouwend over de religieuze grondslag ervan. Daarom moest de katholieke elite met een voorzichtige vasthoudendheid een derde weg tussen liberalisme en socialisme banen. Katholieken moesten niet te veel met andersdenkenden optrekken en hun ondervertegenwoordiging in bestuurlijke zin kon alleen gecorrigeerd worden door specifieke organisatievorming, zo redeneerde de clerus. De greep van de kerk werd gewaarborgd na de totstandkoming van die organisatie veiliggesteld door elke afdeling een geestelijk adviseur toe te wijzen die de katholieke beginselen bewaakte.

Pas in de jaren dertig was de LTB eindelijk een goedgeorganiseerde organisatie geworden, en kon de kerk het zich zelfs permitteren dreigende brieven te sturen aan kerkbestuurders en huurders die nog geen LTB-lid waren. Toen de Duitse bezetter de hele landbouw weer onder één grote organisatie wilde verenigen, weigerde het LTB-bestuur beslist. De bestuurders stonden aanvankelijk wel positief tegenover de Nederlandse Unie die onder erkenning van de gewijzigde verhoudingen wilden samenwerken met de Nederlandse autoriteiten en de bezetter. De katholieke voorman prof. J. E. de Quay speelde ten slotte een prominente rol in die (al snel verdwijnende) Unie.

Blijvende Dynamiek is een veelzeggende titel voor dit jubileumboek. Het eerste woord duidt op de conservatieve - vaak katholieke - aspecten van de LTB terwijl het toegenomen produktievolume van de agrarische sector het predikaat dynamisch verdient. Nam dat volume in de industrie tussen 1950 en 1988 met de factor 3 à 4 toe, in de landbouw was dat 8,6. Dat cijfer geldt overigens voor katholieke èn "neutrale' boeren.