Koos Maasdijk wil zijn techniek zo verbeteren dat conditie de beperkende factor wordt; "Er alles voor laten motiveert me niet'

AMSTERDAM, 18 APRIL. Het is een sportieve uitdaging, zegt roeier Koos Maasdijk, maar de Varsity moet gewonnen worden. Het Amsterdam- Rijnkanaal ligt ver verwijderd van het pad naar het olympisch kampioenschap. Het hobbelige roeiwater hoort exclusief thuis in het studentenroeien. Dat Maasdijk en zijn clubgenoten van het Rotterdamse Skadi vorig jaar op de Varsity verslagen werden, wordt hem nog steeds speels onder de neus gewreven, en dat hoort hij niet graag.

Morgen wil Maasdijk (23 jaar, 97 kilogram, 1,95 meter) de gouden “Varsity-blikken” binnenhalen. Zijn olympische dubbel-vier moet het zolang zonder hem stellen. Skadi legt op de Amsterdamse Bosbaan de laatste hand aan de Varsity-vorm. “Winnen is leuk voor mezelf en leuk voor de sociëteit,” zegt de student bestuurskunde. “Het is ook vast leuk voor Skadi, al heb ik daar weinig affiniteit mee.”

Dat roeiers van wereldformaat aan de Varsity deelnemen is geen zeldzaamheid. Nico Rienks en Ronald Florijn, olympisch kampioenen in de dubbel-twee, wonnen de Varsity voor Okeanos in 1990. Dat maakt van de Varsity geen topwedstrijd, maar benadrukt de emotionele waarde die de race voor veel studentenroeiers heeft. Voor een roeier als Rienks, die de studentikoze kermiskoers allesbehalve op het lijf geschreven is, is het net als de klassieke Henley Regatta in Groot-Brittannië niet meer dan een parel op zijn kroon.

Koos Maasdijk, Pieter Wiltenburg, Hugo Koppelaars, Gert-Jan Olderik en stuurman Marc Overmars wacht bij een Varsity-zege een rit per open koets naar de kroegjool van het Rotterdamse studentencorps. Bovendien staat de voorbereiding in het teken van de nodige folklore, waaronder een diner met de corpssenaat en een diner met Skadi. Het valt Maasdijk zwaar zijn internationale status in de plooi van de studentenroeivereniging te brengen. “Eten bij de senaat, dat was leuk. Die jongens weten niets van roeien en zijn gewoon enthousiast.”

Naar Maasdijk moet op Skadi geluisterd worden, vindt hij. Zijn roeicarrière begon op 10-jarige leeftijd. Door vrienden werd hij het wedstrijdroeien binnengetrokken. In 1989 kwam de explosie. Maasdijk werd voor Nederland volslagen onverwacht wereldkampioen in de dubbel-vier. Vorig jaar werd daar op het wereldkampioenschap roeien brons aan toegevoegd. Op de Olympische Spelen van Barelona moet de sprong naar de titel gemaakt worden, al is de concurrentie groot. “En dan krijg ik op Skadi te horen dat ik naar mijn coach moet luisteren. Tja, het is moeilijk om op dat niveau met mensen samen te werken.”

Zelfvertrouwen in de boot heeft Maasdijk in ruime mate. Hij slaat de Varsity-vier voor met halen die de boot in tweeën lijkt te splijten. Krachtroeien is het niet, volgens Maasdijk. “Krachtig roeien wel. Mijn roeien is nu het beste sinds jaren. Ik wil mijn techniek zo verbeteren dat conditie de beperkende factor wordt. Omdat het technisch beter gaat kun je je concentreren op het kapot gaan.” Zijn machtige riemvoering leverde hem bijnamen op als de "Rotterdamse reus'.

Maar met de studie wil het niet vlotten. “Ik studeer nu nauwelijks en ben eigenlijk constant met het roeien bezig. Ik moet toegeven, heel erg vind ik dat niet”. Een logisch gevolg van zijn rationele sportopvatting.

“Als ik iets doe wil ik het goed doen. Ik kan niet hard roeien en hard studeren tegelijk. Toproeien is alleen leuk als je er alles voor doet. Er alles voor laten motiveert me niet. Op Oostduitse wijze met het roeien omgaan trekt me niet. Tijdens een trainingskamp wil ik het ook over lezen en muziek hebben, en de laatste avond kotsend over het balkon hangen.”

Zijn instelling past uitstekend in het Nederlandse roeien. “De situatie hier is uniek”, stelt Maasdijk. “Het is amateurisme zonder dat het amateurroeien wordt. We trainen beperkt en geconcentreerd. Als je kijkt naar de resultaten is dat de beste aanpak. Allerlei incentive-toestanden zouden het plezier in mijn sport bederven. Laat de studie maar intrinsieke waarde aan het leven geven. Al zou iets meer beloning niet onaardig zijn. In mijn eerste studiejaar bracht ik nogal veel geld naar de sociëteit. Ik moest bezuinigen op mijn eten. En alle dagen gehakt, dat kan natuurlijk niet.”

Een leven zonder de Rotte, de Bosbaan of een internationaal roeitoernooi kan Maasdijk zich nu nog niet voorstellen. “Maar soms moet je niet vertrekken om ergens naar toe te gaan, maar omdat je ergens weg moet.”