Je bent de mooiste, wat ze ook zeggen

SEVILLA, 18 APRIL. Vierentwintighonderd mannen in paarse en groene pijen, met kappen en puntmutsen zijn Haar voorafgegaan. Ze droegen kaarsen, er bonkten trommels en soms hoorde je schelle, treurige stoten op de trompet.

Dan komt Zij zelf de hoek om, hoog gezeten in een zee van licht en bloemen, heen en weer wiegend op het ritme van de 36 paar voeten die onder het kleed van de baar verborgen gaan. Vlak voor ons staat Zij stil. In de stilte die over de duizenden wachtenden is neergedaald, begint een vrouw snerpend te gillen. “Macarena, Macarena, Macarena, je bent de mooiste, wat ze ook zeggen! Macarena, Macarena, je bent van ons!”

De toeschouwers applaudiseren. Meteen wordt er ook weer om stilte geroepen, want op een balkon aan de overkant, boven de Banco de Andalusia, is een man opgestaan die met trillende stem en klaaglijke uithalen een saeta, een loflied op de Maagd, aanheft. Dan klinkt een klap, het teken dat de 36 onzichtbare dragers hun last weer op de schouders moeten nemen, en zet de stoet zich opnieuw in beweging. De dragers zijn al sinds middernacht onderweg en hebben nog elf uur te gaan. Het is drie uur in de ochtend van Goede Vrijdag en in Sevilla is de Paasweek de tweede en beslissende fase ingegaan.

Aan de overkant van de Guadalquivir glimt in het maanlicht het terrein van de wereldtentoonstelling, die maandag opengaat. Nieuwe snelwegen verbinden Sevilla met de rest van Spanje en er is zelfs een hoge-snelheidstrein naar Madrid. Misschien dat de stad zich daarom nog even met zoveel kracht op zichzelf heeft teruggetrokken. De Heilige Week, het traditionele hoogtepunt van het jaar, wordt gevierd als nooit tevoren. Nog nooit zijn er zoveel processies geweest. Nog nooit hebben de broederschappen die de optochten organiseren, zoveel nieuwe leden gehad.

Een kleine man, die naast ons staat wanneer de Maagd van de Macarena voorbijkomt, vertelt dat hij als gasfitter op de Expo heeft gewerkt. Hij vindt het allemaal best mooi geworden. Maar echt trots is hij op het feit dat hij ook één Paasweek costalero, drager, is geweest. Om een gelofte na te komen. “Nadat jij geboren was”, zegt hij, en legt een hand op het hoofd van zijn dochter, die inmiddels zelf de huwbare leeftijd heeft bereikt en toch nog verlegen de ogen neerslaat. “Toen we na twaalf of dertien uur de Macarena de kerk weer binnenbrachten, liepen alle dragers te huilen. Zoiets maak ik nooit meer mee.”

Pag.4: De Expo leek heel ver weg. “Dat is iets uit Madrid, niet van ons”; De schapen hebben de herders weggestuurd

De Paasprocessies van Sevilla gaan terug tot de vroege middeleeuwen. In de veertiende eeuw werd heel Europa door plagen en oorlogen geteisterd en gingen overal boetelingen de straat op om zich te kastijden en Gods erbarmen af te smeken. Sevilla vormde daarop geen uitzondering. Hier ontstonden echter op den duur hechte organisaties, broederschappen, die zich verenigden rond één heiligenbeeld en niet alleen de rituelen vastlegden en met andere beelden concurreerden, maar waarvan de leden ook in het dagelijks leven steun gaven aan elkaar.

Soms bestond de broederschap uit de bewoners van één buurt, soms uit beroepsgenoten en vanaf de zestiende eeuw ook uit groepen die hun maatschappelijk aanzien wilden verbeteren: zo zijn de broederschappen van de negers, de mulatten, de zigeuners en de sigarettenmakers opgericht. Veel van deze verenigingen bestaan nog steeds, al behoren lang niet alle leden tot de oorspronkelijke minderheden: de Hertogin van Alva is bijvoorbeeld lid van de zigeunerbroederschap. Maar dat er ook nog nieuwe broederschappen worden opgericht in een zo weinig religieuze tijd, ligt niet erg voor de hand.

“Dat komt omdat de processies eigenlijk met godsdienst niets te maken hebben”, zegt Isidoro Moreno zeer beslist. Moreno is hoogleraar in de culturele antropologie aan de Universiteit van Sevilla en houdt zich al meer dan 25 jaar bezig met de broederschappen in Andalusië en in het bijzonder met de Heilige Week in zijn geboortestad. Hij schreef er twee fascinerende boeken en een vracht artikelen over. Volgens hem is het verschijnsel de sleutel tot het karakter van Sevilla.

“Sevilla raakte al in de zeventiende eeuw grondig geseculariseerd”, stelt Moreno. “In de tijd dat het zijn positie als derde stad van Europa moest opgeven en van de handel terug moest schakelen naar landbouw en een beetje visserij. De broederschappen danken hun voortbestaan aan de sociale functie die ze vervullen. Terwijl de Spaanse samenleving een notoir gebrek aan structuur, aan ruggegraat en instituties heeft, is de structuur van Sevilla juist zeer hecht.

“Van je geboorte af ben je lid van een van de broederschappen. Je vader schrijft je vaak al in voor je bent gedoopt. Terwijl je opgroeit, beleef je ieder jaar het hoogtepunt van de Heilige Week met zijn geuren, de lentegeur van sinaasappelbloesem en met zijn eigen eten, met bier en gebakken vis. De eerste nacht dat een jongen of meisje niet thuiskomt om te slapen, is in de nacht van donderdag op vrijdag in die week - dat is een initiatie. Wie niet meedoet aan de Paasweek is, sociologisch gezien, een marginale figuur. Dat betekent niet, dat iedereen het hele jaar door actief is. Dat zijn misschien maar tweeduizend man. In de Paasweek zelf treden er zeventigduizend mensen op. Maar het onderscheid tussen acteurs en publiek is bij de processies klein. De hele stad is het spektakel.”

Wat voor individuen geldt, geldt ook voor buurten. Moreno wijst erop, dat in het chaotische verloop van de processies - er trekken er soms wel tien tegelijk door de stad - één vast punt is: ze komen allemaal bij de kathedraal in het centrum uit vóór ze terug naar huis gaan. Ook dat heeft een grote symboolwaarde. “Daarom worden er in gloednieuwe buitenwijken broederschappen opgericht, ook al liggen ze soms zo ver weg dat de processies vijftien of achttien uur moeten duren. Er is een wachtlijst om toestemming voor deelname te krijgen. Als die afkomt is het feest, dan hoort zo'n buurt voortaan onverbrekelijk bij de stad.”

Moreno's seculiere visie heeft hem niet erg geliefd gemaakt bij de kerkelijke autoriteiten. Maar de processies zelf zijn er al evenmin zeer populair. Ze zijn door de Kerk verboden geweest, onder toezicht gesteld, gereglementeerd. Anderhalf jaar geleden hebben de bisschoppen nog geprobeerd om de broederschappen zover te krijgen, dat ze ongelovigen (zoals communistische en socialistische gemeenteraadsleden) van deelname zouden uitsluiten. De broederschappen gingen daar niet op in, wat Moreno als een bewijs voor zijn stelling ziet.

In de periode van de dictatuur hadden Kerk en politiek de zaak nog het best onder controle. Moreno: “Het "nationaal-katholicisme' van Franco leek zo overheersend, dat progressieve mensen zoals ik destijds werkelijk dachten dat de Heilige Week zou verdwijnen met de komst van de democratie. Zeer conservatieve en zeer progressieve theologen hoopten hetzelfde, want die houden niet van dat gesjouw met beelden. We hebben allemaal volledig ongelijk gekregen. Wat er is gebeurd, is dat het volk de feesten weer in bezit heeft genomen. De schapen hebben de herders weggestuurd.”

Het volk heeft in de afgelopen weken op zondagmorgen de geliefde beelden - La Macarena, La Esperanza de Triana, Jesus de las Penas - in hun kapel opgezocht en hun de voet of hand gekust als voorbereiding op de intensivering van de omgang in de Heilige Week. Op Palmzondag zijn de eerste negen processies op pad gegaan en in de volgende dagen zijn het er steeds meer geworden. De rest van het openbare leven is geleidelijk tot stilstand gekomen en de stad heeft zich overgegeven aan het feest.

Jonge meisjes verschenen op straat in de zwarte jurk, die ook hun moeders en grootmoeders hebben gedragen en met in hun haar de hoge kam met lange sluier. Ze lieten zich trots fotograferen en ze riepen gul “Je bent mooi!” als er een favoriete maagd voorbijkwam. Want de heiligen van Sevilla zijn personen en het hoogste compliment is nooit abstract. De Expo leek ineens heel ver weg. “Dat is iets uit Madrid, niet van ons”, kon je allerwegen horen.

Vrijdagochtend bij zonsopgang zijn de straten nog overvol en tot ver na het middaguur komen er processies binnen. 's Middags zijn de ogen van de mensen mistig van vermoeidheid en in de hoeken glimt een beetje hysterie. Maar om vier uur vertrekt La Careteria alweer en ook de maagd van La Cachorro. Dat gaat zo door tot om kwart voor vijf op zondagmorgen de laatste broederschap, die van de Wederopstanding, de kapel verlaat om er negen uur later terug te keren. Dan is de week volbracht.

Zondagavond vieren ze in Sevilla uitgeput maar gelukkig de Wederopstanding des Heren. Maandag begint de wereldtentoonstelling, met een optocht die geïnspireerd is op de helse visioenen van Jeroen Bosch.