IN HET MIDDEN-OOSTEN IS DE WAARHEID EEN VLUCHTIGE PROOI

Met bloed geschreven. De geschiedenis van Abu Nidal door Patrick Seale 424 blz., Van Gennep 1992, vert. Irene Eichholtz (Abu Nidal. A Gun for Hire 1992), f 39,90 ISBN 90 6012 9318

Wie een boek schrijft over beruchte terroristen of over de Israelische geheime dienst, weet zich van tevoren verzekerd van een groot lezerspubliek. Het zijn sexy onderwerpen, waarmee al velen hun slag hebben geslagen. De Britse ex-journalist Patrick Seale had dan ook een lumineuze vondst, toen hij beide onderwerpen met elkaar combineerde. In zijn lijvig werk over Abu Nidal zet hij één van de meest gevreesde Palestijnse terroristen in het zonnetje terwijl hij tegelijkertijd diens moordoperaties tegen PLO-figuren in opdracht laat geschieden van de Israelische geheime dienst Mossad.

Patrick Seale was vele jaren als geen ander Westers journalist zeer goed in Syrië ingevoerd, waar hij over uitstekende bronnen beschikte. Dat stelde hem in staat twee interessante boeken te schrijven, één over de machtsstrijd in Syrië tussen 1945 en 1958, en één over president Hafez al-Assad.

In zijn nieuwe boek schrijft Seale dat Abu Iyad, de "Nummer Twee' van de Palestijnse bevrijdingsorganisatie, hem het idee gaf dat de Mossad de geheime opdrachtgever van Abu Nidal was. De Likoed-regering had immers belang bij het uit de weg ruimen van gematigde PLO-mensen die een dialoog en een vreedzame opolossing met Israel voorstonden. Abu Iyad, de leider van de inlichtingendiensten van de PLO, beloofde Seale alle hulp als hij deze kwaadaardige relatie bloot zou leggen. Seale ging op het aanbod in. Maar terwijl hij met dat karwei bezig was, werden Abu Iyad en nog twee belangrijke PLO-functionarissen door Abu Nidal vermoord.

DUISTERE MACHTEN

Vóór Seale hadden trouwens al honderden Westerse journalisten die zich met het Midden-Oosten bezig houden, van de PLO vernomen dat Abu Nidals acties door de Mossad geïnspireerd, ja zelfs georganiseerd zouden zijn. Die voorstelling van zaken is niet zo gek in een omgeving, waar de overheid de nieuwsvoorziening onder strenge controle heeft. Dus pleegt "men' in het Midden-Oosten ervan uit te gaan dat duistere machten van buiten altijd verantwoordelijk zijn voor alles wat de eigen partij schade berokkent. Daarmee kan men mooi eigen falen en zelfs politieke moorden in andermans schoenen schuiven.

Zo hebben Palestijnen die tegen Arafat gekant zijn, er geen enkel probleem mee de PLO-leider af te schilderen als een ""langjarige CIA-agent'' of als een ""Marokkaanse jood'', omdat zij ervan overtuigd zijn dat Arafats politiek het eigen volk niets dan ellende heeft bezorgd. En Abol Hassan Bani-Sadr, de president van Iran tijdens de gijzeling van de Amerikaanse diplomaten in Teheran, verkondigt al sinds jaren uit zijn ballingoord Versailles dat de Amerikaanse CIA in feite achter de gijzelingsaffaire zat. Wie werd immers uiteindelijk door de gijzelingsaffaire benadeeld? Niet de VS, maar Iran zelf! De CIA wilde, aldus Bani-Sadr, na de val van de sjah Iran internationaal isoleren en Amerika van het Vietnam-syndroom bevrijden. Pas jaren later beseften Westerse journalisten dat Bani-Sadr met zijn theorieen alleen publiciteit zocht.

Tot dat inzicht blijkt Patrick Seale nog niet te zijn gekomen. Reeds in zijn berichtgeving voor The Observer en de BBC gaf hij blijk van grote doses naïviteit en vooringenomenheid, waarbij hij de krachten van het duister eerder in Israel dan in Amerika placht te zoeken. Nu doet hij hetzelfde in zijn boek, waarin vermoedens en veronderstellingen van anonieme derden een hoofdrol spelen, zonder ook maar enigszins door feiten te worden gedekt.

Seale zelf beseft dat kennelijk ook, want hij verdedigt zich a priori: ""Toen ik in Damascus research deed voor de biografie van Assad, ontmoette ik daar de dochter van een gepensioneerde Syrische diplomaat, die jarenlang ambassadeur van zijn land in Washington was geweest. De dochter en ik trouwden. Ondanks deze Arabische connectie hoop ik dat de meeste lezers me zullen aanvaarden als een onafhankelijke waarnemer, zonder bijbedoelingen, die niet meer loyaliteit voelt voor de ene dan voor de andere partij, die er geen verborgen agenda op na houdt maar alleen die ongrijpbare en, in het Midden-Oosten, altijd vluchtige prooi najaagt: de historische waarheid.''

De schrijver moge zichzelf wijs maken dat hij de historische waarheid heeft nagejaagd, uit zijn boek blijkt dat niet. Hij gaat uitgebreid in op de geschiedenis van Abu Nidal en zijn groepering, maar is steevast wazig bij de intieme connectie tussen Abu Nidal en Syrië. Wel mag de lezer genieten van een scala aan sadistische martelingen, waaraan Abu Nidal zijn echte of vermeende tegenstanders bloot stelt. Eén specialiteit van Abu Nidal is bij voorbeeld het in olie bakken van de genitaliën van gevangenen. Een andere specialiteit is het levend begraven van mannen in Libanon. Zij kregen een ijzeren buis in de mond om nog een tijdje lucht te happen. Intussen namen de adjuncten van Abu Nidal contact op met de grote leider in Libië om te vragen of het doodvonnis moest worden uitgevoerd. Zo ja, dan werd in de buis een kogel afgevuurd; zo nee, dan mocht het slachtoffer weer uit zijn graf klimmen.

PSYCHOPAAT

Seale heeft vrijwel al zijn gegevens gekregen van Abu Iyad en van de volgelingen van Abu Nidal die naar de PLO overliepen en, om te overleven, van Abu Iyads gunsten afhankelijk waren. Het zijn zeker niet de betrouwbaarste bronnen, ook al omdat er veel te verbergen viel en Abu Iyad heel lang zijn oude collega Abu Nidal tot terugkeer in de gelederen van Al Fatah probeerde te bewegen.

Wat Seale van al die teleurgestelde mensen heeft vernomen, is soms boeiend, maar was voor een groot deel al bekend. Bij voorbeeld dat Abu Nidal een eerste klas psychopaat is, en dat hij dezelfde weg ging als zo vele anderen die in dienst van een ideaal op den duur doodgewone huurmoordenaars werden. Ook was al lang bekend hoe Abu Nidals organisatie in strikt van elkaar afgezonderde mini-cellen georganiseerd is en dat de aspirant-leden de wreedst mogelijke ontgroeningsmethoden moeten ondergaan.

Kernvraag voor Seale is waarom de Mossad geen eind wist te maken aan Abu Nidal. Zijn onbewezen conclusie luidt dat de Mossad dat niet deed, omdat zij Abu Nidal goed kon gebruiken. Hij vraagt zich evenwel niet af waarom Syrië en Al Fatah geen eind aan Abu Nidal konden of wilden maken, sterker nog, waarom de top van Al Fatah (onder wie Abu Iyad zelf) enkele jaren geleden het nog steeds - tot grote woede van PLO-vertegenwoordigers in West-Europa - op een akkoordje wilde gooien met hem.

Wat het boek vooral zo bizar en irritant maakt, is de manier waarop Seale met het begrip "terrorisme' omgaat. Terwijl hij uitvoerig acties van ""de rechtse joodse terreurorganisaties'' in Palestina belicht, definiëert hij het terrorisme aan Palestijnse kant heel anders: ""sommige strijders van al de Palestijnse richtingen richtten zich in 1972 op "operaties in het buitenland' - met andere woorden terrorisme.'' Daarmee neemt Seale impliciet de Arabische stelling over, die decennia lang aanslagen op burgerdoelen in Israel als onderdeel van de gerechtvaardigde strijd goedpraatte. Volgens Seale ""deden de Palestijnen van 1958 tot 1965 niets, terwijl Israel steeds sterker werd. Pas in 1965, zeventien jaar na het verlies van Palestina, begon Al Fatah met militaire invallen op kleine schaal in Israel [...]. Begin 1967 betrokken zij hun Syrische helpers bij hun onhandige invallen [...].'' Het is een wijze van formuleren, die haaks staat op de geschiedenis en die zelfs door vele Palestijnen thans niet langer zou worden herhaald.

Lachwekkend wordt Seales goedpraterij bij zijn beschrijving van de terreurorganisatie Zwarte September. Zij ""kreeg nooit de officiële goedkeuring van Al-Fatah, noch was het een goed geordende groepering onder bevel van Arafat. Het was meer een groep muiters binnen Al-Fatah, een protest van ontevreden strijders tegen wat ze beschouwden als de blunders en de afwachtende houding van hun leiders. [...] Om deze muiters in de hand te krijgen, moest de leiding van Al-Fatah hun politieke dekking verschaffen [...].'' De werkelijkheid is dat Zwarte September weliswaar leden van diverse Palestijnse groeperingen recruteerde, maar geleid werd door mensen die hoog in de Fatah-hiërarchie zaten.

VERLOOFDE

De beschrijving van de "Hindawi-affaire' roept minstens zoveel vraagtekens op. Nizar Hindawi, een duistere Jordaniër, wiens vader volgens Seale ook al voor de Mossad zou hebben gewerkt, stuurde in april 1986 zijn zwangere Ierse verloofde naar Israel, waar hij met haar zou trouwen. Hij had in haar koffer een kneedbom verstopt, die het El Al-toestel waarin zij vloog, boven zee tot ontploffing moest brengen - geheel volgens het recept van de Lockerbie-tragedie. Maar de bom werd op Heathrow ontdekt, Hindawi gearresteerd en door de Britse justitie tot 45 jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Volgens Seale werd deze terroristische actie door de inlichtingendienst van de Syrische luchtmacht, buiten medeweten van president Assad, opgezet en was Hindawi mogelijk een door de Mossad genfiltreerde agent. Hij zou de Syriërs in de val hebben laten lopen met een bom waarvan tevoren vast stond dat die gevonden zou worden. Het is een bijzonder ongeloofwaardige hypothese, al was het alleen maar omdat ook Patrick Seale weet dat president Hafez al-Assad de minstens vijf geheime diensten van Syrië, die de overleving van zijn regime moeten garanderen, dagelijks nauwgezet controleert.