Horror-scenario EG maakt grote kans; Als ik Voorhoeve goed begrijp, is er helemaal geen reden tot een heroverweging van de positie van ons land in de wereld

“It is all over now.” Ik had nog maar net in de plechtige Beaumont Hall van de Universiteit van Leicester de kortste weg naar de tea met scones gevonden of een Britse collega siste mij deze woorden toe. Het was niet moeilijk te raden waar hij op doelde. De meeste Britse historici staan zo sceptisch tegenover Europese integratie dat iedereen die zich met dit onderwerp bezighoudt bij voorbaat ingedeeld wordt in het kamp van de door Malcolm Bradbury zo kleurrijk tot leven geroepen categorie van Eurolunatics.

Ik antwoordde mijn Britse collega dat zijn opmerking suggereerde dat er in het verleden wel sprake zou zijn geweest van zaken die Europese schijnbewegingen te boven gingen, iets dat Britten niet graag willen toegeven. Vervolgens ontstond er een lang debat waarin bleek dat hij, net als veel van zijn landgenoten, geen onderscheid maakt tussen klassieke bilaterale relaties tussen landen en Europese samenwerking. Dat is een onvergeeflijke fout. Men kan nog zo lachen om Brussel, wat gezien de bureaucratie, corruptie en verkwisting niet veel fantasie vereist, maar het blijft een feit dat men maar beter de regels van het spel in acht kan nemen als men voor eigen land wil scoren.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Fransen, die gewend zijn op meer bruiloften tegelijkertijd te dansen, vaak veel betere onderhandelingsresultaten in Brussel behalen dan de Britten en de Nederlanders. De Britten hebben het nadeel dat ze zo helder denken dat iedereen hen doorheeft en de Nederlanders gaan gebukt onder het feit dat de ene helft de wereld wil verbeteren en de andere helft machtsverschillen denkt te kunnen neutraliseren door institutionele aanpassingen.

Aan dit voorval dat zich een week geleden voordeed op de jaarlijkse bijeenkomst van de Economic History Society moest ik denken toen ik het artikel van prof.dr. J.J.C. Voorhoeve las waarin hij de stelling verdedigde dat Nederland niet te klein is om nog een belangrijke rol in de wereld te vervullen. Het contrast kon niet groter zijn. Aan de ene kant mijn Britse collega, nooit te beroerd om zijn medemens in het ravijn te duwen en aan de andere kant Voorhoeve, de wellevendheid en integriteit in persoon .

Als ik professor Voorhoeve goed begrijp, is er eigenlijk helemaal geen reden tot een heroverweging van de positie van ons land in de wereld. Het centrale vraagstuk van buitenlandse politiek is volgens hem nog steeds, hoe samen met gelijkgestemde landen een bijdrage te leveren tot internationaal bestuur. Ons land mag niet terugvallen op een buitenlands beleid dat uit weinig méér bestaat dan Europese integratie. Ook een NAVO-lidmaatschap is niet meer voldoende. "Onze jongens' moeten naar Joegoslavië, Cambodja en Nagorny Karabach.

Eén ding werd mij direct duidelijk, ik was weer in Nederland. De inwoners van dit land hebben een missie en dat zal de wereld merken ook. Mensen zoals de Britse professor Norman Stone die botweg op de BBC-televisie de stelling verdedigen dat het Duitse leger de Joegoslavische problemen maar moet oplossen, kennen wij hier niet. Zo iemand zou hier naar ik vrees, vrij snel voor TBS in aanmerking komen.

Voorhoeve noemt wel het Indonesië-debâcle maar niet het ten minste even belangrijke debâcle dat bekend staat onder de naam "zwarte maandag'. Dat is curieus omdat zijn pleidooi voor een buitenlands beleid dat méér voorstelt dan Europese integratie, natuurlijk in het verlengde ligt van de troebelen met het Nederlandse voorzitterschap.

Staatssecretaris Dankert is zo ver nog niet. Hij droomt nog steeds van een supranationaal Europa. Ik heb op een symposium op Clingendael, het huis waar Voorhoeve de scepter zwaait, Dankert eens de vraag gesteld wat de Nederlandse regering gaat doen als Duitsland zich niet meer interesseert voor een verdieping van de gemeenschap, maar al zijn kaarten zet op de verbreding. Het antwoord was veelzeggend. “Als dat gebeurt, dan zijn wij nergens meer.”

Het lijkt er op dat Dankerts horror-scenario werkelijkheid aan het worden is. Er lijkt sprake te zijn van een nieuwe Brits-Duitse as die zich inzet voor een verbreding van de gemeenschap. De Britten en de Duitsers hebben daar verschillende motieven voor. De Britten zijn altijd al voorstanders geweest van verbreding omdat dat de beste garantie is dat federalistische aspiraties van de Europese Commissie of van een lidstaat niet verwezenlijkt worden. De Duitsers denken er anders over. Zij geloven nog steeds in de noodzaak van een verankering van hun land in de gemeenschap, maar zijn nu zo bang geworden voor de problemen in de Oosteuropese landen dat zij prioriteit geven aan verbreding boven verdieping.

De Duitse redenering luidt als volgt: alleen als de Oosteuropese landen lid zijn van de Europese Gemeenschap bestaat er voor hen de mogelijkheid hun produkten, voor zover er belangstelling voor bestaat, in het Westen af te zetten. De Duitsers, die veel aan Oost-Europa hebben geleend, wijzen er fijntjes op dat de Derde-wereldlanden ons kunnen leren dat handel meer vruchten zou hebben afgeworpen dan hulp. Als de verbreding er niet komt, gaat West-Europa simpelweg door met zijn onzalige politiek van het subsidiëren van de Oosteuropese export naar Rusland, wat betekent dat het Westen zijn markten gesloten kan houden en Oost-Europa opgesloten wordt in niet-concurrerende markten. Als de verbreding niet slaagt, blijft "het laatste stalinistische bolwerk West-Europa' (het zijn de woorden van dr. B. Leblanc van de Europese Bank van Herstel en Wederopbouw), een optelsom van verzorgingsstaten die bol staan van de kartels, intact.

Maar Maastricht dan? De kans dat het ratificatieproces van Maastricht ergens spaak loopt, is levensgroot. In Ierland dwingt het abortusvraagstuk tot heronderhandeling. In Spanje wil men pas ratificeren als de regionale hulp toeneemt, wat Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk ongewenst vinden. In Duitsland ligt de zaak moeilijker dan ooit. De CDU kan haar kiezers niet negeren, die het gevoel hebben dat Kohl de Deutschmark aan het verkwanselen is. De SPD heeft een achterban die ook niet ongevoelig is voor de harde mark en bovendien de afwezigheid van een politieke unie betreurt. De Denen staan zeer vijandig tegenover het legalistische jargon van Maastricht. Zij geloven niet in een EMU laat staan in zoiets vaags als een Europees buitenlands beleid. Als één van deze landen niet ratificeert, stort het hele Maastrichtse kaartenhuis in elkaar. Want dan komt elk land met een nieuw verlanglijstje. Wat gaat onze regering dan doen? Nog harder schreeuwen dat er een supranationaal Europa moet komen?