Het zwarte gat

In Nederland lees ik geen columnisten meer van wie ik uit m'n vel spring. Niet meer de reactie die verder aan honden is voorbehouden: meteen naar de strot, die moet weg, hoe is het mogelijk dat die zelfs maar één blaf durft te geven, hoe krijgt-ie het voor elkaar, mag dat allemaal zomaar, enz. 't Is zeer persoonlijk. Vroeger wekte ik deze reactie bij een mevrouw die, zoals ik uit haar adres kon opmaken, in een beschaafde buurt woonde - of laat ik hopen, nog woont - en die naar haar handschrift te oordelen, niet zo jong meer was. Van haar heb ik regelmatig de bloeddorstigste post gekregen. Ik dacht weleens: ik zal haar weer eens plezier doen door een stukje te schrijven waardoor ik haar hele weekend goed maak, maar dan vroeg het wereldnieuws om commentaar en ik bleef in het goede voornemen steken.

Het is een genot als je louter door iemand te lezen door een kwaadaardigheid wordt verrast die je niet bij jezelf had vermoed. Maar voor mij zijn ze er hier niet meer, die oliedomme, hemeltergende gelijkhebbers; of misschien zijn er nog wel. Ik krijg ze niet meer onder ogen. Wel zijn er nog twee Amerikaanse wier columns met regelmaat in de International Herald Tribune verschijnen: William Safire en George F. Will. Laatstgenoemde heeft in de Tribune van 16 april een zo stom stukje geschreven dat we het zelfs in zijn oeuvre wel als een collector's item kunnen beschouwen. Het gaat over Euro Disney bij Parijs en het protest dat de Franse intelligentsia daartegen heeft aangeheven. Ik heb zowel op Disney als op deze intelligentsia wel iets aan te merken. Als ik een van beide, of alle twee was geweest, had ik in dat pretpark een attractie gemaakt waarin je Rousseau, Voltaire, Bergson en Finkielkraut binnen Disney-context dingen kon laten doen, en een essay geschreven over Mickey Mouse als intellectueel. Maar ik ben geen van allen.

De column van George F. Will begint als volgt: ""Washington - Mickey Mouse heeft zijn succesvol debuut gemaakt in het land dat van cultureel snobisme zijn politieke filosofie heeft gemaakt. John Major heeft de restanten van Labour tot gehakt verwerkt, en in Italië is een bescheiden markt voor souvenirs aan Mussolini. Deze feiten, die onmiskenbaar met elkaar verband houden tonen aan dat vooruitgang nog mogelijk is, zelfs in Europa.''

Hoe krijgt hij het uit z'n machine.

De columnist behandelt vervolgens de vrees van de Franse intellectuelen voor "homogenisering van de hele wereld' en het "cultureel Tsjernobyl' van Euro Disney die dit proces weer een flinke stap verder zullen brengen. Wat die intellectuelen werkelijk willen is een heel ander soort homogenisering waarvan ze zelf de baas zullen zijn, schrijft Will. Mickey Mouse is de Amerikaanse David die deze linkse Franse Goliath met de slingersteen in zijn schijnheilige gezicht heeft getroffen. (Ik maak het nu nog wat bonter, maar daar komt het op neer). Verdiende loon, want de Franse intelligentsia grossiert in twee specialiteiten: bureaucratie en dirigisme en je weet wel wat daar van komt. Gelukkig hebben de Amerikanen met hun "cultureel imperialisme' die lui de voet dwars gezet met hun Euro Disney voor gezonde vrije pret.

Ja, in Europa zijn nieuwe tijden aangebroken, vat ik het nu samen. ""Nog niet zo lang geleden hadden de Europeanen een ander idee van gezonde pret. Toen gingen ze naar massale partijvergaderingen in Neurenberg of ze deden mee aan pogroms of ze stonden met hun tienduizenden op het Piazza Venezia onder het balkon van Mussolini om de man toe te juichen.'' Nu hebben de Italianen weliswaar zijn kleindochter als afgevaardigde van de neofascistische partij in het Italiaanse parlement gekozen, maar ernstig is het niet want als je even geduld hebt zullen Mouse en Duck van haar ook wel gehakt maken.

Niet bekend

Met woord en wederwoord is de grondslag voor het globaal conflict gelegd. Pret is de inzet maar intussen gaat het allang niet meer om dit soort pret. Het gaat erom wie wie het best kan ergeren, pesten, in haar/zijn gevoeligste plekken treffen. Wat je in het gewone sociale verkeer nooit voor je rekening zou willen nemen, blijkt plotseling tot de pasmunt van de polemiek te horen. De grenzen worden opgeheven. Het is als met het Heelal: het Zwarte Gat waarin het naar hartelust te keer gaan is. Dat mis ik op het ogenblik in onze columnisten. Wat ze ook aanpakken, het is geen uitnodiging om in het Zwarte Gat te springen. Aan George F. Will deze eer.