Het Boedapester gambiet

Michael Stean, het was lang geleden dat ik die voor het laatst ontmoet had. Omstreeks 1980 was hij de vaste secondant van Kortsjnoj. Later had hij een baan in de Londense financiële wereld gevonden en hij schaakt al vele jaren nauwelijks meer. Nu kwam hij opeens het hotel in Linares binnenlopen.

Hij kwam Short helpen. Verrassend dat hij opeens zijn oude secondatenvak weer had opgevat, maar niet onbegrijpelijk. Stean heeft de matches Karpov-Kortsjnoj meegemaakt. Vier maanden in Manila, twee maanden in Merano. Een half jaar van zijn leven in dienst van de Karpov-bestrijding. Nu was hij opgeroepen voor de match Karpov-Short. Zo lees je ook wel eens in spionageromans dat een oude afgedankte spion nog één keer uit zijn ballingsoord wordt teruggeroepen, omdat hij over vaardigheden beschikt die de jonge generatie vergeten is.

Kwam het door Stean dat we meteen weer werden teruggeworpen in de sfeer van die oude matches? De andere secondant van Short, Lubosh Kavalek, kwam de perskamer binnen en begon een verhaaltje te vertellen. Het voederen van de journalisten, zoals dat in de tijd van het secondantenduo Keene en Stean ook altijd gebeurde. Het team van Short had ontdekt dat Karpovs parapsycholoog Zagainov van zijn voornaam Rudolf heette, en oud-popmuzikant Short had zijn gitaar gepakt en het liedje over Rudolf, het roodneuzige rendier gespeeld.

Bedenk, zei Kavalek, dat de suites van Karpov en Short slechts door een flinterdun wandje gescheiden worden. Dit lied zou voortaan de ploeg van Karpov voor het ontbijt wekken, sprak hij krijgshaftig. We waanden ons terug in de tijd rond 1980, toen we als oorlogscorrespondenten schreven over het yoghurt-incident, het boze oog van parapsycholoog Zoechar, de radiogolven die de schaakcentra van de hersenen uitschakelden. Nee, ik geloof toch niet dat het door Stean kwam. Agitatie en propaganda was toen altijd de afdeling van Raymond Keene.

Voor de openingskeuze van Short in de eerste partij zal Stean ook niet verantwoordelijk zijn geweest. Hij was toen nog niet aanwezig in Linares en bovendien schijnt Kavalek een perverse voorliefde voor het Boedapester gambiet te hebben. Niet dat hij het zelf speelt. Maar Timman vertelde dat Kavalek hem tijdens de match tegen Joesoepov in 1986 ook al dit gambiet had proberen aan te praten.

Timman was niet in verleiding gekomen. Tegen Karpov was de keuze van de Boedapester wel bijzonder gewaagd. Karpovs secondant Episjin is waarschijnlijk 's werelds grootste kenner van deze opening. In Reggio Emilia 1991 won hij er in 25 zetten mee van Beljavski. Misschien had Short gedacht dat Karpov het beneden zijn waardigheid had gevonden om een kleine cursus in deze frivole opening te volgen. Ik denk niet dat Short het nog eens zal proberen.

Wit Karpov-zwart Short, eerste partij.

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 e7-e5 3. d4xe5 Pf6-g4 In 1928 schreef Nimzowitsch: ""In het algemeen maakt deze opening een onaangename indruk zowel op de toeschouwer, wiens reactie op de afzonderlijke zetten zuiver emotioneel is, als op de analyticus, die door geconcentreerd denken probeert het onderliggende mechanisme van de variant bloot te leggen.'' Vervolgens legt hij uit dat dit onderliggende mechanisme op een groot misverstand berust. 4. Lc1-f4 Pb8-c6 5. Pg1-f3 Lf8-b4+ 6. Pb1-d2 Dd8-e7 7. e2-e3 Geen verrassing dat Karpov het zo speelt. Hij geeft zijn pion terug en houdt in een rustige stelling voordeel. 7...Pg4xe5 8. Pf3xe5 Pc6xe5 9. Lf1-e2 0-0 10. 0-0 d7-d6 Misschien moet zwart 10...Lxd2 spelen, maar het is niet aantrekkelijk om dat te doen zonder dat het door a3 wordt afgedwongen. 11. Pd2-b3 b7-b6 12. a2-a3 Lb4-c5 Volgens de Zweden Schüssler en Wedberg staat het hier gelijk. Episjin denkt er anders over. In zijn aantekeningen bij de partij Ivantsjoek-Episjin, Terrassa 1991, schrijft hij dat wit na 11. Pb3 duidelijk voordeel heeft. 13. Pb3xc5 b6xc5 14. b2-b4 Pe5-d7 15. Le2-g4 Episjin had gelijk. Zwart kan versplintering van zijn pionnenstelling niet vermijden. 15...a7-a5 Dilemma. Met 15...Lb7 16. Lxd7 Dxd7 17. bxc5 Dc6 18. Dd5 Dxd5 kon zwart een eindspel met een pion minder bereiken, dat door de ongelijke lopers misschien houdbaar was. Dat wil hij niet, nu niet en in het vervolg ook niet. 16. Lg4xd7 Lc8xd7 17. b4xc5 d6xc5 18. Dd1-d5 Ta8-a6 19. Dd5-e5 Ta6-e6 Weer gaat zwart een onprettig eindspel uit de weg. 20. De5xc7 Tf8-c8 21. Dc7-b7 Had wit de tweede pion met 21. Dxa5 kunnen nemen? Een duidelijke weerlegging is niet te zien, maar zwart krijgt met 21...Lc6 zekere aanvalskansen. Karpov is tevreden met één pion. Hij dreigt 22. Tfd1. 21...De7-e8 22. Ta1-b1 h7-h5 23. f2-f3 Ld7-c6 24. Db7-b2 h5-h4 25. h2-h3 f7-f5 26. Db2-c2 De8-g6 27. Dc2-c3 a5-a4 28. Tf1-f2 Tc8-e8 29. Tb1-d1 Dg6-h5 Om g7-g5 te kunnen spelen. 30. Dc3-c2 Dh5-g6 31. Kg1-h1 Karpov was al in ernstige tijdnood. In het vervolg blijkt de koning op h1 slechter te staan dan op g1. Hij had 31. Td3 moeten spelen, om pion e3 te dekken, dan had zwart geen compensatie voor zijn pion gehad. 31...Dg6-f6 32. Dc2-b2 Df6-e7 Beter was 31...Kf7 gevolgd door g5. Daarmee was wel remise te bereiken geweest, al zou wit een pion voor blijven. 33. Tf2-d2 g7-g5 34. Lf4-d6 De7-f7 35. Ld6xc5 g5-g4 36. f3xg4 f5xg4 37. Td2-f2 Df7-h5

Zie diagram 1.

Karpovs vlag op vallen. Heeft hij een blunder begaan? Zwart dreigt 38...Dxc5 en ook 38...gxh3. 38. Db2-e2! Nee, alles onder controle. Na 38...Dxc5 39. Dxg4+ zou wit winnen, bijv. 39...Kh8 40. Dxh4+ (40. Tf7 Lxg2+!) Kg7 (40...Kg8 41. Dg4+ Kh8 en nu wel 42. Tf7) 41. Tf7+! Kxf7 42. Dh7+ en zwart gaat mat of verliest zijn dame. Nu was ook Short in erge tijdnood gekomen. 38...Te6-g6 Sterker was 38...Te4 39. Td1-d6 Te8-e4 Beslissende fout. Zelfs nu had hij ondanks een achterstand van twee pionnen nog remise kunnen houden met 39...Txd6 40. Lxd6 Dg6 41. Dxg4 (41. Tf4 Db1+ 42. Tf1 Dg6) Dxg4 42. hxg4 h3. 40. Td6-d8+ Nu is het uit. 40...Kg8-h7 41. Tf2-f7+ Tg6-g7 42. Tf7xg7+ Kh7xg7 43. De2-b2+ Zwart gaf op.

Zie diagram 2.

Dit is uit de derde partij Karpov-Short. Het was vier zetten na het afbreken. De stelling had Short bekend moeten zijn, maar was het kennelijk niet. Hij speelde 65...Pf3-h2+, een zeer onnatuurlijke zet. Hij had op verschillende manieren snel kunnen winnen. 65...Kg4 is mogelijk, maar 65...Th2 is het sterkst. De hoofdvariant is dan 66. Tf8+ Ke4 67. Pxf4 (67. Txf4 Ke3 en zwart wint een stuk) c3 68. Pe2 c2 69. Tc8 Pd4 70. Pxd4 c1D+ 71. Txc1 Th1+ en zwart wint. Een andere mogelijkheid is 66. a3 (of een andere willekeurige zet) Pe5 67. Tf8+ Ke4 68. Pxf4 (68. Txf4+ Ke3 69. Tf5 Pf3) c3 69. Pe2 c2 70. Tc8 Ke3 en wint, want na 71. Txc2 Tf2+ gaat wit mat. Een korte nauwkeurige analyse, liefst in de huisanalyse, en het was snel uit geweest. Shorts zet gaf de winst niet weg, maar maakte het wel heel moeilijk en veertien zetten later maakte hij de beslissende fout. Toen stond zijn ongelukkige paard trouwens nog steeds in de hoek op h2.