GRIEKSE RELIGIE

Mythe en religie in het oude Griekenland door Jean-Pierre Vernant 96 blz., Ambo 1992, vert. Ivo Gay (Mythe et religion en Grèce ancienne, Seuil 1990), f 25,- ISBN 90 263 11012 X

Het is bekend: sinds Descartes denken de Fransen wat verward. Wie onze eeuw overziet, ontwaart vele intellectuele modes die over elkaar heentuimelen. Maar of het nu Bergson, Sartre, Barthes, Baudrillard, Derrida, Lacan, of zelfs Michel Foucault betreft, weinig is duurzaam gebleken, behalve het beschaamde grijnzen van degenen die ooit in hun gedachtengoed geloofden.

Het gebied waarop Franse geleerden wel een blijvende, diepgaande en wereldwijde invloed hebben uitgeoefend, is dat van de "structuralistische' benadering van de klassieke oudheid, en dan vooral van de Griekse mythen en riten. Het brandpunt van deze invloed is sinds de jaren zestig een ontzagwekkend driemanschap: Jean-Paul Vernant, Pierre Vidal-Naquet en Marcel Detienne. Ze worden wel omschreven als "de Parijse School', maar dat is niet helemaal terecht. Weliswaar waren ze alledrie ooit verbonden aan de École Pratique des Hautes Études, en werkten ze samen aan het Centre de recherches comparées sur les sociétés anciennes, maakten ze in wisselende samenstelling enkele bundels, en verwijzen in hun wetenschappelijke publikaties regelmatig naar elkaar, maar hun onderlinge verschillen in aanpak en belangstelling zijn aanzienlijk. En aan doelbewuste "schoolvorming' hebben ze nooit gedaan.

De "structuralistische' benadering van Vernant, Vidal-Naquet en Detienne is losjes gebaseerd op de inzichten van Georges Dumézil (de grote kenner van de Indo-Europese cultuur), de antropologische modellen van Claude Lévi-Strauss en Marcel Mauss, de sociologie van Emile Durkheim, en het materialisme van Karl Marx. Hun grote voorbeeld is vooral de veelzijdige, zonderlinge geleerde Louis Gernet (1882-1962), wiens opstellen na zijn dood werden gepubliceerd door Vernant onder de programmatisch bedoelde titel Anthropologie de la Grèce ancienne.

Het is dan ook misschien beter van een antropologische benadering te spreken, want het vernieuwende van de "Parijse School' schuilt vooral in het streven de Griekse cultuur te analyseren als een "vreemde' beschaving. Het uitgangspunt is dat - in tegenstelling tot hetgeen de traditionele Duitse Altertumswissenschaftler bijvoorbeeld meenden - de Griekse beschaving weinig tot niets gemeen heeft met de moderne westerse. Vernant, Vidal-Naquet en Detienne willen de Griekse cultuur begrijpen door de constructie van het Griekse wereldbeeld te bestuderen. Inzicht in dat wereldbeeld kan volgens hen slechts tot stand komen door analyse van de mythen en riten die daaraan inhoud, vorm, samenhang en bestendigheid gaven.

Van cruciaal belang was daarbij het aanwijzen van "structurele' kenmerken die de antropologie ook in andere culturen had geregistreerd: rites de passages, omkeringen, opposities (marge versus centrum, jong versus oud, man versus vrouw), "horizondenken', polariteit en complementariteit, enzovoorts. Kernpunt voor de geleerden van "de Parijse School' was daarbij dat het Griekse wereldbeeld een samenhangend, maar zeker niet statisch of "logisch' geheel was. Het gaat er dan ook niet om de mythen, riten, goden of heroën te begrijpen als geïsoleerde verhalen, handelingen of personen, maar als delen van het grotere geheel der Griekse samenleving.

Van de drie voormannen geldt Jean-Paul Vernant als de primus inter pares. Niet alleen omdat hij de oudste is, maar ook omdat zijn werk het meest consistent van kwaliteit wordt geacht. Hij werd oorspronkelijk opgeleid tot psycholoog (zijn eerste bundel artikelen heette niet voor niets Mythe et pensée chez les grecs. Etudes de psychologiques historiques) en een van zijn hoofdonderwerpen bleef altijd de "rationaliteit' van de Grieken, en hun "sociale en mentale structuren'.

In 1987 schreef hij voor de befaamde Encyclopedia of Religion van Mircea Eliade het lemma "Greek religion', dat later in Frankrijk als boekje uitkwam onder de titel Mythe et religion en Grèce ancienne en nu in vertaling van Ivo Gay in het Nederlands verscheen. Het is een handzame, doch niet echt gemakkelijke, soms wat ronkende en niet overal precieze tekst. Vernant legt de klemtoon op de nauwe relatie tussen de Griekse stadsstaat van burgers en het polytheïsme zonder hiernamaals en heilsverwachting.

Het is mooi dat deze samenvattende verhandeling van Vernant nu in het Nederlands beschikbaar is, maar het is vrij bizar dat de vertaling zonder een woord van inleiding, uitleg of nadere aanduiding van de auteur is uitgegeven.