Gereguleerde overgave

Zichzelf overgeven en zich helemaal verliezen blijkt voor vrouwen bij het vrijen veel belangrijker te zijn dan voor mannen.

Mannen hebben juist moeite om zich over te geven omdat ze bewuster bezig zijn met het reguleren van hun eigen opwinding. Zo luidt één van de bevindingen uit een nog lopend onderzoek aan het Nederlands Instituut voor Sociaal Sexuologisch Onderzoek naar "heilzame seksualiteit', opgezet om enig tegenwicht te bieden aan de huidige neiging om seksualiteit vooral met allerhande narigheid te verbinden zoals aids, incest en verkrachting.

Ik vond dit niet alleen interessant wegens het zoveelste man-vrouw verschil dat altijd goed is voor de verzameling. Volgens mij gaat dit nu om een verschil in houding tussen de seksen dat veel verder gaat dan het seksuele gedrag en genot, en ook hun openbare en aangeklede leven doortrekt. En hierin ligt, om mezelf maar even aan gereguleerde speculaties over te geven, ook een sleutel tot de vraag waarom jongens het gemiddeld zoveel verder brengen dan meisjes. Ik herinner me een column van jaren geleden van Renate Rubinstein waarin ze zich afvroeg waarom jongens zoveel ambitieuzer waren dan de meisjes in hun klas of collegebanken. Het antwoord zocht ze, als ik me goed herinner, in hun verschillende houding bij verliefdheid. Meisjes begonnen direct te dromen en lieten hun huiswerk sloffen. De jongens waren niet minder hartstochtelijk, maar wisten werk en plezier beter te reguleren, althans zo dat het werk er niet onder leed. Want het werk gaat voor het meisje, dat weet elke jongen. En meisjes begrijpen dat kennelijk niet en laten al gauw het werk waaien omdat de liefde voorgaat. Of ze begrijpen iets anders: dat de beste weg om hogerop te komen voor veel van hen nog altijd bestaat uit het vinden van een goede man.

Ik vond die houding van de jongens veel verstandiger, maar moeilijk op te brengen. Mijn eerste grote verliefdheid viel in de tijd dat ik eindexamen moest doen, en ik herinner me vooral dat ik dromerig hand in hand door het Vondelpark liep, naar het gymlokaal met de strenge tafels en de examenopgaven waar mijn hoofd niet naar stond. Ik heb ook nog nooit zulke slechte cijfers gehaald.

“Vrouwen benijden het vermogen van mannen om hun liefdesgevoelens in een vakje te stoppen, hun vrijheid om zich nog met iets anders bezig te houden”, schrijft Ethel Portnoy in Opstandige Vrouwen. En in dit verschil tussen de vrouwelijke neiging zich totaal aan man en liefde over te geven en de meer beheerste en ingepaste liefdesregulatie waartoe mannen in staat zijn, zoekt ook Portnoy het verschil in maatschappelijk succes tussen de seksen. Zelfs in de literatuur, waar vrouwen in groten getale hebben uitgeblonken, zijn ze geen bewegingen begonnen en hebben geen volgelingen gekregen. En dit komt niet alleen omdat ze altijd zo grof onderdrukt of tegengewerkt zijn. Vrouwen gedragen zich zelf soms, aldus Portnoy, alsof ze in een kooi met onzichtbare tralies zitten. En die kooi en die tralies worden gevormd door de ideologie van de romantische liefde die voor vrouwen als een soort roesmiddel werkt. Verliefdheid is voor veel vrouwen een staat van bezetenheid waardoor ze tot weinig anders meer in staat zijn. In elk geval nauwelijks tot eigen werk. Een uitzondering in haar boek is de houding van de Russische revolutionaire Aleksandra Kollontaj, die - eenmaal verliefd - wel een verhouding begon, maar nooit haar gevoelens, “het wel en wee van de liefde” een eerste plaats in haar leven liet innemen. “Strijd, creativiteit, activiteit stonden altijd op de voorgrond.”

Is dit waar: klopt dit beeld van het vrouwelijk liefdesgedrag, en biedt het een goede verklaring voor haar maatschappelijke vergetelheid? In de gebruikelijke verklaringen voor "het raadsel van de mannenmacht' neemt de liefde een weinig prominente plaats in. Wel vinden we Iteke Weeda's waarschuwingen tegen het traditionele liefdesethos als één van de mechanismen die vrouwen ondergeschikt houdt, maar dan heeft ze het meer over de "liefdesplicht' tot zorg en opoffering dan over het krekelachtige gedrag van zorgeloos genieten. Het zal wel weer geen toeval zijn dat het vrouwen zijn die op de valkuil van de toewijding en de overgave wijzen, omdat zij hier veel vaker in vast komen te zitten.

Ik denk dat Rubinstein en Portnoy de vinger op een vitale plek hebben gelegd, en dat de hardnekkige neiging van vrouwen om zich in de liefde te nestelen een bedreiging kan vormen voor de ontplooiing van haar andere vermogens. Maar wordt dat niet een beetje minder nu vrouwen zelf meer maatschappelijke ambities hebben gekregen? Ze hebben hun onderwijsachterstand ingehaald, zijn meer gericht geraakt op eigen werk en op het verwerven van een maatschappelijke positie. Maakt dat ze niet wat zakelijker, ook in de liefde, en wordt deze dan nu niet efficiënt tussen de bedrijven van het werk door ingepland? Ik geloof het eigenlijk nauwelijks: ik denk dat voor veel vrouwen de neiging zich totaal in een verhouding te verliezen heel groot is, ongeacht werk en positie, en dat ze zichzelf moeten vermannen om hun hoofd bij hun werk te houden.

Is dat een slechte neiging? Moet de hartstocht aan banden worden gelegd en het verlangen gedempt om het hoofd koel te houden voor andere bezigheden? Dat is ongetwijfeld verstandig, met het oog op het werk, de maatschappelijke positie en de vrouwenstrijd in het algemeen, maar het bestaan wordt er zo bleek van. Als iedereen zich alleen nog maar gewaarschuwd en oppassend in de liefde kan begeven gaat veel daarvan onderhuids verloren. Vrouwen kunnen van mannen leren om zich niet met huid en haar aan de ander over te leveren en eigen bezigheden te behouden. Dat maakt wat minder kwetsbaar als het allemaal weer anders gaat lopen dan het er eerst uitzag. Maar ik zou het een verlies vinden als het vermogen tot overgave en tot afhankelijkheid de kop in wordt gedrukt omdat het zo gevaarlijk is, omdat een grote investering in een persoon gezien moet worden als een hachelijk bedrijfsrisico. De werkelijkheid zal veel mensen dwingen om hun verlangens zakelijker tegemoet te treden, en dit vormt ongetwijfel een nuttig tegengif tegen Portnoy's vrouwelijke liefdesroes. Maar als we niet oppassen - of juist teveel oppassen - dreigt niet alleen seksualiteit iets te worden waar je vooral allerlei ergs van kan oplopen, maar ook de liefde. Liever af en toe het risico van overgave dan een al te behoedzaam en aangeharkt bestaan. Want dat geeft maar weer nieuwe tralies.