Een positieve aanpak kreeg Delftenaren de fiets op

De gemeenteraad van Amsterdam heeft zich deze week uitgesproken voor het versneld terugdringen van het autoverkeer in de binnenstad. De gemeente Delft probeert al tien jaar het autogebruik te verminderen met een ambitieus fietsrouteplan.

DELFT, 18 APRIL. Bij het inperken van het autoverkeer heeft de gemeente Delft gekozen voor een "positieve aanpak'. De auto wordt niet met restrictieve maatregelen als hoge parkeertarieven uit de stad geweerd, maar door het gebruik van openbaar vervoer en fiets te bevor- deren. Een "fietsrouteplan' heeft er voor gezorgd dat inmiddels zo'n zestig procent van de Delftenaren op de fiets naar het werk gaat.

Met het fietsrouteplan is in 1982 begonnen. De kern ervan is het creëren van een fijnmazig netwerk van fietspaden op buurt- wijk- en stadsniveau. Uitgaande van het bestaande fietsnet werden ontbrekende schakels toegevoegd. Fietstunnels en -bruggen werden aangelegd, straten werden verbreed, op het wegdek werden strepen getrokken en er kwamen meer fietspaden. In totaal werd 11,8 kilometer fietsverbindingen aan- gelegd.

Het fietsrouteplan is een netwerk van verbindingen op drie niveaus. Op stedelijk niveau bestaat het uit een raster van doorgaande verbindingen, dat bijvoorbeeld het centrum, het station en de TU verbindt. Het wijknet leidt naar winkels, scholen en sportzalen. De voorzieningen op buurtniv- eau zijn voor ritten van korte afstand, met name voor kinderen.

Het ministerie van verkeer en waterstaat financierde een deel van het fietspadenplan, op voorwaarde dat het project geëvalueerd zou worden. Uit die evaluatie blijkt dat het fietsgebruik in Delft, dat vóór 1982 nog daalde, sindsdien is toegenomen met zeven procent. Eenderde van de groei kwam van voormalige autogebruikers.

Verkeer en Waterstaat betaalde in het beginstadium tachtig procent van het 27 miljoen kostende project. In ruil daarvoor moest Delft fungeren als voorbeeld voor andere steden. Vanuit verschillende steden, waaronder Groningen, kwamen ambtenaren naar Delft om daar al fietsend de uitwerk- ing van het fietsrouteplan te bekijken.

Ook momenteel bestaat er nog belangstelling voor het Delftse fietsroute- project, vooral uit het buitenland. “We hebben gefietst met mensen uit Keulen, Bordeaux en het Zwitserse Thun en binnenkort komen er Noren”, zegt ir. D.H. Grotenhuis, hoofd van de afdeling verkeer van de dienst stadsontwikkeling.

Bijkomend effect van het fietsrouteplan is een daling van het aantal ongevallen in Delft. Hoewel er in Delft veel meer gefietst wordt, is het aantal fietsongvallen met tien procent afgenomen. Dat is vier procent meer dan de landelijke tendens.

Het fietsrouteproject is niet helemaal afgemaakt. De subsidie van de overheid stopte in 1985. Er waren toen, afgezien van het stadsnet, twee wijknetten af: een vooroorlogse woonwijk ten westen van het centrum en de nieuwe woonwijk Tanthof in het zuiden. De rest moet de gemeente zelf financieren, maar de bereidheid om in eigen buidel te tasten blijkt gering. Er wordt jaarlijks een ton besteed aan het onderhouden van de fietspaden. Geld voor het voltooien van alle wijknetten is er niet.

“Men zegt nu, we hebben de fietsen wel gehad, we gaan ons nu richten op cultuur”, zegt Grotenhuis. Hij hoopt dat het "Masterplan Fiets', dat minister Maij-Weggen (verkeer) in juni vorig jaar lanceerde om het fietsgebruik in Nederland te bevorderen, de Delftse plannen nieuw leven zal inblazen.

Niet iedereen was blij met de invoering van het fietsrouteproject. Op het moment dat parkeerplaatsen moesten wijken voor fietspaden, stuitte dat op verzet van Delftenaren die talloze brieven schreven naar de gemeente, met spandoeken de straat op gingen en tijdens hoorzittingen hun grieven naar voren brachten. Een trapjesbrug in het centrum van de stad die werd verbouwd tot fietsbrug, wordt nog steeds "de ongewilde brug' genoemd.

Maar nu de route er ligt wordt er veel gebruik van gemaakt. Het aantal fietsers in Delft groeit nog steeds. Volgens Grotenhuis zijn de fietsen- rekken “niet aan te slepen. We hebben net weer nieuwe rekken geplaatst bij het station maar die staan nu al weer vol.”

Inderdaad is er voor het station van Delft geen plek te vinden in de fietsrekken. In de bewaakte stalling van A. Uzgu is nog wel plaats. “Mijn stalling is nooit helemaal bezet”, zegt Uzgu die met zijn 1,25 gulden per dag net onder de prijs van de NS-stalling zit. “Wel zetten steeds meer mensen hun fiets buiten. Stom van ze, zo raken ze hun fiets snel kwijt.”