De fysica en de politiek volgens prof. Kosjkin

CHARKOV, 18 APRIL. Overal in de wereld gebeurt op hetzelfde moment eigenlijk altijd hetzelfde. De lange en korte golven van het maatschap- pelijk proces houden zich niet aan de staatsgrenzen. En daarom is het oude Rusland nu in gevaar. Professor Vladimir Kosjkin weet het zeker. De afstand tussen democratie en dictatuur in zijn land is niet groter dan het temperatuurverschil tussen ijskoud water en ijs. Op de thermometer mag het geen naam hebben, maar voor de structuur van H2O is het enorm. Om dat te begrijpen, hoef je echt niet doorgeleerd te hebben.

Professor Kosjkin (55 jaar en sinds drie weken weer vader van een zoon, Misja, die hij echter nog niet gezien heeft, omdat zijn vriendin zevenduizend kilometer oostelijker aan de Amoer woont) is natuurkundige aan het Polytechnisch Instituut van Charkov, een Russische stad in het oosten van de Oekraïne. Zijn lab dreigt ten onder te gaan aan de algemene financiële crisis. Geld is er niet meer, laat staan motivatie.

Maar Kosjkin gaat door. Niet met toegepast onderzoek, ook al zou hem dat misschien wat subsidies van kapitaalkrachtige bedrijven opleveren, maar met studies op het grensvlak van de filosofie. Een fysicus is immers ook een beetje filosoof. En zeker Vladimir Kosjkin. Weliswaar zegt hij sinds zijn 45ste geen echt nieuwe ideeën meer gehad te hebben maar het enthousiasme waarmee hij zijn persoonlijke angsten temt, is onloochen- baar.

Samen met een vriend heeft professor Kosjkin niet lang geleden zijn filologische collega's gevraagd om zoveel mogelijk Russische poëzie van eind zeventiende tot begin twintigste eeuw op een schaal van nul tot tien te rangschikken naar de mate van introvertie en extrovertie. Waarna Kosjkin ze allemaal heeft ondergebracht in een x/y-kwadrant. Want alleen een mathematische functie biedt vergelijkingsmateriaal.

Het resultaat was opzienbarend. Bijna alle belangrijke dichters (Lermo- ntov, Fet, Blok, Tsjoetsjev) bleken grotendeels introvert. Zelfs Poesjk- in wist de grens naar de extrovertie niet te overschrijden. Er waren uiteraard ook extroverte types, maar die zijn in het Westen zo onbekend dat het nauwelijks zin heeft ze te noemen.

Dat zegt iets over de Russische literatuur, zou je denken. Maar zo eenvoudig blijkt het toch niet. Want wat is gebleken uit een soortgelijk onderzoek dat professor Maslov, ook uit de ß-hoek, eerder heeft losgelaten op de vaderlandse architectuur? Inderdaad, dat de hoogtepun- ten van barok en classicisme in Rusland eveneens treffend met West-Euro- pa bleken te convergeren. Romantiek, marxisme, fin-de-siècle, positivisme, constructivisme, existentialisme en holisme: ze hebben Rusland ook aangedaan, bovendien bijna op exact hetzelfde moment dat ze in West-Europa zijn opgedoken.

Volgens Vladimir Kosjkin heeft deze conclusie niet louter cul- tuur-historische betekenis. Integendeel. Kosjkin is niet bang om het golfmodel tot het politieke niveau te abstraheren. Je kan er zelfs een maatschappelijke golf uit destilleren waarmee de huidige Russische ontwikkelingen geïllustreerd kunnen worden.

En dan? Dan gebeurt er het volgende in het Kosjkiniaanse schema: kwalit- eit en kwantiteit blijken in Rusland dan ineens ernstig uit de pas te raken. Want de "parameters' van de golfbeweging in Rusland en Europa mogen dan wel parallel lopen, de Russische samenleving waarin deze trends zich afspelen “is dertig tot veertig jaar achterop geraakt”. Anno 1992 betekent dat volgens Kosjkin dat Rusland, net als de rest van de christelijke wereld, in de greep is geraakt van een “introvert conservatisme”. Maar de natie is daarvoor eigenlijk nog helemaal niet rijp omdat er nagenoeg niets voorhanden is om te behouden.

Juist deze "ongelijktijdige gelijktijdigheid', zoals Lenin het ooit heeft genoemd schept nu die implosieve situatie waar bijna niemand een uitweg voor weet. “De trendbreuk lijkt kwantitatief helemaal niet zo groot, net zoals de temperatuursovergang tussen ijs en water. Maar kwalitatief is de verandering enorm. Zo is het ook in Rusland. De afstand tussen Jeltsin en Chasboelatov of zelfs Zjirinovski (de "rapalj- e-fascist' die het gefrustreerde nationalisme aanboort, red.) is in Russische verhoudingen niet zo opzienbarend. Maar kwalitatief is het wel 't verschil tussen hoop en wanhoop, tussen een aanzetje tot democratie en een nieuw soort totalitarisme.”