"DE AVONTUREN VAN ALI BABA ZIJN EEN WESTERS VERZINSEL'

Complete Nederlandse vertaling van "Duizend-en-Eén Nacht' staat op stapel

Ze zullen zeven jaar ouder zijn als de klus er op zit, uitgever Joost van Schendel (42) en vertaler Richard van Leeuwen (36), maar dan zal het Nederlandse lezerspubliek ook voor het eerst een rechtstreekse vertaling uit het Arabisch kunnen opslaan van de Alf Laila Wa Laila, de Verhalen van Duizend-en-Eén Nacht.

Tot nu toe moesten geïnteresseerden het doen met vertalingen uit het Frans, vaak gekuist en onvolledig. Van Schendel en Van Leeuwen willen voor de zojuist opgerichte uitgeverij Bulaaq een complete en op originele tekstedities gebaseerde vertaling van de eeuwenoude koffiehuisvertellingen presenteren. Naar de avonturen van Ali Baba zullen lezers daarin tevergeefs zoeken: zijn legende ontbreekt in de meest gezaghebbende Arabische tekst-uitgaven en de avonturen ""zijn mogelijk zelfs een Westers verzinsel''. Van Schendel overweegt de apocriefe vertellingen - waartoe ook het verhaal over de toverlamp van Aladin behoort - onder te brengen in een apart deel.

""Dit is een oude wens van me, waar ik ook wel eens mee heb geleurd bij andere uitgevers - tevergeefs'', zegt Joost van Schendel over het project. Behalve eigenaar van boekhandel Pantheon (gespecialiseerd in het Midden-Oosten) is hij initiatiefnemer van Bulaaq, die zich wil richten op literatuur van en over de Arabische wereld. De naam Bulaaq is ontleend aan een Egyptische uitgeverij annex drukkerij uit de vorige eeuw. Die werd zo beroemd dat de wijk in Kairo waar zij zetelde naar haar vernoemd werd, en de naam tegenwoordig in het Midden-Oosten zelfs zowat synoniem is met uitgeven.

""De bronnen zijn beschikbaar, de geschiedenis is onderzocht, dus waarom zou je er nèt aan beginnen?'' zegt Van Leeuwen, die al tien jaar werkzaam is als vertaler uit het Arabisch en zijn sporen laatstelijk verdiende met de Nederlandse editie van de 1.500 pagina's tellende trilogie Al-Thulathiyya van de Egyptische schrijver Nagieb Mahfoez. ""Nederland loopt al heel lang achter'', zegt hij. ""Alle andere landen in Europa hebben inmiddels een eigen vertaling van de Duizend-en-Eén Nacht, zelfs Denemarken.'' Geen wonder, want de vaak scabreuze vertellingen over grootviziers en hofdames spreken al eeuwen tot de verbeelding in ons deel van de wereld, waar de Franse oriëntalist Antoine Galland (1646-1715) ze vanaf 1704 introduceerde in een bloemrijke en veelvuldig geplagieerde vertaling.

""Die eerste vertalingen waren duidelijk bedoeld om een contemporain Europees publiek te amuseren'', aldus Van Leeuwen, zelf arabist en net klaar met een proefschrift over een onderwerp uit de geschiedenis van Libanon. ""Het idee dat een vertaling zo dicht mogelijk bij de tekst moet blijven, is per slot van rekening pas van heel recente datum.''

ANTON PIECK

Van de onbetrouwbare Galland-editie, gedeeltelijk gebaseerd op de mondelinge overlevering van een Syrische monnik, verscheen al in de achttiende eeuw een Nederlandse vertaling. Eind vorige eeuw werd een tweede Nederlandse versie gepubliceerd. Van 1947 tot 1955 kwam een nieuwe bewerking op de markt, niet langer gebaseerd op Galland maar op de recentere vertaling van Joseph Mardrus (verschenen tussen 1899 en 1904). Deze laatste editie, die werd verzorgd door een team vertalers onder wie Anton Coolen, stond onder redactie van Albert Helman en werd geïllustreerd door Anton Pieck. De pikantste episodes bleven ook hierin achterwege.

""Eigenlijk waren de vertalingen uit de negentiende eeuw het minst gekuist'', zegt Van Leeuwen. ""Omdat je toen een opleving had van de romantische verheerlijking van "de Oriënt', waarbij Victoriaanse taboes juist werden geprojecteerd op het zinnelijke Oosten.'' Dat gebeurde bijvoorbeeld in de vertaling uit 1885 van de ontdekkingsreiziger en globetrotter Richard F. Burton, die berucht werd door zijn verpletterende hoeveelheid voetnoten en verklarende essays over de meest bizarre seksuele praktijken uit het Oosten. De vertaling is echter in onbruik geraakt, niet wegens het Victoriaanse seksisme maar door de onleesbaarheid. Van Leeuwen: ""Burton heeft zijn vertaling, zegt hij zelf, geprobeerd te schrijven zoals hij dacht dat een Arabier met Engels als moedertaal het zou hebben gedaan. Niet te lezen dus.''

Van Leeuwen zal voornamelijk werken met twee Arabische standaard-edities: de Bulaaq-editie uit 1835, vernoemd naar de eerdergenoemde wijk in Kairo, en de in 1842 in Calcutta uitgegeven editie van de Brit William Henry Macnaghten. Tussen beide edities bestaan verschillen: de volgorde van de verhalen varieert, evenals hun lengte en exacte formulering. De Bulaaq-editie heeft Van Leeuwen thuis in twee handzame banden, de Calcutta-editie is per diplomatieke post onderweg uit Kairo, waar uitgever Van Schendel hem liet kopiëren in de bibliotheek van een Franciscaner klooster. ""Voor ongeveer 400 gulden, met nog 40 gulden voor het inbinden'', zegt hij. ""Geen geld, de reis was duurder.''

ONDEUGEND

Van Schendel hoopt dat de 1,5 miljoen woorden tellende Duizend-en Eén-Nacht niet alleen bij kenners, maar juist bij een breed publiek zal aanslaan. ""We gaan er wel van uit dat arabisten de delen ook kopen - ook al hebben ze al een of twee edities thuis staan - maar we mikken uitdrukkelijk op een heel breed publiek. De verhalen hebben tenslotte, afgezien van hun literaire waarde, in de volksmond ook nog altijd iets ondeugends.''

De belangstelling voor literatuur over het Midden-Oosten is in het algemeen niet erg groot, hoewel Van Schendel de laatste tijd een lichte opleving signaleert. Die is het gevolg van "het Bolkestein-effect', vermoedt hij. ""Je merkt toch dat sinds hij erover begonnen is, mensen zich op een meer zakelijke manier willen informeren over islamitische culturen en hun geschiedenis. Mensen zoeken meer naar non-fictie met zakelijke informatie over geschiedenis en cultuur van het Midden-Oosten en niet meer naar de welzijnswerkers-achtige literatuur over minderheden van vroeger.''

Zeer onlangs verschenen als eerste uitgaven van Bulaaq vertalingen van twee klassiekers: Voorbij Poitiers. Arabische invloeden op middeleeuws Europa (1972) van W. Montgomery Watt, hoogleraar Arabisch en islam aan de universiteit van Edinburgh, en Istanbul en de wereld van het Ottomaanse Rijk (1963) van Bernard Lewis, emeritus hoogleraar Midden-Oostenstudies aan de Princeton-universiteit. De titels zijn verschenen in een oplage van 2.500 exemplaren. Van Schendel: ""In de korte tijd dat de boeken uit zijn, verkopen we van beide titels zo'n twintig, vijfentwintig per week - voor onze begrippen veel.'' Op stapel staan onder meer uitgaven van moderne Arabische poëzie, de handelseditie van een proefschrift over de Ramadan in Marokko en een boek over de Koerden.

Bulaaq is begonnen met een startkapitaal van zo'n 50.000 gulden, geworven door een kennis van Van Schendel die werkt als adviseur voor het bedrijfsleven. ""Van dat geld kun je twee boeken maken en dan heb je nog 10.000 gulden over om aan een nieuwe titel te beginnen'', aldus de uitgever. Voor de publikatie van de Duizend-en-Eén Nacht, die gelijk op moet gaan met nieuwe uitgaven van het fonds, is eenzelfde startkapitaal beschikbaar, opgebracht door geïnteresseerde particulieren. In totaal is zo'n vier ton nodig, hoewel het project zich gaandeweg moet gaan terugverdienen met de publikatie van twee deeltjes van 260 pagina's per jaar. De complete uitgave moet vijftien deeltjes tellen. De prijs zal tegen de veertig gulden per deel worden, de oplage zal rond de drieduizend exemplaren liggen. Volgend jaar moet het eerste deel van de complete Duizend-en-Eén Nacht in de winkels liggen.

Volgens het uitgeefplan moet het project in 1998 zijn voltooid. Van Schendel: ""In Frankrijk zijn nu twee deeltjes nieuwe vertaling verschenen van twee literatuurwetenschappers van de Sorbonne. Die hebben alleen al over de research en voorbereiding acht jaar gedaan.''

""Maar ja,'' voegt hij daar verontschuldigend aan toe, ""die moesten het naast hun gewone werk erbij doen.''