Crisis in producentenparadijs Japan

Premier Miyazawa beloofde de Japanners een nieuwe levensstijl: minder werken, goedkopere huizen en betere openbare voorzieningen. Maar alleen de kinderen van rijke ouders leven nu in een luilekkerland. De "recessie' dwingt de rest van de Japanners de komende tijd keihard te werken in dit producentenparadijs.

Sioux haarstijl, korte leren Vanson-jacks van pakweg duizend gulden, Levi's jeans van vier duizend gulden, Dr Martin laarzen van 300 tot 700 gulden, voor de gangs die 's nachts rondhangen in de straten van Shibuya, Tokio's populaire uitgangswijk onder kids, telt in de wereld alleen peperduur geprijsde kleding. Ze zijn de kinderen van Tokio's allerrijksten en hebben hun eigen slang, genspireerd op het Amerikaans. In de Japanse populaire media worden de vreselijkste dingen vermoed over hen: ze worden geassocieerd met drugs, moord en vechtpartijen. Maar in wezen spelen ze luilekkerland op z'n Japans, in de wc's van metrostations hun schooluniformen onschuldig verruilend voor hun eigen dure outfit. Ze tooien hun gangs met namen als de Fuckers, de Jasons, de Extremes. Ze maken lol.

Japans premier, Kiichi Miyazawa, moet vast iets anders voor ogen hebben gestaan toen hij de Japanners een nieuwe levensstijl beloofde. Miyazwa is een weinig benijdenswaardige man. Even leek het alsof hij alle Japanners luilekkerland wou binnenleiden. Bij zijn aantreden beloofde hij hen een nieuwe levensstijl: korter werken, goedkopere huizen, betere publieke dienstverlening. Hij lanceerde de leus “het land overvloedig te maken” voor de Japanner, maar de economie stortte in een recessie.

De kiezersgunst heeft Miyazawa verspeeld en in de populariteitspolls scoort hij met 20 procent extreem laag. Nu heeft Miyazawa iets nieuws bedacht, de "grom-strategie', door te grommen naar ondernemers hoopt hij dat die harder gaan investeren, zegt hij. Maar de ondernemers zijn van Miyazawa niet onder de indruk, de beurs van Tokio in Kabutocho, Tokio's Wall Street, is in mineur en de winsten zullen in 1992 voor het derde achtereenvolgende jaar dalen. Dat is in de afgelopen 45 jaar nog niet eerder gebeurd.

Ook gouverneur Yasushi Mieno van de Bank van Japan is niet te benijden. Hij wilde graag doorgaan voor de Japanse Paul Volcker, Amerika's boomlange centrale bankier die in de jaren tachtig als geen ander de zelfstandigheid van zijn bank bewaakte. Maar Mieno heeft onder druk van de regerende LDP al twee keer de rente moeten verlagen, zonder dat de beurs en de economie tekenen vertonen van herstel. Zijn koosnaampje is hij al lang kwijt.

Zo'n honderdduizend verpleegsters in heel Japan hielden deze week demonstraties voor betere werkomstandigheden. De werklast is loodzwaar en ze maken lange uren, klaagden ze. Volgens officiële cijfers werkt de Japanner gemiddeld 2016 uur per jaar tegenover de Amerikaan jaarlijks 1949 uur. Dat zou terug moeten tot 1800 uur, aldus deze week een adviesraad van premier Kiichi Miyazawa in een tussentijds rapport. De raad werkt aan het nieuwste vijfjarenplan met als opdracht hoe de levensomstandigheden in Japan kunnen worden verbeterd. “Het eerste vijfjarenplan tijdens een recessie”, verzuchtte een zuinig kijkende voorzitter van de raad tegenover de pers. Dat voorspelde weinig goeds, ook al wordt in Japan al tien jaar gepraat over betere leefomstandigheden zonder dat er iets gebeurt.

Het land mag zeven jaar geleden Amerika zijn gepasseerd en het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking hebben, de economie van het land is nog steeds een producentenparadijs. De consument komt er maar betrekkelijk bekaaid van af: kleine huizen, slechte infrastructuur, overvolle metro's en extreem hoge prijzen door een archasch georganiseerde tussenhandel. Ook het jongste economische stimuleringsplan van de regering, het eerste in vijf jaar, is geschreven voor de producent, klagen de hoofdartikelen in de kranten. Geen belastingverlaging voor de consument, wel belastingvoordeeltjes voor de producent.

Pag.16: Luilekkerland nog ver weg voor Japanners; De Japanner heeft vijf uur per dag om te eten, baden, vrijen en slapen; het geboortecijfer daalt.

Nog een cijfer. In Japan is het aandeel van de consumptie in het bruto nationaal produkt 56,4 procent, het laagste in zeventien jaar. In Amerika is dat 60 en in Groot-Brittannië 70 procent. In 1983 was dat in Japan nog 60,2 procent, aanzienlijk hoger dan nu.

Daarbij zijn de inkomensverschillen aanzienlijk toegenomen. In Shibuya, maar ook in uitgaanscentra als Shinjuku en Ikebukuro, is het voor de welgestelden elke avond feest. Maar voor de modale consument? Het doet een beetje onwerkelijk aan dat nu in Japan gesproken wordt van overconsumptie als een van de oorzaken van de "recessie'. Toch liggen de pakhuizen van handelshuis Mitsubishi in Tokio vol met elektronica, gekocht door consumenten tijdens de bubble-economie eind jaren tachtig. Ze kunnen hun spullen alleen niet gebruiken omdat hun huizen daarvoor te klein zijn. Toen de economie elk jaar nog groeide met zo'n vijf procent en het inkomen klom, dacht menig consument zich op den duur een groter huis te kunnen veroorloven. Dat bleek een misrekening, door de grondspeculatie stegen juist de huizenprijzen het hardst.

Bedrijven moeten, nu de bubble-economie is gebarsten en de speculatiegolf is weggeëbd, ineens flink bezuinigen en werknemers beleven dat als bedreigend. Zelfs de discount-winkels, die in malaise-tijden meestal goede zaken doen met goedkope bioskoopkaartjes, boekenbonnen, vliegtickets, telefoonkaarten, cadeaubonnen en postzegels, lijden onder de "recessie'. “We doen 20 procent minder zaken dan een jaar geleden”, zegt een manager van een discount-winkel bij het Kanda Station in Tokio. Een goedkope vliegticket van JAL van Tokio naar Osaka gaat nog niet weg voor 18 procent onder de officiële prijs. In Akihabara, Tokio's elektronica-wijk, is de toestand niet veel beter. “De consument blijft massaal weg”, stelt Mitsuo Miyoshi vast, manager van Laox, een van Tokio's grote elektronicawinkels. Nog in maart duikelden de verkopen van de warenhuizen in Tokio met 7,8 procent.

De economische toestand is voor professionele economen natuurlijk aanleiding om de kranten vol te schrijven met analyses. Veel ondernemingen zijn hun richting kwijt geraakt, schrijft professor Yukio Suzuki van de Nationale Universiteit van Yokohama. “Ik moet nog zien of de typische Japanse managementstijl te investeren met een doorwrochte lange termijnvisie geen mythe is”. Voor Japanners die nog dromen van luilekkerland heeft professor Takamitsu Sawa een bittere boodschap. Sawa doceert economische theorie aan de Kyoto Universiteit, een van Japans meest vooraanstaande universiteiten. Hij schreef vorige week in de Asahi Shimbun, Japans toonaangevende krant, een opmerkelijk stuk. Hij hield de Japanse arbeidsmentaliteit tegen het licht van de de eigenaardigheden van de Westerse werkcultuur. Zulke artikelen verschijnen er meer, alsof de Japanners worden voorbereid op nog eens vijf jaar handen-uit-de-mouwen-economie.

Volgens Sawa begint de Britse witteboordenwerker om tien uur 's ochtends, werkt dan tot één uur in de middag en gaat daarna twee uur lang lunchen, met wijn, om vervolgens om vijf uur ermee uit te scheiden. Is het een wonder dat in Groot-Brittannië de arbeidsproduktiviteit zo laag is?, aldus de professor vermanend aan lezers die nog hoopten op betere tijden.

Reacties konden natuurlijk niet uitblijven. Na een paar dagen verschenen de eerste, van Britten, woedende, maar ook vermakelijke. Alan Booth, auteur van verscheidene boeken over Japan, waarschuwde op zijn beurt tegen hooggeleerde mythevorming. Hij verwees naar een pas verschenen boekje bestemd voor Britse schoolkinderen. Daarin stond dat de Japanners 16 uur per dag werken. Stel je eens voor, schrijft Booth, 16 uur per dag. Als een Japanner om acht uur s ochtends begint, mist hij steevast de laatste trein naar huis. En neem je de gemiddelde reistijd van twee keer 90 minuten in aanmerking die de Japanner dagelijks forenst, dan houdt hij vijf uur over om te eten, baden, vrijen en slapen. Is het een wonder dat het Japanse geboortecijfer daalt? Sawa heeft nog niet geantwoord.

Mythevorming versluiert het beeld van Japan. Feit is dat door de recessie, die overigens in Japan al begint als de economie maar drie procent groeit, het aantal gemaakte overuren drastisch is geslonken. De percentages liegen er niet om, in de vier kwartalen van het afgelopen jaar van 3,5 naar 6,2 naar 7,4 tot 10. “Dat maakt de werknemers als consumenten schuw”, zegt econoom Shu Tamaru van de Industriële Bank van Japan. Het effect op het salaris is weliswaar marginaal, maar op het vertrouwen groot. “En Japanners zijn niet gewend kalm te leven en nu moeten ze opeens kalmer aandoen”, stelt hij vast. Alsof de recessie doet wat Miyazawa had beloofd. Maar volgens hem is er nog steeds een tekort aan arbeidskrachten. De werkloosheid is dan ook naar Westerse maatstaven uitzonderlijk laag, zo'n twee procent van de beroepsbevolking. Daarbij vergrijst de bevolking snel, sneller dan in enig ander groot industrieland.

In Kabutocho zegden in de tweede helft van het vorige jaar tienduizend man hun baan op bij de effectenhuizen, de meesten omdat hen de beursschandalen de keel zouden uithangen. Niemand van hen had moeite een nieuwe baan te vinden. Volgens cijfers van het ministerie van arbeid staan tegenover elke werkzoekende gemiddeld 1,2 nieuwe banen, een cijfer dat zelden zo hoog is geweest. Toch heeft de gespannen arbeidsmarkt geen noemenswaardige invloed op de lonen. De meeste looneisen bleven dit voorjaar onder de vijf procent. En ook de inflatie is laag, in de eerste twee maanden van 1992 gemiddeld 1,9 procent. En als de Commissie voor Eerlijke Handel, een naam die alleen Japanners kunnen verzinnen, haar zin krijgt, zullen de prijzen van 24 produkten voor de eerste levensbehoeften, zoals medicijnen en drogisterijwaren april volgend jaar zelfs omlaag gaan. Producenten wordt dan verboden nog langer de prijzen eenzijdig voor de detailhandel vast te stellen. CD's vielen niet onder het commissiebesluit, maar de cd-producenten besloten zelf maar met een prijsverlaging te komen, om de prijsliberalisatie voor te zijn.

Het zal de gangs in Shibuya een zorg zijn wat er met de prijzen of met de economie of met Miyazawa's hoogstemde idealen gebeurt. Vraag een kid waar die op tegen is, of die klachten heeft en hij zal je zeggen dat hij het doorgaans naar zijn zin heeft, zei cineast Hisaki Imai tegen een fashion magazine. Hij bracht zes maanden in de straten van Tokio door en filmde er zijn "Mayonoka no Street Kids' (Middernachts Straatkinderen) en kan het weten. “Vraag hetzelfde aan gangs in L.A. en Londen en je hoort niet anders dan frustratie en bitterheid.” Geld maakt gelukkig.

Pierre Marion, begin jaren tachtig korte tijd directeur van de DGSE, heeft vorig jaar een boekje open gedaan over de missers van deze geheime dienst en verteld hoe de Fransen in de Verenigde Staten industriële spionage bedrijven. Onder geheim agenten wordt zoiets met verachting afgedaan als "nestbevuiling' en Marion wordt afgeschilderd als een man met een labiel karakter. De vorige Britse premier Margaret Thatcher trachtte met hulp van advocaten de publikatie van de bestseller Spy Catcher van de voormalige MI5-spion Peter Wright te voorkomen.