"Zoo werden kankerpitten tot opgewekte spelers'

Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan heeft de Amsterdamse hockeyclub de organisatie toegewezen gekregen van het Europa-Cuptoernooi voor landskampioenen bij de mannen en de vrouwen. De vrouwenploeg van de thuisploeg verdedigt vanaf vandaag in het Wagenerstadion de beker. HGC, afgelopen seizoen nationaal kampioen, zit in dezelfde poule als Amsterdam. Het onderlinge duel wordt zondagmiddag gespeeld. Bij de mannen wordt Nederland door Bloemendaal vertegenwoordigd. De ploeg van coach Pieter Offerman zit in de poule met Alma Ata (GOS), het Ierse Lisnagarvey en het sterke Atletico Terrassa uit Spanje. Het Duitse Uhlenhorst, de laatste vier keer winnaar, speelt in de andere groep. De finales worden maandag gespeeld, de vrouwen om één uur en de mannen om drie uur.

AMSTERDAM, 17 APRIL. Bericht van 8 februari 1892 aan de twintig leden van de Amsterdamsche Hockey en Bandy Club: “Daar zondag is gebleken dat het spel zich goed leent om op het land gespeeld te worden, zal voortaan zondags ten 10 ure en woensdags en zaterdags ten 2 ure achter het Rijksmuseum bijeenkomst worden gehouden”.

"Amsterdam' is de oudste hockeyvereniging van Nederland en het Europese vasteland en viert dit jaar haar honderdste verjaardag. Het begon destijds allemaal met bandy, een soort ijshockey met een balletje. Pim Mulier, de pionier van het Nederlandse voetbal, nodigde in de winter van 1890-'91 de Engelse Buzy Fen Bandy Club uit om wedstrijden in Haarlem en Amsterdam te komen spelen. “Het spel”, zo staat er het in het gedenkboek van de jubilerende club geschreven, “viel zeer in den smaak, zoodat besloten werd het over te nemen”. Op 28 januari 1892 werd in het American Hotel de Amsterdamsche Hockey en Bandy Club opgericht.

Van het spelen van bandy kwam echter niet veel. Secretaris-penningmeester Ant. J. Abspoel, één van de oprichters van de Amsterdamse club, schreef in 1893 in zijn jaarverslag dat er “hunkerend naar vriezend weer werd uitgezien”. Er was in die tijd echter langdurig sprake van “kwakkelweer”. Mede daardoor won veldhockey aan populariteit, want de Amsterdammers hadden, zoals op 8 februari 1892 werd bericht, snel door dat het spelen met stick en bal op gras ook een plezierig tijdverdrijf kon zijn.

Bandy is in de hoofdstad en de rest van Nederland nooit echt van de grond gekomen. Tot de tweede wereldoorlog werd het nog wel regelmatig gespeeld door leden van Amsterdam, meestal op zaterdagmiddagen. Daarna duurde het tot de strenge winter van '63 voordat er weer enige animo voor deze tak van sport bij de club was. In Zweden waar bandy bijzonder populair is werd informatie over de spelregels opgevraagd. Meteen kregen de Amsterdammers een uitnodiging om aan het wereldkampioenschap mee te doen. Zo ver kwam het echter niet. Het bleef bij een paar partijtjes. In 1967 werd er andermaal een poging ondernomen het bandy bij Amsterdam nieuw leven in te blazen. Een groep enthousiastelingen richtte zelfs als tak van de moederclub de Amsterdamse Bandy Club op en werd in de strijd met drie à vier andere teams een aantal malen de nationale titel behaald. Uiteindelijk nam de belangstelling toch weer af.

Amsterdam voert nog wel de "B' van Bandy in haar naam. Daar zal volgens voorzitter Hans Olgers ook geen verandering in komen. “Statutair hoort die naam er gewoon bij”, aldus Olgers. “Maar ik denk niet dat het bandy als actieve sport bij ons zal terugkeren. Er is helemaal geen enthousiasme meer voor.”

Met het hockey wilde het rondom de eeuwwisseling bij Amsterdam trouwens ook niet echt vlotten. Dat kwam voornamelijk omdat de club voortdurend grote problemen had een geschikt speelveld te vinden. De eerste officiële competitiewedstrijd uit de geschiedenis van de Amsterdamse hockeyers, op 4 december 1898 tegen Velsen, kon daardoor zelfs geen doorgang vinden. Uit het clubnieuws van die tijd: “O jé, het begon met ruzie! Onze secretaris vergat aan Velsen mede te deelen dat Amsterdam zonder terrein zat en de Velsenaren deden de reis voor niets”.

Er speelden vier ploegen mee in de eerste competitie van de Nederlandsche Hockey en Bandy Bond (van 8 oktober 1898). 's Gravenhage werd kampioen voor Haarlem, Velsen en Amsterdam. De Amsterdammers besloten wegens het gebrek aan een terrein het daaropvolgende seizoen niet in te schrijven.

Amsterdam speelde in de eerste vier jaar van het bestaan op vijf verschillende plaatsen in de stad. De verhuizing in 1938 van de velden naast het Olympisch Stadion naar het huidige complex in het Amsterdamse Bos was de elfde en laatste. Daar kreeg de club de beschikking over een accommodatie die sindsdien de officiële speelplaats van de nationale ploegen is. Het stadion is vernoemd naar Joop Wagener jr, ten tijde van de verhuizing de preases van Amsterdam. Volgens de huidige voorzitter, Hans Olgers, is Wagener “met respect voor al die andere grote namen” de persoon geweest die in de historie het meeste voor de club heeft betekend. “Hij heeft de vereniging uit de misère met de velden geholpen.”

Wagener werd in 1902 op 21-jarige leeftijd lid van Amsterdam. Hij was van 1905 tot 1921 bijna onafgebroken aanvoerder van het eerste elftal en 28 jaar lang voorzitter. Wagener werd samen met doelman De Bussy als eerste vertegenwoordiger van Amsterdam in het Nederlands hockeyelftal gekozen. Hij speelde drie interlands. Wagener overleed op 30 november 1945 en bij die gelegenheid noemde de toenmalige voorzitter mr. B. ter Haar hem “de ziel en drijfveer” van de vereniging. Tjaard Berghuis, met zijn 75 jaar het oudste nog levende lid van Amsterdam, heeft Wagener nog gekend. Hij denkt met respect aan de bestuurder terug. “Wagener maakte de dienst uit bij Amsterdam. Hij heerste. Hij was de Pruis van Amsterdam.”

Wagener maakte als speler geen landskampioenschap met Amsterdam mee. De oudste hockeyclub van Nederland behaalde betrekkelijk laat pas zijn eerste nationale titel, in 1925. De voorzitter uit die tijd en tevens speler van het kampioensteam, jhr. B.G. van Styrum, schreef het succes mede toe aan het feit dat het elftal twee aanvoerders had, één voor de achterhoede en één voor de voorhoede. “Zoo werden plotseling kankerpitten tot opgewekte spelers, slechte spelers tot prima krachten en heeren met katers tot heeren met hockeystokken gemaakt. Is dit niet het ei van Columbus?”, aldus Van Styrum in zijn jaarverslag. Sindsdien werden de Amsterdamse mannen nog dertien keer kampioen van Nederland (voor het laatst in 1975) en de vrouwen (sinds 1910 actief bij de club) behaalden afgelopen weekeinde hun zeventiende landstitel.

Het oudste lid, Tjaard Berghuis, werd één keer nationaal kampioen, in 1937. Dat betekende voor hem een dubbel, want in hetzelfde seizoen werd hij ook met de cricketers van VRA - spelend op hetzelfde complex als de hockeyclub - de nummer één. “In beide teams was Rein de Waal (zestig hockeyinterlands, red) de captain. Hij was een fenomeen.” Berghuis, eenmalig international op de spilpositie (in '37 tegen België), speelt nog steeds bij de veteranen van Amsterdam. “Het is geen verdienste om zo lang lid te zijn, maar een voorrecht.” Berghuis zegt trots te zijn op zijn club. Hij looft de bestuurders die AH & BC door jaren heeft gehad. “Ik ben zelf meerdere malen als voorzitter gevraagd. Ik vond het verstandiger daar niet op in te gaan. Waarschijnlijk had Amsterdam dan maar één lid overgehouden. Ik zelf. Ik ben nogal zwart-wit en bestuurders behoren mensen te zijn die enige souplesse hebben. Het is niet eenvoudig zo'n club als deze te leiden. De leden komen overal vandaan en daarom is elk elftal een vereniging in de vereniging.” Voorzitter Olgers: “Deze club trekt van alle kanten mensen aan. Net zoals de stad Amsterdam.”