Werkgevers: fors eigen risico alternatief voor plan-Simons; Ziekenfondsen: in alternatief zit te weinig solidariteit

DEN HAAG, 17 APRIL. Een fors eigen risico en premies die voor iedereen gelijk zijn. Dat zijn de kenmerken van de verplichte ziektekostenverzekering die volgens de werkgeversorganisaties VNO en NCW in de plaats moet komen van het plan-Simons. De werkgevers bespraken hun plannen gistermiddag met een aantal particuliere verzekeraars. De vakcentrale voor hoger personeel MHP is eveneens bij het initiatief betrokken. Volgens de ziekenfondsen omvat het plan “te weinig solidariteit”.

Voorzitter A. Rinnooy Kan van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen stelde na afloop van het gesprek met de verzekeraars dat een hoger eigen risico de consument meer kostenbewust maakt. De verzekeraars met wie hij sprak waren nadrukkelijk “op persoonlijke titel” aanwezig, zij het dat directeur Hehne van het overkoepelende orgaan KLOZ ook acte de présence gaf.

Het werkgeversplan omvat drie delen: een sterk afgeslankte AWBZ voor “onverzekerbare risico's” zoals zwakzinnigheid, een verplichte ziektekostenverzekering voor “individueel onbetaalbare risico's” zoals ziekenhuisopname en specialistische hulp, terwijl voor “betaalbare risico's” een vrijwillige, aanvullende verzekering mogelijk moet zijn.

Zowel voor de AWBZ als voor de verplichte verzekering voorziet het werkgeversplan in een eigen risico van 200 gulden per jaar, met kinderen half geld.

Voor de afgeslankte AWBZ blijven de premies inkomensafhankelijk, maar de premies voor de verplichte en de aanvullende verzekering kennen nominale premies, onafhankelijk van het inkomen. Rinnooy Kan erkende gisteren dat het eigen risico en de nominale premies voor mensen met een laag inkomen, die nu nog profiteren van extreem lage ziekenfondspremies, kan leiden tot fors hogere kosten.

Als de overheid dat onaanvaardbaar vindt moet zij dat repareren, stelde de VNO-voorzitter. Voorzitter Van Dalen van de MHP voegde daaraan toe dat de fiscus dan het geëigende instrument is. Afgelopen najaar, toen Rinnooy Kan de kar trok van de kritiek op het plan-Simons, gebruikte hij de negatieve koopkrachtgevolgen voor de hogere inkomens als belangrijk argument.

In het plan-Simons krijgen de verzekeraars bij de kostenbeheersing in de gezondheidszorg een centrale rol toebedeeld. Zij moeten concurreren om de gunst van de consument. Rinnooy Kan, normaliter een fervent verdediger van het vrije ondernemerschap, zei gisteren dat de vrije markt in de gezondheidszorg niet altijd leidt tot kostenbeheersing. Budgettering, waarbij de omvang van de begroting van de instellingen centraal wordt voorgeschreven, zal volgens de VNO-voorzitter nodig blijven. “De overheid houdt een nare en ondankbare maar overmijdelijk rol”, stelde hij.

In de werkgeversplannen blijven zowel de medicijnen als de huisarts buiten de AWBZ. De medicijnen, die in het kader van het plan-Simons per 1 januari 1992 in de AWBZ zijn ondergebracht, moeten dus worden teruggeheveld. Simons wil de komende jaren bijna alle (95 procent) verstrekkingen in de AWBZ onderbrengen. Omdat de AWBZ grotendeels met inkomensafhankelijke premies wordt gefinancierd staat de solidariteit bij Simons, naast de kostenbeheersing, centraal. Wie ziek en oud is mag niet veel meer premie betalen dan jonge, gezonde verzekerden.

Voorzitter De Jong van de ziekenfondskoepel VNZ reageerde terughoudend op het werkgeversinitiatief. “Het bevat te weinig solidariteit”, stelde hij. Maar ook De Jong erkent dat de politieke steun voor het plan-Simons afkalft. Samen met de particuliere verzekeraars, verenigd in het KLOZ, onderzoeken de ziekenfondsen daarom nu of ze het op bepaalde punten eens kunnen worden. Een onderzoeksbureau kreeg onlangs de opdracht te zoeken naar die “gemene deler”.

Het werkgeversplan komt in grote trekken overeen met een plan dat CDA-senator Boorsma onlangs lanceerde. Er is echter een belangrijk verschil. Boorsma kent voor de zwakzinnigenzorg en andere “onverzekerbare risico's” de provinciale en gemeentelijke overheden een centrale rol toe, terwijl de werkgevers hier vasthouden aan de AWBZ “oude stijl”.