Vrijdag 17; Van boven af

Hoe men ook denken mocht over het dans-advies van de Raad voor de Kunst ten behoeve van het Tweede Kunstenplan, het heeft wel wat los gemaakt.

Voor het eerst tekende zich strijdbaarheid af, de danswereld liep te hoop, organiseerde zich, debatteerde. Dat is winst, en in politieke zin is de Raad dus al in zijn opzet geslaagd. Het advies beoogde immers de danswereld een duidelijker profiel te verschaffen. Vandaag werd bekend dat de Raad na protesten het advies in heroverweging neemt.

De Raad had de minister voorgesteld een dansplatform in te richten. De onuitgesproken overweging was dat de eilandjes waar de danswereld nu uit bestaat kwetsbaar zijn, zeker in tijden van geldnood. Eén negatief oordeel over de artistieke kwaliteit is voldoende om ze tot zinken te brengen. Daarom adviseerde de Raad de krachten te bundelen in een facilitair centrum, waar jong en oud, van welke richting dan ook, terecht kan. Enig toelatingscriterium: artistieke kwaliteit of op zijn minst talent.

De danswereld wees dat idee direct en unaniem van de hand. Maar tijdens individuele gesprekken, gevoerd door een door de Raad aangezochte onderzoeker, kozen vijf choreografen eieren voor hun geld. Zij zegden hun medewerking toe, maar lieten tegelijkertijd niet na de goede kanten van het platformplan onmiddellijk te niet te doen. Zij stelden overeenstemmende artistieke uitgangspunten als voorwaarde en daarmee stichtten zij niet minder dan een repertoire-gezelschap voor de moderne dans. Per definitie met uitsluiting van veel collega's. En dat resultaat was precies wat de danswereld de Raad verweet te beogen. Gevolg: tweedracht, verwijten over en weer, verwarring en een beoogd artistiek leidster, Beppie Blankert, die haar toezegging mee te werken te elfder ure weer introk.

Het onvermijdelijke gevolg daar weer van is nog verder toegenomen wantrouwen, een weinig realistisch verzoek aan WVC om de Raad zijn advies te laten heroverwegen en, nu de Raad toch aan dat verzoek tegemoet komt, wederom verschansing op de eigen kleine eilandjes. De impasse is compleet.

En dat is des te treuriger, omdat de danswereld nauwelijks nagedacht lijkt te hebben over het platform-plan. Het initiatief kwam niet "uit het veld', maar van de Raad en dus deugde het niet. De emotionele aard van die conclusie woog zwaarder dan de aantrekkelijke kanten van een bastion van moderne dans dat zelf initiatieven kan ontplooien, talent kan kweken en honoreren, met kans op succes kan lobbyen voor meer geld en dat niet zomaar opgeheven kan worden.

De Raad heeft een onvergeeflijke fout gemaakt. Niet alleen heeft men vergeten de sector het gevoel te geven het plan zelf bedacht te hebben, ernstiger nog is dat het platform-idee een solidariteit veronderstelde die niet bestaat. Choreografen en dansers protesteerden tegen de handelwijze van de Raad, maar de werkelijke oorzaak van de impasse zijn zijzelf. De Raad is slechts een dankbare zondebok, die hen ontslaat van de plicht de juiste, maar veel pijnlijker conclusie te trekken. Die luidt dat zij hun directe eigen belang laten prevaleren boven dat van het geheel op lange termijn. Dat is begrijpelijk maar niet verstandig. Nu we weer terug zijn bij af, blijft de moderne dans kwetsbaar en overgeleverd aan de kindness of strangers.