Vlees en corruptie zijn synoniem; Isaac Bashevis Singer en het Warschau van zijn jeugd

Isaac Bashevis Singer: Scum. Translated from the Yiddish by Rosaline Dukalsky Schwartz. Uitg. Jonathan Cape, 218 blz. Prijs ƒ 60,90

In een paar opzichten lijkt Scum, het laatste boek van de vorig jaar juli overleden Isaac Bashevis Singer, op de roman Enemies. A love story van dezelfde schrijver. Beide romans spelen in een grote stad, beide hebben een zoekende joodse man als hoofdpersoon, en die hoofdpersoon heeft in beide gevallen verwikkelingen met allerlei vrouwen. Andere overeenkomsten zijn niet typerend voor deze twee romans maar zijn thema's die in bijna al het werk van Singer voorkomen: het (streng-)joodse milieu, de verleidingen en het schuldgevoel.

Scum speelt in Warschau in 1906. De hoofdpersoon is Max Barabander, een welgestelde 47-jarige Poolse jood, die jaren eerder emigreerde en inmiddels een bestaan heeft opgebouwd in Argentinië. Hij keert terug naar zijn geboorteland en neemt zijn intrek in het duurste hotel van Warschau.

Herman Broder, de hoofdpersoon in Enemies, is aan de nazi's ontsnapt en woont in New York. Broder woont samen met de gojse vrouw die hem hielp onderduiken en aan wie hij zijn leven te danken heeft. Hij heeft een relatie met een andere vrouw, die op de hoogte is van het bestaan van de gojse. Dit dubbelleven is voor Broder al ingewikkeld genoeg maar dan komt op een dag ook nog zijn doodgewaande vrouw in New York aan.

Max Barabander arriveert in Warschau en voelt zich er na twintig jaar afwezigheid meteen weer thuis. Eindelijk is er weer gewoon een Jiddische krant te koop en de Krochmalnastraat, waar hij lang heeft gewoond, ademt nog dezelfde sfeer. De reden voor zijn komst is ontspanning. Zijn zeventienjarige zoon Arturo is onverwacht gestorven, zijn ontroostbare vrouw is snel oud geworden en zij raadde hem aan iemand anders te zoeken voor zijn gerief. Maar Max kon dat niet en is nu bang voor blijvende impotentie.

Vandaar zijn lange reis die hem via Noord-Amerika naar Europa voert. In Warschau leert hij spelenderwijs al gauw een aantal vrouwen kennen en voor allen is de rijke emigrant een aantrekkelijke partner. Over zijn eigen vrouw zegt hij tegen iedereen dat ze is overleden. De eerste avond al krijgt hij een uitnodiging van Esther, de bakkersvrouw. Hij leert Tsirele kennen, de dochter van een rabbijn en maakt plannen om met haar te trouwen. Verlangen naar contact met zijn zoon zorgt ervoor dat hij een spiritistische seance gaat bezoeken en daar ontmoet hij Theresa Shkolnikov, die hem later opzoekt in zijn hotel. De koppelaarster Reyzl Kork probeert hem zover te krijgen dat hij het jonge meisje Basha inpalmt en haar meetroont naar Buenos Aires om daar samen met Reyzl een bordeel te beginnen.

In Singers laatste boek beschrijft hij het Warschau van zijn jeugd. Wie Op zoek, de autobiografie van de schrijver, kent, is vertrouwd met de Krochmalnastraat en de Marszalkowskastraat omdat de in 1904 geboren schrijver daar als zoon van een rabbi opgroeide. Net als Max Barabander emigreerde hij omstreeks zijn dertigste overzee. Singer ontliep de ellende van de Tweede Wereldoorlog en misschien is het te danken aan de zekerheid dat het Warschau waarin hij opgroeide was vernietigd, dat hij de prachtige boeken over die verdwenen wereld schreef waarvoor hij in 1978 de Nobelprijs kreeg.

In Scum roept hij een wereld op in een jaar waarin hijzelf in elk geval zijn onschuld nog niet verloren had omdat hij toen pas twee was. Het terugverlangen daarnaar is mogelijk een van de drijfveren om Scum te schrijven. Misschien heeft Singer zichzelf wel getekend in het beeld van Tsirele's kleine broertje dat op het balkon staat van hun huis in de Krochmalnastraat als Max voorbijloopt.

De titel van het boek, Scum (schuim), heeft ook in vertaling nog de dubbele betekenis die het in het Engelse motto heeft. Het motto luidt: “Vlees en corruptie waren vanaf het begin synoniem en zullen altijd het schuim van de schepping blijven, het tegendeel van Gods wijsheid, genade en pracht... De mens zou erin slagen op de een of andere manier over het aardoppervlak te kruipen, naar voren en naar achteren, tot Gods verbond met hem eindigde en zijn naam in het boek van het leven voor altijd zou worden uitgewist.”

Dit religieus geladen motto belooft weinig goeds voor Max Barabander, wiens rusteloosheid tijdens zijn verblijf in Polen met de dag toeneemt. Telkens moet hij bedrog met nieuwe leugens proberen af te dekken. Afspraken kan hij nauwelijks nakomen en noodgedwongen houdt hij Tsirele, die hij heeft beloofd te zullen trouwen, aan het lijntje omdat amoureuze affaires elders hem bezighouden. Een duidelijke beslissing over zijn vertrek stelt hij telkens uit, wat hem natuurlijk steeds dichter bij zijn ondergang brengt.

De verteller van het verhaal zit als een soort papagaai op de schouder van Barabander en volgt de gebeurtenissen stap voor stap. Het dreigende motto en Max gedachten over een vervloeking door Tsirele's vader kondigen een slechte afloop aan. Daar zit hem ook het essentiële verschil in met Herman Broder in Enemies. Max Barabander verliest de macht over eigen handelen en wordt een prooi van het noodlot. Broder roept de ellende min of meer over zichzelf af en werkt zich steeds dieper in de nesten.

De verwikkelingen in Scum zijn geknipt voor Singers pen. Als geen ander kan hij personages leven inblazen, zoveel hij wil, zonder dat de lezer de draad kwijtraakt. Het romanepos De Familie Moskat van honderden pagina's lengte voert tientallen personen op maar nooit komt de lezer personages tegen die al te lang geleden geïntroduceerd zijn en van wie het bestaan een raadsel is. Aangezien er nog steeds boeken worden uitgegeven waarin de introductie van een derde personage soms al verwarring geeft, kan het werk van schrijvers als Singer niet genoeg geprezen en gelezen worden.