Vitale en geestige Gence maakt muziek van Becketts taal; Crescendo van de wanhoop

Voorsteling: Oh les beaux jours van Samuel Beckett door Denise Gence en Guy Cambreleng. Decor: Yannis Kokkos; regie: Pierre Chabert. Gezien 16/4 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Nog te zien 17/4 aldaar.

De berg zand waarin Winnie eerst tot haar heupen, daarna tot haar nek is begraven lijkt nog het meest op gestolde lava. Dat is een mooie vingerwijzing. De woeste beweging waarin de lava ooit vloeide is nog zichtbaar. Maar die heftigheid is tot stilstand gekomen, iets wat bij Beckett vaker gebeurt. Uit de berg zand rijst Winnie te voorschijn; ze speelt Oh les beaux jours, misschien Becketts mooiste uitdrukking van stilstand en tegelijkertijd van de hunkering naar... ja, naar wat? Het volle echte leven?

Misschien. In elk geval speelt Oh les beaux jours (of Happy Days) zich af onder de laaiende zon. Die zon wordt in de onvergetelijk mooie voorstelling in de Koninklijke Schouwburg gesymboliseerd door de knalgele jurk die Winnie draagt. Denise Gence speelt Winnie, een actrice die slechts met taal en gestiek, oogopslag en stem aan elke nuance van Becketts tekst recht doet. Er is weleens gezegd dat toneel actie moet zijn, wervelende handeling, gedraaf heen en weer. Alsof toneel de hedendaagse, versnipperde werkelijkheid moet reflecteren. Dat hoeft helemaal niet. In Oh les beaux jours ligt gedurende de hele voorstelling de focus uitsluitend bij het in het zand vastgeklonken lichaam en gezicht van die vrouw.

Naast Winnie staat een grote lakleren tas met haar schrijnend-eenvoudige bezittingen. Een tandenborstel, spiegel, nagelvijl, speeldoosje en, oh wonder, pistool. Maar dat pistool wijst niet naar Hedda Gabler, het duidt op haar eigen verlangen dood en afwezig te zijn. Afwezig is ze niet, Denise Gence als Winnie. Integendeel, met haar taal verovert ze zich de wereld - en om in de metafoor van het theater te pratenbehelst die wereld de schouwburg, de gedroomde wereld van de illusie. Het poëtische en toneelwerk van Beckett luistert naar een dwingende ritmiek. Zijn onlangs vertaalde poëzie, onder de titel Echo's gebeente, bewijst dat. Denise Gence maakt van taal muziek en ze doet dat op uiterst geraffineerde wijze, alsof ze al sprekend het crescendo-teken uit de muziekliteratuur belichaamt. Steeds zingender gaan haar zinnen, steeds melancholieker haar stem en uitdrukking. En telkens wanhopiger. Het is ongelooflijk om te zien en te horen welke dramatische opbouw verscholen ligt in Oh les beaux jours.

De taal is in deze voorstelling geen barrière. Wie het stuk eerst thuis heeft gelezen in de Nederlandse vertaling van Jacoba van Velde kan met gerust hart deze Franse voorstelling aan. Wat beklijft is een actrice die het métier beheerst en dat heeft heerlijke consequenties voor de uitvoering: ze staat meteen, bij eerste zin al, op de allerhoogste trap van het toneelspelen. Ze kan wat ze wil, met elegantie en brutaliteit, subtiel en trefzeker. Wat ze goddank niet doet (en wat dodelijk is voor het toneel) is tegen haar rol aan hangen, alsof die net iets te groot is. Haar aanwezigheid is tegelijk haar geste aan de toeschouwer.

Goede kunst lijkt altijd ontstaan te zijn zonder zwaarte. Beckett mag dan doorgaan voor een zwaarmoedig etc. auteur, hij weet superieur gebruik te maken van humor en effecten uit de vaudeville. Zo zag ik pas aan het slot bij het applaus de schoenen van Willie, de man die rondom Winnie stechelt. Die schoenen waren zwart-wit, dansschoenen uit de musical. Zo acteerde de man die Willie speelde inderdaad, of hij was verdwaald van de kermis. Als acteur alleen je hoofd laten zien en suggeren welke schoenen je draagt, dat is toch subliem.

Details zijn van de allergrootste betekenis bij Beckett. Het zijn de bouwstenen van zijn oeuvre, bovendien maken ze het effect ervan uit. Beckett is een toneelschrijver die zich bovenmate bewust is van elke theatrale handeling, van elk woord. Dat zorgt bijvoorbeeld bij Oh les beaux jours, hoe raadselachtig van taal ook, voor die onwerkelijke precisie. Denise Gence is zo voortreffelijk monter in haar spel, vitaal en geestig. Het geeft iemand hoop om haar in deze rol te zien, want je kunt tot aan je nek in het zand zitten, maar als je niet versaagt en je vastklampt aan de taal is er geen vuiltje aan de lucht. Dan schijnt de zon als op een mooie dag.