"Verzekeraars vormen een kartel'; Vragen PvdA aan EG over verzekeren tegen risico aardbeving

ROTTERDAM, 17 APRIL. Alman Metten, de woordvoerder over economische zaken van de grootste fractie in het Europese Parlement, hoeft er niet lang over na te denken: “De Nederlandse verzekeraars vormen beslist een kartel en waarschijnlijk één, dat net als het bouwkartel in de EG verboden is.”

Metten (PvdA) dient vandaag schriftelijke vragen over dit vermeende kartel in bij de Europese Commissie. Hij schrijft: weet de Commissie dat de slachtoffers van de zwaarste aardbeving die ooit in Nederland is geregistreerd, zich niet tegen dit risico hebben kunnen verzekeren, doordat de Nederlandse verzekeraars collectief hebben afgesproken dit risico uit te sluiten?

De Europarlementariër van de socialistische fractie doelt op het bindend besluit van de verzekeraars uit 1963 dat aardbevingen en andere rampen van alle brandpolissen uitgesloten moeten zijn. De verzekeraars verweren zich met het argument dat zo'n afspraak in 1963 in Nederland niet verboden was. “Maar de EG-bepalingen tegen kartelvorming waren toen al zes jaar oud”, zegt Metten. “En ook toen al gingen die bepalingen boven de nationale wetgeving uit.”

Nu de grootste fractie in het Europese Parlement aandringt op een onderzoek naar de afspraak tussen de Nederlandse verzekeraars, nadat de Consumentenbond over dezelfde afspraak een klacht heeft ingediend, is het vrijwel zeker dat de Commissie in beweging komt, zegt Metten. Als de Commissie na een onderzoek tot de conclusie komt dat de afspraak ongeoorloofd is, kan ze de overeenkomst ontbinden en zelfs een boete opleggen zoals ze bij de Nederlandse bouw heeft gedaan.

Of de afspraak uit 1963 van de Nederlandse verzekeraars inderdaad in strijd is met de concurrentiebepalingen van de EG, is niet zonder meer duidelijk omdat niet àlle afspraken tussen ondernemingen verboden zijn. De Europese Commissie toetst de afspraken aan artikel 85 en 86 van het oprichtingsverdrag van de EG, die op mededinging betrekking hebben.

De laatste jaren zijn deze bepalingen voor verschillende bedrijfstakken nader uitgewerkt. Zo hebben de Europese ministers in mei vorig jaar een verordening opgesteld voor de verzekeringsbranche. Deze bevat de spelregels waaraan verzekeraars zich moeten houden om niet met de EG-richtlijnen in aanvaring te komen. Het betreft een eerste aanzet. Het is nu aan de Europese Commissie om de verordening verder in te kleuren.

Volgens waarnemers neigt de Commissie ernaar een aantal vrijstellingen voor de verzekeraars te maken. Zo heeft de Europese ministerraad al in grove lijnen bepaald dat gemeenschappelijke polisvoorwaarden zullen worden toegestaan. Maar of uitsluiting van risico's daarbij zal worden inbegrepen, is volgens juristen allerminst zeker.

Er is zelfs een reële kans, menen ingewijden, dat de Europese Commissie de klacht over de Nederlandse verzekeraars zal aangrijpen om invulling te geven aan de papieren verordening. “De Commissie kan de klacht op de stapel leggen, maar het is ook mogelijk dat ze de gelegenheid juist aangrijpt om haar beleid te tonen”, zegt een in Europees recht gespecialiseerde jurist.

Afspraken tussen Europese ondernemingen zijn in strijd met artikel 85 als de concurrentie tussen ondernemingen in de EG-lidstaten erdoor wordt beperkt of verhinderd. En ze zijn in tegenspraak met artikel 86 als ze ertoe leiden dat ondernemingen zoveel macht krijgen, dat het gevaar van machtsmisbruik reëel is. Voldoet het bindend besluit van de Nederlandse verzekeraars aan deze criteria?

Uit een onderzoek in opdracht van de Europese Commissie naar polisvoorwaarden in de EG blijkt dat er Belgische verzekeraars zijn die schade als gevolg van aardbevingen vergoeden, al vormen ze volgens het onderzoek een minderheid. In sommige brandpolissen is de schade door aardbevingen automatisch meeverzekerd.

Andere Belgische verzekeraars vragen voor de schadedekking tegen aardbevingen een extra premie van 0,01 procent, aldus onderzoeker Jean-Paul Coteur. Dat is een opmerkelijk kleine premieverhoging, gezien de uitlatingen van Nederlandse verzekeraars (waaronder ING gisteren bij monde van bestuursvoorzitter J. van Rijn) dat een verzekering tegen aardbevingen zó duur is, dat niemand er een zou afsluiten.

Betekent het feit dat Nederlanders zich in België wèl tegen een aardbeving kunnen verzekeren dat Nederlandse verzekeraars geen machtsmonopolie hebben? Voor de Europese Commissie zijn de nationale grenzen heel dun. Een maatregel die uitsluitend betrekking lijkt te hebben op één land, kan toch in strijd zijn met de Europese concurrentieregels, zo stellen deskundigen.

Dat was het geval met de Nederlandse banken een aantal jaren geleden. Op aandrang van Europarlementariër P. Dankert en klachten van onder andere de Consumentenbond, stelde de Commissie een onderzoek in naar afspraken die de Nederlandse banken hadden gemaakt over de tarieven voor betaaldiensten. De banken hebben op aandrang van de Commissie zelf de omstreden afspraken ontbonden.

Ook de bepaling dat afspraken ongeoorloofd zijn als ze de concurrentie met andere EG-lidstaten belemmeren, wordt ruim geïnterpreteerd, zegt Metten. “De Commissie ziet aan nationale afspraken nogal gauw beperkingen voor de hele EG. In artikel 85 staat ook: afspraken die de interstatelijke handel kunnen verhinderen. Die mogelijkheid is al voldoende om afspraken te verbieden.”

Verzekeraars doen er goed aan hun afspraken zo snel mogelijk door de Europese Commissie te laten toetsen, meent Metten. “Net als de banken destijds hebben gedaan.” Het Verbond van Verzekeraars heeft kennis genomen van de klachten, maar er nog niet met zijn leden over gesproken, aldus een woordvoerster.