Turnbond blijkt limieten voor WK goed te hebben ingeschat

PARIJS, 17 april. Turnster Elvira Becks heeft zich bij het paardspringen geplaatst voor de halve WK-finale. Met een score van 9.800 eiste de Nijmeegse in de voorronde een 12de plaats voor zich op en dwong daarmee kwalificatie af. Ook bij het toestel brug zette Becks een uitstekende prestatie neer door eveneens 9.800 te scoren maar het niveau aan het turntoestel met de ongelijke leggers is in Parijs zo hoog en de kwaliteitsverschillen tussen de deelneemsters zo gering dat de sinds dinsdag door het NOC genomineerde Becks op een gedeelde 22ste plek bleef steken, samen met de Hongaarse Henrietta Onodi.

De Europese brugkampioene van 1989 moest ervaren dat het niveau van de concurrentie snel stijgt. Bij het paardspringen scoorde Onodi evenwel 0,100 punt meer dan Becks en stapt daardoor vanavond samen met Svetlana Boguinskaja als eerste de halve eindstrijd binnen. Het zicht hebben op een halve finaleplaats was door de KNGB tot kwalificatienorm verheven. Nu was het stellen van prestatieve eisen voor uitzending al zeven jaar niet meer voorgekomen bij de turnbond dus bleef de Nederlandse equipe in Parijs relatief klein: turnster Becks en drie turners te weten Willem Geurts en de gebroeders Alexander en Christian Selk. De laatste twee beproefden hun geluk op brug en rek terwijl Geurts op vloer en paardspringen moest excelleren.

Waren de verwachtingen aan het rek het hoogst gespannen, met name (de jongste) Alexander Selk toonde een uiterst risicovolle combinatie, de stijl van uitvoering genoot onvoldoende waardering (8,825) bij de jury. Landskampioen Christian Selk greep na een Kovacs-salto mis en stond voortijdig op de mat. Ook aan brug presteerden beiden niet optimaal. Dienstplichtig hofmeester Willem Geurts verging het niet anders. Bij het paardspringen kwam hij 0,250 punten tekort voor de wedstrijd van vanavond. Toch lieten de Nederlandse mannen in Parijs een grote progressie zien. Ze voeren ook de zeer complexe technieken uit.

“Maar persoonlijke progressie is geen criterium voor uitzending meer”, aldus Bart Buijs (33). De technisch directeur van de KNGB deed twee maanden geleden nogal wat stof opwaaien door kwaliteit boven kwantiteit te stellen. De sedert 15 november vorig jaar benoemde Buijs stelde in samenspraak met de bondscoaches Tietz en Hernandez limieten vast die in vastgestelde wedstrijden bereikt moesten worden. Bart Buijs: “Topturnen betekent een aansprekend resultaat neerzetten. We wilden bij dit WK een zekere garantie op resultaat verkrijgen en alleen een kwalificatieprocedure kan enige zekerheid op succes geven”. Vooral Boris Orlov, coach van Monique Slootmaker en Wyke Karten ageerden sterk: “Een kwalificatie-eis van 9,85 aan brug is belachelijk en frustrerend” en velen deelden zijn mening. Maar in Parijs bleek dat juist deze KNGB-limiet volledig juist was ingeschat.

“De sectie top- en wedstrijdsport heeft zich begin dit jaar de vraag gesteld of we moesten doorgaan op de ingeslagen weg”, blikt de vlot formulerende Buijs terug. Die weg was deelnemen in optimale aantallen. “Er is een principiële beslissing genomen kwaliteit boven kwantiteit te stellen” en dus bleven Slootmaker en Karten in Oude Pekela.

Wat dit nieuwe beleid meer inhoudt dan het stellen van hoge kwalificatie-eisen voor uitzending naar EK's en WK's blijft vaag. Een bondscommissie komt volgende maand met een rapport op welke wijze de topsport binnen de KNGB vorm moet krijgen. Het voortbestaan van het zeventien jaar oude Nationaal Turninstituut op Papendal staat ter discussie. De KNGB-directeur Van den Brink haastte zich op 27 maart vast te stellen dat het voortbestaan van het semi-turninternaat in ieder geval voor nog één jaar gewaarborgd is. Inmiddels haakt de "geïnterneerde' top bij de meisjes af. De laatste turnsters hebben aangekondigd in juni Papendal de rug toe te keren. Alleen Elvira Becks, die dan nog vormbehoud moet tonen om definitief in Barcelona aan te treden, blijft Papendal trouw.

De besluitvorming binnen de KNGB over de wijze waarop het topturnen in ons land vorm moet krijgen, is nog niet afgerond. “Op 13 juni tijdens de bondsvergadering wordt het meer-jarenbeleid vastgesteld” stelt KNGB-praeses Henk Mannen. Het twaalfjarige turntalent Stasja Köhler uit Amsterdam heeft geen enkel vertrouwen in Papendal. Zij wil op de uitnodiging van Bela Karolyi ingaan en vier jaar in Houston Texas trainen ter voorbereiding op de Spelen van 1996 in Atlanta. Vast staat wel dat in de turntoekomst bij de vrouwen geen plaats meer is voor bondscoach Rheinhard Tietz.